Wetenschap in extase: satelliet ontdekt ’kampvuren’ op de zon
De European Space Agency heeft donderdag de eerste close-upbeelden van de zon gedeeld, gemaakt door de Solar Orbiter. Nog nooit werd de oppervlakte van de zon van zo dichtbij vastgelegd. Op de beelden is voor het eerst een zonnefenomeen te zien dat door ESA 'kampvuren' wordt genoemd.
We hadden ze nog nooit waargenomen, maar nu beelden zijn gemaakt door een satelliet die dichter dan ooit bij de zon is geweest, weten we dat ze er zijn. En dat kan helpen bij waarschuwingen voor zonnestormen, die de werking van bijvoorbeeld gps-systemen verstoren. Het klinkt lief, kampvuurtjes. In feite zijn het nog altijd vlammen van duizenden kilometers doorsnee. Toch hadden we ze nog nooit gezien. „Op de schaal van de hele zon is dat echter weinig. Maar we zien ze overal, en dat betekent toch dat ze een groot effect hebben”, legt ESA-onderzoekster Anik de Groof uit.
De kampvuurtjes doken op op foto’s gemaakt door de Solar Orbiter. De satelliet, waaraan De Groof zeven jaar werkte, werd in februari gelanceerd en maakte eind mei de eerste plaatjes. Dichter bij de zon is nog nooit een menselijk product geweest. Het scheelde overigens weinig, of de kiekjes waren niet gemaakt. Door de coronacrisis werken de medewerkers van het Europese ruimteagentschap ESA thuis en dat maakte alles lastiger. „We hadden enkele dagen om alles in stelling te brengen.
Aanvankelijk was het plan om te testen of de tien instrumenten aan boord wel goed werkten. De camera’s, instrumenten en meetsystemen, die deels van Nederlandse makelij zijn, konden beschadigd zijn. Eén scheurtje is in potentie al catastrofaal. Maar de vangst was direct aanzienlijk. „Dat we zo veel zagen gebeuren op de zon, verbaasde ons. Want we zitten nu in een zonneminimum, met weinig activiteit. De zon heeft een cyclus van elf jaar, waarbij pieken en dalen te zien zijn”, legt De Groof uit.
Corona
En met name die pieken worden voor ons op aarde steeds interessanter. Zonnestormen kunnen elektriciteitsnetwerken verstoren en satellieten beïnvloeden. Heel praktisch uitgelegd: als een zonnestorm een gps-satelliet verstoort, doen onze routeplanners het niet. Dergelijke stormen willen de onderzoekers beter kunnen voorspellen, en daarvoor dient onder meer de missie van de Solar Orbiter.
„We weten nog heel veel niet, met name van de corona om de zon”, aldus De Groof. Die corona is de band om de zon die veel heter is dan de echte ster. Het oppervlak van de zon is 5000 graden, het gebied eromheen een miljoen. En vanuit die ’band’ wordt materiaal afgestoten richting aarde. Spul dat rommelt met ons magneetveld. Zeker als in een keer een grote bups materiaal wordt afgevuurd – een zonnestorm – kan dat dus grote gevolgen hebben.
De eerdergenoemde kampvuurtjes zouden weleens van grote invloed kunnen zijn op de hitte en de werking van de corona. En dus zitten de wetenschappers te stuiteren. Dit kon weleens een belangrijke aanwijzing zijn.
3D-beelden
Onderwijl is de Orbiter alweer ver verwijderd van de zon. De satelliet koerst in elliptische banen rond onze ster en komt later weer dichterbij. Sterker nog: waar de satelliet nu halverwege de afstand tussen aarde en zon was, moet dat uiteindelijk tijdens een omwenteling een derde worden. Met nog veel spectaculairdere beelden en inzichten als resultaat, hopen de ESA-wetenschappers.
Bovendien komt de Orbiter uiteindelijk in een ronde baan om de zon, waardoor we 3D-beelden krijgen van zonnestormen. Ook dat helpt om ze beter te begrijpen”, legt De Groof uit. Immers: vanuit de aarde hebben we een tweedimensionaal perspectief op onze ster.\n\nBovendien moeten dan ook de gewenste beelden van de polen van de zon worden gemaakt. Die hebben we nog nooit gezien, en herbergen mogelijk een schat aan informatie om de zon beter te begrijpen.
Uiteindelijk duurt de missie van de Orbiter minstens tot 2026. De komende tijd hoeven we echter niet direct nieuwe resultaten te verwachten. Dan is het vooral testen geblazen met de instrumenten. „We hebben nu gelukkig al zekerheid dat de missie werkt en zien al dingen die we niet kenden”, constateert De Groof tevreden.
