H. werd er door het Openbaar Ministerie (OM) van verdacht dat hij tussen 2007 en 2011 seksueel misbruik zou hebben gemaakt van zijn toen minderjarige dochter. Het Openbaar Ministerie (OM) had op basis van twee getuigenverklaringen en een vastgelegd chatgesprek een gevangenisstraf van 18 maanden tegen H. geëist, waarvan 6 voorwaardelijk. De rechtbank oordeelde echter dat de twee getuigen vooral hebben verklaard over wat ze van het vermeende slachtoffer hebben gehoord. Een Whatsapp-gesprek dat als ondersteunend bewijs had moeten dienen, was daarnaast ouder dan alle strafrechtelijke beschuldigingen tegen hem.
Hier het hele Premium artikel op de site van het NHD.