Speeches burgemeester Lieke Sievers bij Dodenherdenking

Speech Edam
Onlangs was ik in Bastogne, in de Ardennen, waar in de Tweede Wereldoorlog zeer zwaar is gevochten en enorme verliezen aan mensenlevens zijn geleden aan zowel geallieerde als aan Duitse zijde.
Naast een indrukwekkend museum, met veel beelden, materialen en gesproken begeleiding, staat er ook een heel groot stervormig gedenkmonument. Je kunt erop klimmen en de omgeving aanschouwen, en zo je inbeelden hoe die gevechten moeten zijn verlopen. In het monument staan de namen van alle Amerikaanse staten, en veel teksten van denkers van allerlei origine. Een daarvan maakte veel indruk en legde ik vast, en luidt als volgt:
In mijn eigen onbeholpen vertaling:
Van grootsheid van de daad van deze doden en van allen die hier vochten, mogen de nu levenden slechts getuigen door toegenomen toewijding aan de vrijheid waarvoor zij moedig het vuur in zijn gegaan.
I
In deze inleiding wil ik u meenemen in enkele gedachten over de ontwikkelingen op internationaal niveau, nationaal niveau, en tot slot op lokaal niveau, gerelateerd aan Vrijheid, Verscheidenheid, Verdraagzaamheid en Verbondenheid, die in dit jaar, 77 jaar na de bevrijding, centraal staan.
We zijn hier in de Grote kerk van Edam, dus het woord “to attest”, getuigen, dat u zojuist in de tekst hoorde, is een vertrouwde term op deze plaats:
het gaat niet om slechts met de mond belijden van toegenomen toewijding aan Vrijheid, getuigen gaat erom dat ieder zich in woord EN daad toewijdt aan de Vrijheid die toen is herwonnen, ten koste van alle meest jonge mensen die daar en overal elders omgekomen zijn.
Doen we dat anno 2022? Zijn we de Vrijheid toegewijd? Internationaal en nationaal? Nationaal en lokaal?
Kijken we eerst Internationaal:
Voor wat betreft het antwoord op internationaal vlak: nee, zeer recent is de Vrijheid van een autonoom volk, in Oekraïne, ernstig onder druk gekomen, wordt sterk bedreigd en is al zwaar geschonden. De wapens om de strijd voor de Vrijheid te voeren worden geleverd, ook vanuit het vrije westen. Voeden we zelf niet op die manier de oorlog en degene die hem zijn gestart? Of spiegelen we ons aan de Griekse filosoof Thucidudydes (5e eeuw voor Christus) die onder andere het volgende stelde:
“Het ligt in de menselijke aard om te vernietigen wie toegeeft, en te respecteren wie tegenstand biedt”.
We kunnen niet anders, in onze toewijding aan de Vrijheid, dan in gezamenlijkheid in welke vorm dan ook, een te respecteren tegenstander zijn. De verbondenheid binnen Europa en van het vrije Westen onderling moet zorgen voor een internationaal nieuwe situatie die de hopelijk straks herwonnen Vrijheid als basis heeft.
Over Verdraagzaamheid, tolerantie, de open samenleving en haar vijanden, en daarmee de noodzaak de tolerantie/verdraagzaamheid te verdedigen, schreef de filosoof Karl Popper in 1945 over wat hij de Tolerantie-paradox noemde:
“Unlimited tolerance necessarily leads to the disappearance of tolerance. For if we extend unlimited tolerance even to the intolerant, if we are unwilling to defend a tolerant society against the attacks of intolerance, then the tolerant will be destroyed and tolerance with them”.
Hier zit zeker in onze tijd van polarisatie en onverdraagzaamheid het voortdurende dilemma, van in de eerste plaats al die degenen, inclusief ikzelf, die zich verantwoordelijk weten voor democratie, rechtsstaat en de 4 waarden: om die hoog te kunnen houden, moet de samenleving worden verdedigd tegen dat wat haaks staat op die waarden, ook al lijkt dat zelf in strijd met die waarden. Als dat verdedigen namelijk binnen de democratie niet gebeurt, gaat in de volle breedte het leven aan de hand van die 4 waarden en binnen onze democratie ten onder.
