Naar de inhoud

Aanvullend Openbaar Vervoer niet welkom in binnenstad Purmerend

Bron: Gem. Purmerend

Tijdens de raadscommissievergadering vroeg de PvdA-fractie zich af waarom de binnenstad van Purmerend niet wordt opengesteld voor het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV). Het AOV wordt namelijk veelal gebruikt door inwoners met een (mobiliteits)beperking, en zou hen op deze manier tot in het centrum van de stad kunnen vervoeren.

Het AOV is vervangend vervoer voor mensen die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer en bedoeld voor vervoer op (middel)lange afstanden. De binnenstad van Purmerend is bovendien autoluw; zowel auto’s als bussen mogen niet in het centrum komen. Er zijn ook geen reguliere bushaltes in het voetgangersgebied.

Het is in de gesloten tijden niet wenselijk verkeer toe te laten in de binnenstad, de gemeenteraad heeft sluiting voor verkeer anders dan voetgangers gedurende deze tijden om moverende redenen vastgesteld. AOV-gebruikers kunnen hun rolstoel, rollator of scootmobiel meenemen als dat noodzakelijk is. Wanneer zij met het AOV de rand van het centrum bereiken kunnen zij zich met hun hulpmiddelen verder binnen het centrum bewegen.

Anderstaligen

Tijdens de gezamenlijke commissie werd benoemd dat toegankelijkheid niet alleen gaat om mensen met een fysieke handicap, zoals slechtziendheid of het gebruik van een rolstoel. Toegankelijkheid betreft ook andere groepen, zoals anderstaligen. Ook zij moeten worden meegenomen in het schetsen van het beleid en de uitvoering, aldus de commissie.

De gemeente werkt aan brede inclusie en betrekt ook groepen als anderstaligen in de beleidsvorming. Toegankelijkheid staat daarbij als beleidsterrein niet los van bijvoorbeeld laaggeletterdheid. In de uitwerking en uitvoering van het toegankelijkheidsbeleid letten we op het includeren van alle relevante doelgroepen met ook aandacht voor anderstaligen.

Boetes in APV

Tot slot werd er een vraag gesteld over blindegeleideroutes en gehandicapteninritten in de openbare ruimte. In de praktijk worden deze weleens geblokkeerd door foutief geparkeerde auto’s, (brom)fietsen en scooters of door bijvoorbeeld uitstallingen van winkeliers. Gevraagd werd of – ten behoeve van inwoners met een zichts- en/of mobiliteitsbeperking – blokkades van deze inritten en routes niet kon leiden tot beboeting op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Enkele artikelen uit de APV (bijvoorbeeld 2:10, 2:15 en 5:12) bieden al mogelijkheid om hier bestuursrechtelijk op te handhaven. Deze artikelen zijn niet voorzien van CJIB foutcodes om hier strafrechtelijk op te handhaven. Het toevoegen van een artikel aan de APV is niet noodzakelijk. Er zijn immers al verbodsbepalingen voorhanden die ruim geformuleerd zijn en waarop gehandhaafd kan worden.

Op blokkades van dergelijke inritten en boetes wordt in de praktijk al zo goed als mogelijk gehandhaafd door de BOA’s, meestal naar aanleiding van klachten of excessen. Bij meldingen – die bijvoorbeeld binnenkomen via de MOR-app, het KCC of de wijkmanager – worden BOA’s direct naar de betreffende locatie gestuurd om passend te handhaven.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.