Waarom dit plan klopt – mét de feiten op tafel. De plannen voor het nieuwe stadskantoor en de invulling van het (oude) Tase-terrein roepen begrijpelijk vragen op. Over kosten, woningbouw, verkeer, alternatieve locaties — en zelfs over de vraag of een stadskantoor überhaupt nog wel nodig is. Juist daarom is het belangrijk om het hele verhaal te vertellen, gebaseerd op de openbare Business & Value Case en de feitelijke uitgangspunten.
De kern is helder
De gemiddelde jaarlijkse exploitatielasten van een nieuw stadskantoor zijn lager dan bij het in stand houden van de huidige situatie. Uit de publieke Business Case blijkt dat:
- de huidige situatie met meerdere panden leidt tot gemiddelde lasten van circa € 1,9 miljoen per jaar;
- nieuwbouw op het Tase-terrein uitkomt op circa € 1,46 miljoen per jaar.
Dat betekent een structureel verschil van ongeveer € 440.000 per jaar in het voordeel van nieuwbouw, berekend over een periode van 20 jaar. Daarbij is bewust conservatief gerekend: mogelijke extra besparingen door lagere energielasten of efficiënter beheer van één gebouw zijn hierin nog niet eens meegenomen. Die besparing ontstaat vooral doordat de gemeente nu verspreid werkt over zes verschillende locaties, met verouderde panden die hoge onderhouds- en energiekosten kennen. Het nieuwe stadskantoor wordt bovendien compacter: het totale vloeroppervlak gaat terug van circa 5.700 m² naar ongeveer 4.800 m². Dat is een krimp van bijna 900 m², terwijl alle functies wél onder één dak worden gebracht. Dan de vraag die ook steeds terugkomt: “Hebben we überhaupt nog wel een stadskantoor nodig?”
Het idee dat “alle ambtenaren weg kunnen” of “alles wordt vervangen door AI” klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is geen realistisch uitgangspunt voor bestuur. De gemeente is geen fabriek die je uitzet. Dagelijks wordt gewerkt aan vergunningen, jeugdzorg, Wmo, veiligheid, handhaving, financiën, woningtoewijzing en directe dienstverlening aan inwoners. Dat werk verdwijnt niet. En die verantwoordelijkheid kan niet worden overgenomen door een algoritme. AI kan ondersteunen en processen slimmer maken — en dat gebeurt ook — maar neemt geen besluiten, draagt geen verantwoordelijkheid en legt geen verantwoording af aan inwoners of de gemeenteraad.
Juist daarom wordt hier gekozen voor:
- één compact stadskantoor in plaats van zes versnipperde panden;
- minder vierkante meters, lagere kosten en efficiënter werken;
- een toegankelijke plek waar inwoners terechtkunnen.
Dit plan gaat niet over “meer ambtenaren”, maar over slimmer, goedkoper en toekomstbestendig organiseren.
Dan de veelgehoorde vervolgvraag: “Waarom niet op een andere plek?”
Andere locaties zijn onderzocht, maar afgevallen op eigendom, kosten en uitvoerbaarheid. Gronden zoals de Purmer en De Lange Weeren zijn geen eigendom van de gemeente. Dat betekent dat daar eerst grond moet worden aangekocht tegen marktprijzen, voordat überhaupt gebouwd kan worden. Alleen die grondaankoop kost al miljoenen en maakt een stadskantoor of woningbouw op die plekken aanzienlijk duurder en structureel zwaarder voor de gemeentelijke begroting.
Het Tase-terrein is wél gemeentelijke grond en dat maakt het mogelijk om:
- zonder dure grondaankoop te ontwikkelen;
- functies te combineren;
- de jaarlijkse lasten juist te verlagen in plaats van te verhogen.
Het plan gaat bovendien over méér dan één gebouw. Door alle gemeentelijke functies samen te brengen op het Tase-terrein:
- komen locaties zoals de Knoopdreef, Deimpt en Veermanlaan vrij;
- ontstaat daar ruimte voor woningbouw en andere maatschappelijke functies;
- krijgt de gemeente één herkenbaar en toegankelijk adres voor inwoners.
Op het Tase-terrein zelf wordt gekozen voor een integrale gebiedsontwikkeling, met:
- circa 62 sociale appartementen voor starters en senioren;
- circa 500 m² commerciële ruimte;
- een parkeergarage met ongeveer 284 parkeerplaatsen.
Die parkeergarage is geen luxe, maar een noodzakelijke randvoorwaarde. Door de ligging naast het FC Volendam-stadion gelden hier wettelijke geluidsnormen. Zonder geluidsbuffer is woningbouw op deze plek financieel niet haalbaar, zeker niet in het sociale segment. Daarnaast helpt deze oplossing om de verkeers- en parkeerdruk in de woonstraten rondom het stadion te verlagen. Bezoekers worden geconcentreerd op één centrale plek, in plaats van zoekverkeer door de wijk. In samenhang hiermee wordt ook gekeken naar vergunningparkeren voor omwonenden. BVNL zal zich hier 100% voor inzetten, zodat bewoners daadwerkelijk voorrang houden in hun eigen buurt.
Per saldo betekent dit:
- eindelijk invulling geven aan dit jarenlange dossier
- lagere structurele huisvestingskosten voor de gemeente;
- meer ruimte voor woningbouw, zowel op het Tase-terrein als op vrijkomende locaties;
- minder parkeer- en verkeersdruk voor omwonenden;
- een juridisch en financieel houdbare invulling van een complex gebied;
- een toekomstbestendige keuze voor de hele gemeenschap.
Dit is geen prestigeproject en geen eenvoudige keuze, maar een rationele langetermijnbeslissing.
- Financieel verantwoord.
- Ruimtelijk logisch.
- Met oog voor inwoners én omwonenden.
En daarom hebben wij ingestemd met dit plan.