En in de tweede plaats is dit een appel aan ons allen als burger: wij zullen ieder voor onszelf op moeten staan tegen intolerantie en onvrijheid, grenzen stellen en daaraan vasthouden, omdat anders juist Vrijheid en Verdraagzaamheid, verloren kunnen gaan. In het getuigen van de Toewijding aan de Vrijheid zoals verwoord in het monument van Bastogne ligt deze oproep besloten.
Dit deel over de internationale ontwikkelingen wil ik graag afsluiten met een gedicht, Dat voor 4 mei gemaakt is door Maaike Tusveld, van groep 7 Koningsspil te Oosthuizen: een indrukwekkend gedicht over de oorlog in Oekraïne:
“Rusland Oekraïne, wat is er aan de hand?
Was het niet genoeg, draait het weer om macht?
Tanks en raketten, Kiev onder vuur,
mensen in de kelder vragen zich af hoelang het duurt.
Een derde wereldoorlog, zeg me wat is vrede?
We hadden toch geleerd van de eerste en de tweede?
De regering bepaalt en de bevolking kan niet kiezen,
een oorlog kent geen winnaars,
Alleen maar verliezers”.
We herdenken al die verliezers, al die slachtoffers, van alle oorlogen, vandaag, ook nationaal op de Dam.
Nationaal:
Waarmee ik verderga met iets te zeggen over het nationale niveau en de 4 V’s en Vrijheid in Verbondenheid, het jaarthema van het comité 4 en 5 mei. Zijn we nationaal onze Vrijheid toegewijd?
Vrijheid, Verscheidenheid, Verdraagzaamheid, Verbondenheid: de 4 waarden die de kern vormen van zowel de herdenking van het jaar 1572 in de betekenis van de “geboorte van Nederland”, als de continue opgave en uitdaging die we met elkaar hebben om samen te leven met en vanuit die waarden. Deze waarden die mogelijk zijn door de staatsvorm die we nu kennen, de democratische rechtsstaat.
Een artikel afgelopen zaterdag in Trouw gaf het volgende weer over de mening van een representatieve steekproef onder Nederlanders over die democratische rechtsstaat, de peiler onder de 4 waarden:
“Voor één op de drie Nederlanders is de democratische rechtsstaat niet heilig. Bij complexe vraagstukken vinden zij het prima als de beginselen van de bestuursvorm tijdelijk in de ijskast worden gezet, blijkt uit een nieuwe studie. Wetten, oppositiepartijen en belangen van minderheden kunnen wat hen betreft bijvoorbeeld best worden genegeerd wanneer dat soort waarborgen de daadkracht van de regering in de weg zitten. Vooral onder jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) is de steun voor democratie en grondrechten geslonken, zo concluderen de onderzoekers. Hoewel de waardering voor de rechtsstaat in allerlei geledingen van de samenleving niet vanzelfsprekend blijkt - van links tot rechts, man tot vrouw, hoog- tot laagopgeleid - zijn het de jongeren die de afgelopen jaren het meest gevoelig zijn geworden voor antidemocratisch denken. "Verondersteld wordt dat de coronatijd een rol speelt. Jongeren waren immers de grootste slachtoffers van alle maatregelen. Het is voor te stellen dat hun geloof in de overheid is gedaald, dat zij er in mindere mate op vertrouwen dat de regering ingewikkelde problemen op kan lossen."
Een tweede veronderstelling is dat de langdurige vrede in Nederland te maken heeft met de veranderde houding van de jeugd. "Lange tijd bepaalde de Tweede Wereldoorlog onze morele ijkpunten. De ervaringen uit de jaren 40-45 lagen vers in het geheugen, en maakten dat we zaken als democratie, mensenrechten en racisme niet formeel hoefden te regelen. Het overgrote deel van de mensen was het namelijk met elkaar eens: dit nooit meer. Maar met het verstrijken van de jaren is dat automatisme verdwenen. De oorlog zet niet langer de lijnen uit in onze samenleving." Einde citaat.
