Naar de inhoud

‘In de coronacrisis is sprake van hele bijzondere omstandigheden'

Bron: Trouw

Voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos schreef een boek over de coronacrisis vol met lemma's. ‘In 2020 heerst iets wat ik ‘coronafascisme’ zou willen noemen. Het is verbijsterend te zien dat we onze waarden zo makkelijk te grabbel gooien.'

Toen de coronacrisis uitbrak, werd voormalig Denker des Vaderlands, René ten Bos, onrustig. Wat gebeurt hier? Welke maatregelen nemen regeringen nu weer? Op zijn mobiel volgde Ten Bos talloze Franse, Duitse en Nederlandse sites. “Ik vond het verbijsterend te zien dat we onze waarden zo makkelijk te grabbel gooien.”

Niet dat Ten Bos het virus wil bagatelliseren: “Covid-19 is een rotziekte, daarvan ben ik wel overtuigd. Maar wat hier in korte tijd gebeurde, was nihilistisch: vrijheid van godsdienst, vrijheid van demonstratie, vrijheid van beweging – aan al die grondrechten bewezen we slechts lippendienst, want op het moment dat er een virus langskomt, geven we alles op voor één waarde: gezondheid.”
Om vooringenomenheid te voorkomen, ontwikkelde Ten Bos een veelheid aan visies. Dat leidde tot ‘De coronastorm - hoe een virus ons verstand wegvaagde’, het eerste filosofische boek over de crisis dat oorspronkelijk in het Nederlands is geschreven en deze week verschijnt.In het voorwoord schrijft Ten Bos: “Met dit kleine filosofische corona-alfabet wil ik aansluiten op een oude, bijna vergeten filosofische traditie, te weten, die van de dictionnaire.”

Dictionnaire

In navolging van de beroemde dictionnaire van de Franse schrijver Voltaire hoopt Ten Bos in zakformaat filosofische kennis over deze crisis toegankelijk te maken. De coronastorm begint bij de A, dus met de angst, door Ten Bos een gemoedstoestand genoemd, “die over mensen heen komt zodra ze gaan twijfelen aan de mogelijkheid van preventie”. De angst zit verscholen in de etymologie: “Het Latijnse woord virus betekent ‘gif’ of ‘slijm’. Het gaat dus om iets waar we ons beter verre van kunnen houden.”

Ten Bos zoekt meteen de confrontatie op met de lezer, want de tweede zin van dat eerste lemma luidt: “In 2020 heerst iets wat ik ‘coronafascisme’ zou willen noemen”.

“Ik weet het”, zegt Ten Bos, “dat woord hakt erin, en vraagt om uitleg. Fascisme is een fenomeen dat tal van verschillende gedaanten heeft gekend: antisemitisch of niet, futuristisch of conservatief, racistisch, vrouwonvriendelijk, nationalistisch of wetenschappelijk, maar dat allemaal ook weer lang niet altijd.”

Je kunt er niets over zeggen.

“Toch wel. Ik zie het fascisme als een mengelmoes waarin gemoedstoestanden samenkomen: angst, hang naar oorlogstaal, geloof in een oplossing door zinnen uit te spreken als: ‘Zoals we nu leven gaat het niet langer’. In de coronacrisis is sprake van een fascisme zonder dat er fascisten zijn.”

Dit begrijpt niemand.

“Ik vind onze minister-president niet fascistisch, maar als ik politici hoor zeggen: ‘We moeten achter onze leiders staan’, of ‘Wij moeten naar Van Dissel luisteren, want hij is de baas’, dan constateer ik dat deze zinnen fascistische elementen bevatten. Wat te denken van een zinnetje op de website van de Nederlandse Spoorwegen: ‘Wij rijden alleen voor de helden die de strijd met het coronavirus aangaan’. Als je ‘met het coronavirus’ weghaalt, blijft er iets heel opmerkelijks over. Heldenverering heeft sowieso iets fascistisch, zeker als we per proclamatie voor deze helden gaan klappen.

