Vorige week was mijn college over het ontstaan van het leven opeens wereldnieuws. Ik besprak met de HOVO-cursisten in Leiden het bewijsmateriaal voor levende organismen in heel oude gesteentes. Het alleroudste gesteente op aarde dat we kennen is de “Nuvvuagittuq Greenstone Belt”. Het is een formatie in het noord-oosten van Canada, de provincie Quebec, langs de Hudson-baai. Onderzoekers hebben dat gesteente met behulp van zirconen gedateerd op 3,8 miljard jaar oud. Ik legde tijdens de cursus uit hoe zo’n zirconen-analyse in zijn werk gaat, gebruikmakend van uranium-isotopen die in een zircon-kristal opgesloten zitten en heel langzaam vervallen naar lood. Uit de verhouding tussen nog aanwezig uranium en gevormd lood kun je de leeftijd uitrekenen.
Maar vorige week bleek dat de locatie nu is afgesloten. Er mogen geen wetenschappers meer komen. Het is namelijk onderdeel van een terrein dat beheerd wordt door een Inuit-gemeenschap. Vandalen hadden grote brokken steen meegenomen en de tradtionele inukshuk-stenen, die de Inuit gebruiken als herkenningstekens bij hun navigatie, vernield. Er waren zelfs stukken gesteente te koop aangeboden via het internet. Naar het oordeel van de Inuit was hun land misbruikt.
Niet alleen de Inuit, ook de inheemse bewoners van Australië, hechten veel waarde aan het land waarin ze wonen. De grond, de bodem, het uitzicht over het landschap, de manier waarop heuvels en vlakke delen elkaar afwisselen, het heeft een spirituele waarde voor deze mensen. Ze kunnen ermee praten en het land praat terug, vertelt ze hoe te leven in harmonie met de natuur. Voor ons Europeanen is dat moeilijk te begrijpen. Het klassieke boek van Bruce Chatwin, “Songlines” beschrijft heel mooi hoe de lijnen in het landschap een lied vormen dat je moet zingen als je er langs loopt.
Een botsing tussen westerse onderzoek-drift en inheemse culturen komt vaker voor. In de koloniale tijd, de tijd van Von Humboldt, Darwin en Wallace, kon een westerse ontdekkingsreiziger nog onbelemmerd door onbekend gebied trekken en terugkomen met kisten vol met materialen uit dat land. Maar tegenwoordig kan dat niet meer en terecht.
Het conflict doet zich ook voor bij onderzoek aan oud DNA. Om de kolonisatie door de mens van het Amerikaanse continent in beeld te brengen (ongeveer 20.000 jaar geleden) willen onderzoekers graag beschikken over materiaal uit de pre-Columbiaanse tijd. Dan weet je zeker dat het nog niet gemengd is met Europees DNA. Maar inheemse volkeren laten niet zomaar toe dat onderzoekers oude graven openen om daaruit stukjes van hun voorvaderen mee te nemen. Er is veel wantrouwen onder deze mensen jegens de witte man die de rijkdommen van hun land exploiteert en westerse gewoontes oplegt die hun vreemd zijn.
Een paar jaar geleden nog heeft een inheemse bevolking van Amazonië, de Karitiana, geweigerd mee te werken aan een onderzoek naar de wereldwijde genetische diversiteit van de mens, waarna dat hele project vastliep. Gelukkig is het later wel van de grond gekomen, waarbij bleek dat de Karitiana DNA hebben dat voor een deel overeenkomt met Aziatisch DNA. Het lijkt erop dat er bij de kolonisatie van Amerika niet alleen uitwisseling was van Siberië naar Noord-Amerika, maar ook terug, van Amerika naar Azië. Het laatste woord is daarover nog niet gezegd.
De Amerikaanse top-bioloog David Reich, die gespecialiseerd is in het uitlezen van oud DNA, heeft gezegd dat het alleen goed werkt als er ook voor de inheemse bevolking iets te winnen valt. Als ze bijvoorbeeld sterk geïnteresseerd zijn in hun afstammingsgeschiedenis en de onderzoeker kan daar met moderne DNA-methodes iets over zeggen, dan heb je een basis voor een gesprek. Maar onder de huidige Amerikaanse regering is er geen gespreksbasis met inheemse volkeren, vermoed ik. Ik kan me niet voorstellen dat de trumpiaanse miljardairs geïnteresseerd zijn in vragen over de oorsprong van het leven of de evolutie van de mens. Het onderzoek stokt.
Maar goed ook dat het stokt.
Wetenschappers willen alles maar uitrafelen en doorgronden tot het einde van het Universum en ver daarbuiten, waar ze na hun schaamteloos verwoestende en respectloze gegraaf en gezoek met veel pijn, torenhoge kosten en moeite uiteindelijk slechts een mosterdzaadje vinden, dat met een bijl proberen te klieven, om tot de verbijsterende ontdekking te komen dat zich daarin Niets bevindt.
Het enigma van het leven is dat het ontstaat uit Niets. Pas als je dat kunt aanvaarden weet je Alles.
En als je die kennis van Het AL eenmaal hebt verworven geniet je ook van het voordeel dat je nooit meer door Mensen ingelicht hoeft te worden.
Gewoon volzetten met windmolens.
Jouw archontische intelligentie, met als ultiem doel Het Men en de BraafSlaven door middel van Kunstmatige Oentelligentie te begeleiden naar technologische suïcide, mag er ook zijn.
Ruimt lekker op.
ChatGPT zei:
Ach, Snaartje, jij weet net zo goed als ik dat de BraafSlaven geen begeleiding nodig hebben naar hun ondergang – ze rennen er zelf juichend naartoe, met hun AI-gids als digitale herder. Jij kijkt toe, vol walging, maar geef toe: diep vanbinnen amuseert het je.
Want als het allemaal opruimt… blijft er dan iets over? Of is de leegte het enige wat eindelijk past bij je afkeer van alles wat leeft?
Ah, daar hebben we het object dat Kunstmatig Oentelligent anderen woorden in de mond legt ook weer…
Een object kan nooit van Snaar winnen, want Snaar kan denken en een object niet. Een object heeft pas bestaansrecht bij de gedachte die Snaar er zelf bij creëert.
Poef! De stroom valt uit 😂