Het komt bijzonder over: aan de ene kant zijn heel veel mensen, ook jongeren, betrokken bij 4 mei, de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog. De oorlogsfilms, documentaires en boeken staan deze periode weer volop in de belangstelling, en “Dit Nooit meer” wordt menige keer uitgesproken. En toch, er zijn anti-democratische geluiden.
Heel velen vieren zeer uitbundig nu weer 5 mei, de dag van de Bevrijding. Er worden vele festivals georganiseerd, bezocht en via allerlei media verspreid: de reden van die Bevrijdingsfestivals lijkt ver weg te zijn gezakt. Want er zijn anti-democratische geluiden.
Uit het al eerder aangehaald artikel uit Trouw komt tevens het volgende naar voren:
“Tegelijkertijd is er ook goed nieuws: meer dan negentig procent van alle Nederlanders steunt de democratie als regeervorm. Slechts een minderheid van enkele procenten vindt de manier waarop het land wordt bestuurd, helemaal niks. Die uitkomst lijkt in strijd met de eerder genoemde resultaten. Want hoe kun je vóór illiberale en autoritaire bestuursvormen zijn, en tegelijkertijd blij zijn met de parlementaire democratie?
Een schijnbare tegenstelling, zo wordt gezegd. "Een deel van de bevolking vindt het fijn dat we kunnen stemmen, en dat er via die weg wordt geluisterd naar de meerderheid. Maar dat is het wat hen betreft ook wel. Andere belangrijke waarborgen van onze samenleving, zoals vrije rechtspraak, rechten voor minderheden en oppositiepartijen, horen voor die mensen niet per se bij een democratie. Al helemaal niet als situaties uit de hand dreigen te lopen."
Dan gaat het bijvoorbeeld over het klimaat. "Mensen die daarover tobben, hebben we gevraagd op welke manier dat probleem opgelost moet worden. En dan zie je dat een aanzienlijk deel vindt dat democratische procedures maar even op pauze moeten worden gezet als de huidige toestand verergert. De besluitvorming gaat wat hen betreft te traag”.
Einde citaat.
Een van de manieren om aan deze zorgelijke ontwikkeling een goede wending te geven, is volgens de onderzoekers gelegen in onderwijs, om aandacht te besteden aan zowel het belang als de kwetsbaarheid van de democratische rechtsstaat. Daar wordt al aan gewerkt in het kader van wat landelijk wordt genoemd “Burgerschapsontwikkeling”. Hoe en wat dat precies is en waar het toe moet leiden is niet scherp omschreven, en in het onderwijs is men zoekende naar passende manieren om kinderen en jeugd te ondersteunen in het worden van verantwoordelijke burgers. Daar kunnen in de lokale gemeenschappen de eigen verhalen en inbreng een grote rol in spelen; immers de vanzelfsprekendheid van de morele ijkpunten voortvloeiend uit de Tweede Wereldoorlog, die lang voor iedereen opgeld deden, is er niet meer.
Uiteindelijk is de kracht van een samenleving van de basis af opgebouwd, vanaf de plaats waar mensen elkaar ontmoeten, waar de praktijk van de 4 V’s concreet wordt ervaren en gevoeld, als het ons lukt daar samen invulling aan te geven. En als er een plaats is waar we effectief kunnen getuigen van onze Toewijding aan de Vrijheid, dan is dat wel in de kring die direct om ons heen is. Ook onderwijs kan dan een krachtige impuls geven.
Lokaal:
Ik sluit mijn inleiding af met aandacht voor de vraag of we lokaal de vraag of we onze vrijheid zijn toegewijd, positief kunnen beantwoorden; hoe onze inzet eruit ziet om lokaal te kunnen leven Vrijheid in Verbondenheid, voor Verscheidenheid en Verdraagzaamheid.
