Naar de inhoud

Vrije mening? Nee, afrekencultuur gaat over veranderende mores

Bron: NRC

De mores in de samenleving over wat je wel en niet ‘mag’ zeggen, veranderen. Daar kun je het mee oneens zijn, maar het is geen censuur, betoogt René Koekkoek.

Na de door honderdvijftig intellectuelen en kunstenaars ondertekende ‘open brief’ in het Amerikaanse Harper’s Magazine is er nu ook in Nederland een ‘Open brief ter verdediging van het vrije debat ’ verschenen. Het door twee Leidse promovendi geschreven document is in eerste instantie ondertekend door zo’n negentig opiniemakers, politici en academici. Beide brieven zeggen het op te nemen voor de vrijheid van meningsuiting. Die staat onder druk, zo luidt het betoog, doordat ‘radicale groepen’ anderen het woord proberen te ontnemen. Er zou sprake zijn van een oprukkende ‘afrekencultuur’ (cancel culture).

Beide open brieven blijven helaas erg vaag over wat die afrekencultuur precies behelst. Het is daarom hoog tijd enkele misvattingen uit de weg te ruimen. Oproepen om bepaalde publieke sprekers te weren van een debat of ander opinieplatform worden nogal eens afgedaan als ‘afrekencultuur’ en daarmee als een inperking van fundamentele vrijheden. Maar het recht op vrijemeningsuiting is niet in het geding.

Het recht op vrije meningsuiting hebben burgers tegenover de staat. De Nederlandse grondwet stelt expliciet dat je geen toestemming van de overheid nodig hebt om je gedachten of gevoelens te uiten. De vermeende afrekencultuur is een zaak tussen burgers onderling.

Geen recht op medium
Het is belangrijk dit te benadrukken. Het recht op vrijemeningsuiting wordt namelijk vaak verward met het ‘recht’ op een platform in het publieke debat. Maar dat recht bestaat niet. Neem de alledaagse praktijk. Wanneer kranten opiniestukken ontvangen, hebben ze de alle bevoegdheid die te weigeren: het artikel voldoet niet aan bepaalde kwaliteitseisen, het roept op tot haat, de redactie wil een balans tussen perspectieven of er is ruimtegebrek.

Dat het rechtse tijdschrift Elsevier zelden linkse economen aan het woord laat, is geen afrekencultuur en al helemaal geen censuur. Het staat iedere publicist vrij haar of zijn stuk ergens anders aan te bieden.

Net zo goed heeft het Forum voor Democratie-journaal geen enkele verplichting om van de partijlijn afwijkende meningen te behandelen. Er bestaat namelijk vrijheid van vereniging, vergadering en betoging: gelijkgestemden mogen zich verenigen en een standpunt uitdragen. GroenLinks zal op partijcongressen geen klimaatontkenners uitnodigen; de SGP zal geen atheïstische filosofen op hun jongerendagen laten spreken – en dat is hun goed recht. Van afrekencultuur is geen sprake.

Pas op het moment dat de staat de vrije meningsuiting gaat beknotten, is er een serieus probleem. Als de staat bij een opinieredactie of bij een cabaretshow met een politiemacht binnenvalt vanwege ‘onjuiste meningen’, dan kun je spreken van censuur. Dan is er goede reden om te zeggen: ‘Je mag in dit land niet alles meer zeggen’.
In de afgelopen maanden hoorde je vaak dat je iets ‘niet mag zeggen’. Maar wanneer iemand oproept tot een boycot van het televisieprogramma Voetbal Inside vanwege de racistische grappen die er worden gemaakt, is dat geen censuur. Bedrijven hebben alle vrijheid die oproep te negeren, ook zijn ze vrij sponsoring te annuleren. Ook dat is alledaagse praktijk: weinig bedrijven willen adverteren naast IS-onthoofdingsfilmpjes, kinderporno, op complotwebsites, of naast verkrachtingsdreigementen op de website van GeenStijl. Zo gaat dat in een liberaal-kapitalistische samenleving.

