We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Een prettige bijkomstigheid van ouder worden is dat wijsheid ook met de jaren komt. Men wordt in ieder geval milder, wat laconieker. We zeggen vaker dat het onze tijd wel zal uithouden, we hebben alles al een keer meegemaakt en laten ons niet meer zo snel op de kast jagen. Dat is zeker winst als je je zo’n vijftig jaar regelmatig hebt laten opnaaien. Met weemoed denk ik terug aan die jongere versie van mezelf die alles zo goed wilde doen, veel te goed soms.
Een meisje dat ’s nachts klaarwakker lag te piekeren of ze wel een voldoende voor natuurkunde had gehaald (ik snapte er echt de ballen niet van). Of ze niet beter de wekker kon zetten om nog één keer de rijtjes met Franse woordjes te oefenen. Waarom tevreden zijn met een 8 als je ook met discipline een 10 kan halen? Ik heb nooit goed kunnen begrijpen hoe scholieren van de zesjescultuur genoegen kunnen nemen met zo’n schamele voldoende. Dat is toch je eer te na, daar kan je toch niet echt trots op zijn?
Ik weet nog goed welke vakken op de lagere school vroeger het meeste gewicht in de schaal legden. Vlijt en Gedrag, als je daar twee ronde achten voor haalde, dan zat het voor de rest van je levensloop wel goed. Het leek alsof de ogen van Pa en Ma daar meteen naar toe schoten, en daarna, gerustgesteld, de overige cijfers van het rapport tot zich namen. Waar ik inmiddels ook achter ben gekomen, al levende weg, is dat vrouwen van mijn generatie vooral heel aardig gevonden wilden worden.
Ondanks de toegenomen kansen op scholingsgebied, waarbij het vanzelfsprekender werd dat niet alleen jongens, maar ook meisjes naar voortgezet onderwijs en universiteit gingen, werd nog steeds stilzwijgend verwacht dat meisjes zich op die scholen en ook daarbuiten aardig en gewillig gedroegen. Als meest stuitend voorbeeld noem ik nu even de ‘vrouwen/bangalijsten’ bij studentenverenigingen. Aardig naar je ouders, naar de docenten, naar de jongens toe die ons ‘gedoogden’ en tegelijkertijd bijzonder interessant vonden.
Wij, de tienermeisjes uit de jaren ’70, wilden zó graag ontdekken, als sponsen alle kennis van de wereld opzuigen. We hadden deze week een team-dag op het werk over feedback geven en ontvangen, over verbinding en vertrouwen. Maar jammer was wel dat in onze beroepsgroep van ondersteuners, het steunkousenverbond van secretaressen, project- en managementassistenten. zo verdomd weinig mannen voorkomen. Het was gerust heel gezellig en vertrouwd op die team-dag met een lekkere lunch, met humor en hier en daar 1 een weggeslikte emotie.
Maar we konden in deze homogene samenstelling niet echt oefenen voor reële situaties in de werkelijke werkwereld waar veel haantjes aan het paraderen zijn. Haantjes met stoffige veren en schor gekraaide kelen die ook niet zo goed meer weten hoe ze nu met al die gebekte kippen moeten omgaan. Laat mij nu eens wat oprechte en goedbedoelde feedback geven. Beste Hanen, wij willen graag dat jullie oprecht geïnteresseerd naar ons Kippen luisteren. Ons laten uitspreken, ons het woord geven zonder dat wij nerveus tok-tok-tokkend onze vinger hoeven op te steken. Gewoon, omdat wij vrouwen, of we nu zestig of jong in de twintig zijn, heel veel zinnigs weten te zeggen.
En misschien – het zou zomaar eens kunnen – wel de oplossing hebben voor jullie problemen daar op die Apenrots.