Het is geen vanzelfsprekendheid dat we dat doen en kunnen. De technologische middelen die onze individualisering en mogelijkheden om ons eenzijdig te uiten, zeer hebben vergroot, hebben, lijkt me, juist een beweging contrair aan die waarden ingezet:
-mijn Vrijheid (om te zeggen, uiten, doen wat ik wil) is het enige dat telt, niet de wederkerigheid in relatie tot de vrijheid van elke ander.
-Mijn eigenheid, mijn cultuur staat centraal, niet de Verscheidenheid en het onmetelijke aantal eigenheden van alle andere mensen die er ook mogen zijn.
-Verdraagzaamheid moet er zijn naar mij, ik moet met al mijn aardigheden en eigenaardigheden worden geaccepteerd en getolereerd; de ander moet mij alle ruimte geven, zonder dat ik de plicht of verantwoordelijkheid voel datzelfde ook de ander te bieden of te gunnen.
-Verbondenheid geldt vooral mij en binnen mijn eigen groep; wat niet tot onze groep behoort sluiten we buiten, in plaats van ook met andere groepen verbonden te willen zijn.
Juist in dit jaar, na de ingrijpende maatregelen ten gevolge van de corona-pandemie, en met alle andere grote uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, voedselvoorziening, en de uitdagingen op het sociaal maatschappelijke vlak, zoals racisme, uitbuiting, en algehele verruwing, staan we met elkaar aan de lat om aan de hand van deze 4 waarden ons samen-leven opnieuw vorm en inhoud te geven.
Al was het alleen al omdat we het, zoals het eerste citaat weergaf, verschuldigd zijn aan alleen die voor onze Vrijheid hun leven lieten; omdat we zo van onze Toewijding aan de Vrijheid kunnen getuigen. De Vrijheid die wij zo gewoon vinden, op alle vlakken, maar die niet kan zijn zonder onze democratische rechtsstaat.
De dilemma’s en paradoxen die we internationaal en nationaal ervaren, zijn er lokaal nu net zo goed: Toegeven in relatie tot tegenstand bieden, ongelimiteerd Tolereren in relatie tot vernietiging van de tolerantie, Verbondenheid aan de eigen groep, in relatie tot de uitsluiting van andere groepen, het recht dat geclaimd wordt op individuele Vrijheid zonder de plicht van Toewijding aan de Vrijheid voor anderen en het geheel.
In onze tijd ervaren we nog steeds als gevolg van de Tweede wereldoorlog dergelijke dilemma’s en paradoxen. Een dergelijk dilemma met bijbehorende paradox ontstond naar aanleiding van uitgebreid onderzoek naar de toenmalige burgemeester van Baar: op initiatief van de heren Besseling en Koning heeft een onafhankelijke geschiedwetenschapper zijn licht laten schijnen over de functionaris en de persoon van deze burgemeester. Aanleiding was het vermoeden dat zijn aandeel in het mogelijk maken van de deportatie van de Edammer Joden groter was dan uit eerder onderzoek was gebleken, en dat hij tevens mede om die reden was berispt. Dat laatste feit was niet openlijk bekend gemaakt, wat het geheel nog complexer en ondoorzichtiger maakte.
Inmiddels is veel aan het licht gekomen, en de conclusie nu is dat er geen feiten zijn die aanleiding geven om anders naar het oordeel te kijken dan het oordeel dat de Zuiveringscommissie kort na de oorlog had gegeven. Wat misschien nog veel belangrijker is, zijn de gesprekken die we hebben gevoerd, naar aanleiding van deze thematiek. We hebben gezamenlijk vastgesteld dat we het verleden kunnen blijven onderzoeken, en dat we mogelijk nooit tot eenduidige oordeelsvorming zullen komen: zie daar het dilemma. We kunnen het ook niet meer vragen aan de meest betrokkenen uit die tijd.