De critici van afrekencultuur zullen zeggen dat het gaat om een beklemmend maatschappelijk klimaat van ‘morele zuiverheid’ waarin ze zich niet kunnen vinden. Hier onthult zich wat er op het spel staat: de kantelende machtsverhoudingen en mores in het publieke debat. Voor de gevestigde orde is dat schrikken; de teloorgang van de vanzelfsprekendheid geen fundamentele kritiek om de oren te krijgen.

Het verwijt van afrekencultuur en de heroïsche verdediging van het vrije woord is dan ook een afleidingsmanoeuvre; eigenlijk draait het om de vraag wie macht en invloed heeft – en krijgt.

De mores in de samenleving over wat je wel en niet ‘mag’ zeggen veranderen. Dat is een maatschappij-intern debat en dat moet het ook zijn. Wanneer landelijk ic-chef Diederik Gommers bij het tv-programma Op1 zegt dat Derksen een opmerking over de kunstenaar Akwasi niet ‘mag’ maken, dan bedoelt hij niet dat de staat moet ingrijpen. Hij doet een beroep op de publieke mores tussen burgers onderling. Daar kun je het mee oneens kan zijn, maar het is geen censuur.

Waar de afrekencultuurcritici tegenaan lopen, is dat de veranderende mores over wat je wel en niet ‘mag’ zeggen hen niet aanstaat. Derksen is wel degelijk vrij om racistische grappen maken, zoveel hij wil zelfs. Maar als redacties en bedrijven geen zin meer hebben om daar een platform (en geld) aan te geven, dan is dat net zo goed hun vrijheid van meningsuiting en vereniging.

De zelfbenoemde liberale verdedigers van het vrije woord zouden er beter aan doen de poortwachters en financiers van het publieke debat ter verantwoording te roepen. De VI-redactie, sponsors, talkshowredacties, universitaire debatpodia, kranten of invloedrijke websites. Die blijven nog te vaak onzichtbaar, te anoniem; duidelijke, publieke verantwoordingsmechanismes blijven in gebreke. Deze poortwachters hebben alle recht zich veel, een beetje of juist helemaal niets aan te trekken van ‘ophef’ of een ‘twitterstorm’. Maar als ze hun taak serieus nemen, dan dienen ze zich wel te verantwoorden over wie ze wel of niet een podium geven.

De deelnemers van het publieke debat kunnen zich dan gewoon – en eindelijk – weer op de inhoud richten.

René Koekkoek is historicus.

12 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Geen steun van de gemeente raad, kortom ideale manier om de burger zijn mond te snoeren , zo gaat dat in de politiek.

  • @Jos Koenen, goed dat je er weer eens aandacht aan besteedt.
    Als je iemand via de kantonrechter wil ontslaan en het wordt niet ingewilligd, moet je gaan nadenken en je er misschien bij neerleggen.
    Als je het daarna opnieuw probeert en je krijgt weer de kous op je kop, moet je jezelf hoognodig dingen gaan afvragen. Bijvoorbeeld: ben ik wel goed bezig, maar vooral wat doe ik de betrokkene hiermee aan.
    Van welke planeet kom je als je gewoon doorgaat en het voor een derde keer aan de rechter voorlegt. Een mens met gezond verstand vraagt zich dan af of de SKOV iemand moedwillig mentaal wil kapot maken.
    Kennelijk is er niemand bij de SKOV die ingrijpt en zegt: 'het is wel genoeg geweest, stoppen'.
    Mijn vertrouwen in de leiding van de SKOV is minimaal. Met kwesties als deze roept de SKOV ook een daling van vertrouwen onder de bevolking op.
    Het hardnekkig volgehouden ontslagstreven is in mijn ogen pathologisch, ziek dus. Bij andere toestanden bij de SKOV kan hetzelfde pathologisch gedrag optreden. Het hoort zoals ik al eerder heb betoogd bij het profiel van narcistische leiders. Narcisten kennen geen empathie, kunnen zich niet verplaatsen in de gevoelens van anderen. Dat is in deze kwestie duidelijk het geval. Want deze aanpak is onmenselijk.

