
Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
We spreken af aan het begin van de Kastanjevesting, ter hoogte van de Gevangenpoortsteeg. Jacco komt aangelopen vanaf het Volendammerpadje. We zwaaien met onze paraplu’s als blijk van herkenning. We hadden elkaar nog niet eerder ontmoet. “Dus zo voelt het om een ‘blind date’ te hebben”, zegt Jacco lachend. “Dat kunnen we dan ook weer van ons lijstje afvinken.” De toon is gezet en we lopen de vesting op richting het busstation. We staan stil bij een van de woningen halverwege de vesting.
Dokterswoning Reilingh
“Ik ben opgegroeid in het witte huis bij het gemaal aan de Purmerdijk. Mijn kleuterschool zat in een noodgebouw naast de bibliotheek in Edam en mijn lagere schoolperiode bracht ik door op de Molenakker in de Molenbuurt.” Toen ik vertelde dat ik op de school er pal naast had gezeten, konden we smakelijk lachen om de sneeuwballengevechten die in de winter over het scheidingsmuurtje tussen beide scholen werden gehouden. “Als ik met mijn moeder naar school fietste, gingen we over deze vesting en zwaaiden we altijd naar mevrouw Reilingh, die dan bij het raam zat. Volgens mijn moeder kwam zij bij ons thuis vlak na mijn geboorte.” Waarschijnlijk in een ondersteunende rol voor haar man, dokter. Reilingh. Dat kenmerkt de start van Jacco’s leven in Edam en dus eigenlijk ook van ons ‘vestinkie om’.
Taxi
De kermissen zijn voorbij, de laatste zomerse zonnestralen hebben geschenen op het feestgedruis en de regen valt nu met bakken uit de hemel. Dat neemt niet weg dat wij met onze paraplu’s in de aanslag de vesting helemaal rondlopen. Toch heb ik bewust voor dit nazomerse moment gekozen om Jacco uit te nodigen. Aangezien hij met zijn taxibedrijf in de afgelopen weken ongetwijfeld veel feestgangers veilig naar huis heeft mogen brengen. Klopt mijn romantische beeld van de diepgaande gesprekken die je dan voert met de passagiers, zoals in het programma ‘Taxi’, dat vroeger door Maarten Spanjer werd gepresenteerd?
Zonnebloem
“Ik ben begonnen met het rijden voor de Zonnebloem. Samen met Mart Leek verzorgde ik de rolstoelbussen en zodoende heb ik tientallen jaren met enorm veel plezier bijgedragen aan een stukje ontzorgen voor deze dankbare doelgroep. En eerlijk, mooier dan dit wordt het niet.” Inmiddels is Jacco onderdeel van een andersoortig vervoersbedrijf, waarvan ook veel jongeren gebruikmaken. Op evenementen als de TT Assen, concerten en dus ook de kermis wordt het wagenpark goed ingezet. Daarbij is Jacco graag aanwezig op de werkvloer om in verbinding te staan met zijn klanten. “Hoe die jongeren mij in vertrouwen nemen en wat voor een band je dan creëert, is echt heel bijzonder. Dus dat beeld dat jij hebt van dat programma, dat herken ik zeker. Maar er zitten ook enorm veel schunnige verhalen tussen, want jongeren met drank op, dat zorgt dan weer voor hele andere verhalen.”
De tijd vliegt
Als we bij de Grote Kerk aankomen, staan we, net als vele andere medewandelaars, even stil bij de dierbaren die daar hun laatste rustplaats hebben. “Toch grappig dat het gesprek een hele andere wending krijgt dan dat ik had voorbereid”, zegt Jacco verbaasd. Het verraste mij dan weer dat een medewandelaar een tekst heeft voorbereid! Nieuwsgierig als ik ben, staan we halverwege de Noordervesting even stil en nemen we onder onze paraplu’s samen de keurig geformuleerde tekst op Jacco’s telefoon door. We staan ongeveer ter hoogte van het halfronde appartement met blauwe palen, aan de stadskant. Het gesprek gaat verder over hoe Jacco hier met zijn huidige partner Wendy voor het eerst ging samenwonen. “Anderhalf jaar later verhuisden we naar de Floris Simonszstraat, waar onze dochters Imke en Fenna zijn geboren. Die zijn inmiddels ook alweer volwassen. Wat vliegt de tijd!”
Jeugdherinneringen
Zowel Jacco’s meiden als hijzelf hebben een heerlijke jeugd beleefd in Edam. “Ik was zelf veel buiten. Deed aan crossfietsen en kanoën. Edam vanaf het water bekijken. En later de vrijdagavonden op de jeugdclub van de Gereformeerde kerk op het Groenlandje en daarna door naar de Prinsenbar of de Movies in Volendam.” En toen de kinderen klein waren, kregen zij op hun beurt weer een fijne jeugd in Edam. “Ik herinner me nog dat ik met Fenna ging fietsen en dat ze voorop de fiets zat, terwijl ik haar de Speeltorenklok vanuit verschillende kanten liet zien. En hoe ik haar in mijn armen helemaal bovenin de Grote Kerk heb gedragen om vanaf die grote hoogte het prachtige uitzicht te bewonderen.”
Het laatste woord
Met Jacco’s geschreven tekst als bron eindig ik mijn schrijven met zijn letterlijke, mooie afsluitende woorden: “Edam is voor mij niet zomaar een mooie stad. Het is mijn jeugd, mijn thuis, mijn gezin en een groot deel van mijn leven. Wat is Edam toch mooi.”