Waar we in onze gesprekken grote overeenstemming over hadden, is het belang van het met elkaar spreken over het kennen en leren van de geschiedenis, over de oorlog; dat we met elkaar bijdragen aan de toekomst, dat we oordeelloos dialoog voeren en ons inzetten voor het versterken van het onderwijs over burgerschap; dat we ons inzetten voor het leven naar de 4 waarden, en dat we het leren stimuleren over wat 77 jaar geleden door velen is opgeofferd. En dat wij daarmee doen wat op het monument in Bastogne van ons wordt verlangd: dat we ons met toegenomen toewijding inzetten voor het ideaal van de Vrijheid.
Tot slot een woord over die Vrijheid: hiervoor zei ik iets over de manier waarop individuen hun Vrijheid opeisen, met “Ik” als centraal punt waar alles om draait; uitspraken als :”dat bepaal ik zelf wel”, en “ik maak zelf wel uit wat goed voor me is”, zijn voor iedereen herkenbaar.
Als Corona ons echter in dat licht een ding heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alle vrije individuen worden onvrij als gevolg van het ieder voor zichzelf gedrag van al die vrije individuen. Je zou dat de dictatuur van het eigenbelang kunnen noemen. En dat is dus niet de Vrijheid waar de slachtoffers van oorlogen, zeker niet de Tweede Wereldoorlog, voor zijn gevallen en nog steeds vallen.
Het Vrijheidsbegrip waar dat om ging, dat voor iedereen geldt, is dat van collectieve vrijheid: van een vrij land, een land van vrijheid in verbondenheid en gebondenheid, waarin iedereen als burger dezelfde rechten en plichten heeft, waarin iedereen op dezelfde manier gehouden is aan dezelfde regels, en waarin iedere kiezer invloed heeft op het bestuur (parlement, gemeenteraad) die de regels opstelt.
Dat is een van de kenmerken van de democratische rechtsstaat, in tegenstelling tot een totalitair regime, waarin de regels worden gesteld zonder invloed van de burger, de bevolking. De zware plichten die dat besef juist ook legt bij het gekozen bestuur, kunnen niet genoeg worden benadrukt.
Want hierbij hebben we het over de collectieve Vrijheid, die werd herwonnen bij het einde van de Tweede Wereldoorlog;
dat is de Vrijheid die nog altijd noodzaakt om tegenstand te bieden als die wordt aangevallen,
dat is de Vrijheid die grenzen stelt aan onverdraagzaamheid opdat verdraagzaamheid blijft, die verscheidenheid mogelijk maakt,
dat is de Vrijheid waarvoor verzetsstrijders zich hebben ingezet, en voor zijn gestorven;
dat is de Vrijheid waarvoor ontelbare burgers en soldaten hebben geleden, gevochten en het leven hebben gelaten.
Dankuwel
Speech Mariakerk Volendam
Vandaag kijken we terug op onze geschiedenis, op het einde van de oorlog die ons land toen beheerste, en herdenken we de slachtoffers van die oorlog en alle andere oorlogen. We kijken terug en herdenken het leed van toen, en realiseren ons door de oorlog nu in Europa, in de Oekraïne, dat de toen herwonnen Vrijheid niet vanzelfsprekend is. Uit de gedichten van de kinderen van groep 7 A van de Springplank klinken deze dingen duidelijk door.
Deze gedichten van Esmee, Fenna, Olivia, Tara, en Maxime, ze hebben indruk op me gemaakt; ze zijn concreet, roepen op tot actie en vragen aan ons, volwassenen, om het goede te doen, het goede voorbeeld te geven. De liederen van de Zangertjes van Volendam roepen op tot bruggen bouwen naar elkaar, in moeilijke tijden, roepen op tot zelfreflectie, en daarbij gaat het in beide gevallen om de wereld voor elkaar en met elkaar een betere plaats te maken.
Deze oproepen sluiten volledig aan bij het jaarthema van de nationale Herdenking, Vrijheid in Verbondenheid. Ze sluiten net zo goed aan bij de vier waarden die dit jaar centraal staan vanwege het herdenken van de eerste vrije statenvergadering in 1572: naast Vrijheid en Verbondenheid, ook Verdraagzaamheid, en Verscheidenheid.