  • Boeren zijn niet de doelgroep van de PvdA en ook niet van de andere ‘linkse’ partijen. Hun problemen en zorgen interesseert hen geen ene moer.

  • Hebben Max & Pim vorige week ook taartjes uitgedeeld aan alle stakende boeren in onze omgeving. Of hebben ze niks met boeren?

  • Ook al eerder aangegeven; het probleem lost zich vanzelf op als de containers tijdig geleegd worden...
    Ben daarmee overigens niet eens dat de handel er dan maar naast gezet wordt. Kan me er echter wel iets bij voorstellen.

  • john kluessien

    We zij een beetje van het topic afgedwaald. Het ging om fouten in de jaarrekening. Alle jaarrekeningen van Edam-Volendam hebben een goedkeurende verklaring voor wat betreft de getrouwheid van de cijfers. Daarnaast is een beperkende verklaring afgegeven voor wat betreft de rechtmatigheid. Ik heb alleen maar proberen aan te geven dat daar toch wat genuanceerder naar moet worden gekeken i.p.v. dit fouten in de jaarrekeningen te noemen. In mijn enthousiasme heb ik dat wat proberen aan te zetten met andere beleidsgebieden. Persoonlijk kijk ik niet weg voor de milieuproblematiek. In mijn eigen levenssfeer probeer ik daar juist van alles aan te doen. In ieder geval veel en veel meer dan Klaver, van Ooijik (weet niet of ik dit goed heb gespeld), Jetten en Ollongren.

  • JJM Schilder: Zo nu en dan lees ik met belangstelling een bijdrage van jou op deze site. Redelijk objectief, geen poespas en goed ingevoerd in de materie is mijn indruk. Wel, die is nu weg.

    In de laatste alinea van je laatste bijdrage ontspoor je volledig. Je thema: ‘braafste jongetje van de klas. ’Zou het in Zuid-Europa ook zo gaan met de regels vraag je je af. Wat wil je hiermee zeggen? Moeten we in Nederland iets corrupter worden?

    De klimaathysterie in Nederland: je suggereert dat we vooroplopen ipv achteraan bungelen.

    Met euro-anale fixatie en Ollongren die geen jongetje is sluit je je betoog af.

    Dit kan beter.

  • Een voorbeeld is de Hoogstraat, in een aanbestedingsdocument staat dat er Europees aanbesteed zal worden, dit is echter niet gebeurd maar het is om onduidelijke redenen aan 3 partijen gegund.

  • Je vergeet te belichten dat er van de klagende kant geëist wordt dat er iets gebeurt aan het door hun geconstateerde probleem. Mocht dit niet gebeuren, dreigen zij zelf maatregelen te treffen door bijvoorbeeld op te roepen tot boycot aan grote volgeraantallen.

    Deze ‘cancel culture’ is enorm actief onder infantielere groepen mensen die vaak een passie of juist minachting van iets delen. De doelgroep van de ‘leiders’ van dit soort pagina’s zijn mensen met weinig of minder eigen denkvermogen. En zolang deze groep mensen ‘the leader of the pack’ volgen, geeft dit hen een gevoel van toebehoren en dus voldoening. "We’re all in this together".

    Een oplossing voor de cancel culture is juist het publieke debat accepteren, in plaats van aannemen wat je voorgeschoteld krijgt. Hoe los je dit op op een massale plek zoals social media? Niet! Nuance wordt namelijk graag vermeden. Dat maakt het bestrijden van de 'cancel culture' zo lastig en het bestaan van deze reacties zo belangrijk.