Opdracht verliesgevend: toch moet bouwer aan de slag met 50 woningen
De Oirschotse bouwer De Meeuw mag een door kostenstijgingen verliesgevende opdracht van de gemeente Purmerend niet teruggeven. Op straffe van een dwangsom moet het aan de slag met de vijftig woningen.
Dat heeft de rechtbank in Haarlem bepaald in een kort geding tussen de gemeente Purmerend en De Meeuw.
De Meeuw bouwde op basis van een in 2018 gewonnen aanbesteding al zo’n tweehonderd tijdelijke woningen in Purmerend. Over een project voor nog eens ongeveer vijftig van dergelijke huizen voor statushouders en andere spoedzoekers ontstond dit jaar een hoogoplopend conflict.
Hout en aluminium ‘extreem’ duurder
Oorzaak was de sterke stijging van de bouwkosten onder invloed van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne. Vooral voor hout, aluminium kozijnen en installaties was volgens De Meeuw sprake van ‘extreme prijsstijgingen’. De normale prijsindexatie op basis van CBS-gegevens zou daarvoor niet volstaan.
De prijscompensatie die de gemeente wilde bieden was volgens De Meeuw echter onvoldoende. Het bedrijf zou daardoor verlies lijden op het project. Nadat de gemeente een voorstel voor een alternatief bouwplan afwees, gaf de Oirschotse bouwer de opdracht in september terug.
Een door de gemeente voorgestelde aangepaste opdracht werd vervolgens door De Meeuw niet geaccepteerd. Het zou als gevolg van de onvoorziene prijsstijgingen niet gehouden zijn aan de in 2018 afgesloten overeenkomst.
De rechtbank Noord-Holland denkt daar anders over. Gezien de welwillendheid van de gemeente Purmerend om mee te denken over de onvoorziene kostenstijgingen zou een overeenkomst met een gewijzigde prijs haalbaar moeten zijn, meent de rechtbank. Daarop vooruitlopend bepaalt de rechter dat de gemeente en De Meeuw de extreme kostenstijgingen voor energie en materialen voor de nog te bouwen woningen moeten delen.
Dwangsom 10.000 euro per dag
De rechtbank dwingt De Meeuw om het bouwproject weer op te pakken. Voor elke dag dat het in gebreke blijft, moet het 10.000 euro betalen tot een maximum van 1 miljoen euro.
De woningen moeten er in het tweede kwartaal van 2023 staan. De rechtbank stelt een uiterste termijn van 150 dagen nadat de bouwvergunning definitief is verleend.
De Meeuw en de gemeente Purmerend gaan naar aanleiding van het vonnis met elkaar in gesprek. ,,We zijn blij dat de rechter begrip heeft voor de excessieve stijging van de bouwkosten”, laat de directie van De Meeuw weten. Het bedrijf zegt de uitspraak van de rechter te zullen volgen.
De Meeuw richtte zich in de afgelopen jaren sterker op woningbouw. De van origine verhuurder van tijdelijke huisvesting voor de (bouw)industrie, zorg en onderwijs maakte in 2016 zijn entree op de woningmarkt. Het bedrijf was een van de eerste met ‘tiny houses’ voor kleine huishoudens en arbeidsmigranten. Ze worden in principe gebouwd voor een periode van zo’n tien jaar. Daarna kunnen de bouwelementen worden hergebruikt.