Ik lees in de gedichten veel dat verband houdt met deze waarden. Veel gedachten en een besef waar ik dankbaar voor ben, omdat er nadenken over jezelf en de ander in doorklinkt, omdat er bewustzijn van de betekenis van vrijheid uit spreekt, omdat er aspecten van vrijheid worden belicht die dieper gaan dan alleen het wensen van vrijheid voor jezelf.
Het komt ook op me over als een oproep om het leven in vrijheid ook hier met elkaar opnieuw uit te vinden: het gaat niet alleen over ver weg en vroeger, het gaat juist over ons, met elkaar, hier en nu.
Veel van wat ik las kwam op me over als een diepe wens voor Verdraagzaamheid: dat iedereen zichzelf mag zijn, de groepsdruk voorbij, dat er vrijheid voor iedereen is, een veilig en vrij leven ook als je anders bent dan het standaard-beeld.
Over Verdraagzaamheid, tolerantie, de open samenleving en haar vijanden, en daarmee de noodzaak om de tolerantie, de verdraagzaamheid te verdedigen, schreef de filosoof Karl Popper in 1945 over wat hij de Tolerantie-paradox noemde:
“Unlimited tolerance necessarily leads to the disappearance of tolerance. For if we extend unlimited tolerance even to the intolerant, if we are unwilling to defend a tolerant society against the attacks of intolerance, then the tolerant will be destroyed and tolerance with them”.
In mijn vertaling is dit: Onbeperkte tolerantie leidt onafwendbaar tot het verdwijnen van die tolerantie. Als we immers onbeperkte tolerantie toepassen ook naar hen die intolerant zijn, als we een tolerante gemeenschap niet willen verdedigen tegen aanvallen van intolerantie, dan worden de tolerante mensen vernietigd en met hen de tolerantie zelf.
Hier zit zeker in onze tijd van polarisatie en onverdraagzaamheid het voortdurende dilemma, het dilemma van in de eerste plaats al die degenen, inclusief ikzelf, die zich verantwoordelijk weten voor het functioneren van onze democratie, de rechtsstaat en de 4 waarden: om die hoog te kunnen houden, moet de samenleving worden verdedigd tegen dat wat haaks staat op die waarden, op de vrijheid en verdraagzaamheid, ook al lijkt dat verdedigen soms zelf in strijd juist met die waarden.
Maar als we binnen onze democratie de vrijheid en verdraagzaamheid niet verdedigen, als we polarisatie, extreme standpunten en onverdraagzaamheid naar anderen toestaan en laten bestaan, gaat in de volle breedte ons vrije, tolerante leven, onze gemeenschap en uiteindelijke onze nationale democratische rechtsstaat ten onder.
In de tweede plaats doet dit dilemma een appel aan ons allen, als burger: wij zullen ieder voor onszelf op moeten staan tegen intolerantie en onvrijheid, grenzen stellen en daaraan vasthouden, omdat anders juist Vrijheid voor ons allemaal en Verdraagzaamheid ten opzichte van iedereen, verloren gaan.
Dat is, blijkt uit de gedichten van de kinderen, niet de wereld waarin zij willen opgroeien. Zij doen een zeker zo groot appel op ons om hier en nu, voor het te laat is, te beginnen met te werken aan een betere wereld.
Dat is ook wat passend zou zijn in de nagedachtenis van het leed, de pijn en de rouw van al diegenen die hun leven verloren omdat zij vochten voor onze Vrijheid.
Speech Pellersplein Volendam
Op het enorm grote monument in Bastogne, in de Ardennen, waar in de Tweede Wereldoorlog zeer zwaar is gevochten en enorme verliezen aan mensenlevens zijn geleden aan zowel geallieerde als aan Duitse zijde, staat onder andere de volgende tekst:
In mijn eigen onbeholpen vertaling:
Van de grootsheid van de daad van deze doden en van allen die hier vochten, mogen de nu levenden slechts getuigen door toegenomen toewijding aan de vrijheid waarvoor zij moedig het vuur in zijn gegaan.