“Alle fascistische samenlevingen hebben één kenmerk gemeen: ze zijn gebaseerd op klikken. In nazi-Duitsland heeft de telefoon daarbij een grote rol gespeeld. Ook afgelopen maanden hoor je dat mensen anderen, die zich niet aan de maatregelen hielden, wilden verklikken. Als mensen zeggen dat we het virus hoe dan ook onder controle moeten krijgen, niet goedschiks dan maar kwaadschiks, tendeert deze oplossingsgerichtheid naar geweld, en binnen het fascisme is geweld altijd een oplossing.

“Voor alle helderheid: het is uitermate gewelddadig wat er de laatste maanden gebeurt. Toen ik op een middag in de bergen rondom Nijmegen liep – je hebt hier bergen – bleef er een man voor me lopen, heel langzaam. ‘Mag ik passeren?’, vroeg ik een paar keer. Geen antwoord. Na verloop van tijd haalde ik hem in, misschien hield ik niet helemaal de gepaste afstand. Als antwoord werd ik getrakteerd op een scheldkanonnade, alsof ik de lucht vergiftigd had.

“Ik krijg foto’s waarop politieagenten en buitengewoon opsporingsambtenaars, boa’s, met een duimstok meten of mensen wel 1,5 meter bij elkaar vandaan zitten. Er zijn drones die ons controleren. Impulsen die normaal zijn voor mensen, zoals elkaar aanraken, moeten nu onderdrukt worden, desnoods met de wapenstok. In het regionale dagblad Tubantia kwam ik twee weken geleden nog een overlijdensbericht tegen als harde aanklacht tegen dit gewelddadige beleid: ‘Mijn moeder Betsie (93) stierf eenzaam door coronabeleid’.”

Als u het zo formuleert, zij we dan niet allemaal fascistisch?

“Ik heb van veel Franse filosofen geleerd: je moet de fascist in jezelf dood maken. Dat betekent: bewust worden van woorden die je terloops begint te gebruiken, maatregelen waarin je nooit in geloofde en die je nu ineens acceptabel vindt.”

Dat lijkt me lastig, zeker in een tijd waarin we in oorlog zijn met zo’n dodelijk virus.

“Dat zinnetje – ik citeer het in het lemma ‘oorlogstaal’ – werd voor het eerst uitgesproken door de Franse president Macron, en vervolgens ligt het bestorven op de lippen van menig politicus. Een collega van mij, Jan Kremer, hoogleraar patiëntinnovatie aan het Rad­boudumc, wees me erop dat de huidige oorlog zich in één opzicht van alle voorgaande oorlogen onderscheidt. In de oude oorlog wilde je je vege lijf geven om een bepaalde levensstijl te redden. Nu gaat het andersom: we geven onze levensstijl op om ons vege lijf te redden.”

Na ‘Xenofobie’, ‘Yankee’, en ‘Zoönose’ eindigt het boek niet. Er volgt een nawoord, met bijna een boodschap. Waarop hebt u willen wijzen?

“Aan het slot bleef ik zitten met een onbevredigend gevoel. Wat is nou de samenhang tussen al deze lemma’s? Men zegt dat deze crisis de wetenschap haar gezag heeft teruggeven. Dat betwijfel ik. Kijk naar het RIVM. Nog geen half jaar geleden, tijdens de stikstofcrisis, had deze organisatie geen meter gezag. Nu wel. Dat komt doordat het nu gaat over de V van Volksgezondheid en niet over de M van Milieu, zoals bij de stikstofcrisis. Dat ligt niet aan het RIVM, want het instituut benadrukt voortdurend dat de V en de M samenhangen. Maar de bevolking is nu eenmaal veel meer behept met gezondheid dan met milieu. Dat zie je ook aan de manier waarop we die gezondheid benaderen, vooral curatief en nauwelijks preventief.

“Ik heb boeken geschreven over extinctie van soorten en over de klimaatcrisis, maar als ik daarover in zaaltjes vertelde, stuitte ik op meewarige blikken: het zal uiteindelijk wel meevallen. Preventief denken is moeilijk. De mens heeft een orgaan bedacht, de rede, die ons beduvelt door ons altijd het idee te geven dat we nog tijd hebben. Ook als we die tijd niet meer hebben. Paniek is per se onredelijk.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.