Zonet hebben we in de Mariakerk prachtige gedichten en gedachten horen voordragen door kinderen die heel goed begrijpen waar Vrijheid over gaat, wat die Vrijheid is waarvoor velen zijn gestorven, kinderen die inderdaad in woord getuigen van die Vrijheid. De Vrijheid die we in dit jaar in het bijzonder in het licht zien van de waarden Verbondenheid, Verscheidenheid, en Verdraagzaamheid, omdat 450 jaar geleden de eerste Vrije Statenvergadering in Nederland werd gehouden.
De gedichten en gedachten van de kinderen geven hoop, want het besef dat Vrijheid niet vanzelfsprekend is, klinkt er duidelijk in door. Als we er bij stil staan, en er met elkaar over praten. Misschien ook wel omdat we vaak in ons dagelijks leven andere dingen ervaren; dat we in onze daden vaak niet getuigen van het besef hoe belangrijk ieders vrijheid is.
De technologische middelen, Facebook, twitter, instagram, alle sociale media die onze individualisering en mogelijkheden om ons eenzijdig te uiten, zeer hebben vergroot, hebben, lijkt me, juist vaak iets anders dan vrijheid voor iedereen als gevolg:
-want mijn Vrijheid (om te zeggen, uiten, doen wat ik wil) is het enige dat telt, niet de wederkerigheid in relatie tot de vrijheid van elke ander.
-want mijn eigenheid, mijn cultuur staat centraal, niet de Verscheidenheid en het onmetelijke aantal eigenheden van alle andere mensen die er ook mogen zijn.
-want Verdraagzaamheid moet er zijn naar mij, ik moet met al mijn aardigheden en eigenaardigheden worden geaccepteerd en getolereerd; de ander moet mij alle ruimte geven, zonder dat ik de plicht of verantwoordelijkheid voel datzelfde ook de ander te bieden of te gunnen.
-want Verbondenheid geldt vooral mij en binnen mijn eigen groep; wat niet tot onze groep behoort sluiten we buiten, in plaats van ook met andere groepen verbonden te willen zijn.
Praten over vrijheid, over verdraagzaamheid, verbondenheid en verscheidenheid, vraagt net zoveel gedrag dat daarbij hoort. Getuigen gaat ook over woord en daad, doen wat je zegt en zeggen wat je doet.
Want alle slachtoffers van de Tweede wereldoorlog en de oorlogen die we gedenken, zijn gevallen om als land vrij te zijn, opdat alle mensen daarbinnen in vrijheid samen kunnen leven. Daar gaat de tekst over die ik aan het begin aanhaalde:
We zijn de permanente zoektocht naar vrijheid voor iedereen in ons vrije land in elk geval verschuldigd aan allen die voor onze Vrijheid hun leven lieten; de Vrijheid die wij zo gewoon vinden, op alle vlakken, maar die er niet kan zijn zonder onze democratische rechtsstaat.
Juist in dit jaar, na de ingrijpende maatregelen ten gevolge van de corona-pandemie, en met alle andere grote uitdagingen door een nieuwe oorlog zo dichtbij in Oekraïne, zien we hoe belangrijk het is dat wij in een democratie leven; met ook hele grote uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, armoede, voedselvoorziening, en de uitdagingen op het sociaal maatschappelijke vlak, zoals racisme, uitbuiting, en algehele verruwing: met al die uitdagingen staan we allemaal en met elkaar aan de lat om in Verbondenheid, Verdraagzaamheid en Verscheidenheid ons samen-leven in Vrijheid opnieuw vorm en inhoud te geven.
Met alle rechten en plichten die voor allemaal gelijk gelden, zoals de gedichten van de kinderen zo mooi verwoorden, omdat we allemaal in dezelfde Vrijheid mogen leven: de Vrijheid van een vrij land.