Een ondernemer uit Purmerend moet ruim € 2.100 aan coronasteun terugbetalen. De man kreeg in 2020 een Tozo-uitkering voor maart, april en mei. Jaren later controleerde de gemeente of hij daar recht op had en vroeg om financiële documenten. Omdat volgens de gemeente niet alle gegevens waren aangeleverd, werd de steun eerst volledig ingetrokken en ruim € 3.100 teruggevorderd.
Tijdens de rechtszaak leverde de ondernemer alsnog extra stukken aan. Daaruit bleek dat hij in april verlies had en dus recht had op steun in die maand. Voor maart en mei waren er volgens de gemeente genoeg inkomsten, waardoor uiteindelijk €2.104,64 moet worden terugbetaald. De rechtbank stelde wel vast dat de gemeente een fout maakte doordat de ondernemer in bezwaar niet mondeling kon worden gehoord. Dat veranderde de uitkomst niet, omdat hij zijn verhaal later alsnog kon toelichten.
Omdat er geen extra bewijs was dat zijn uitleg ondersteunde, blijft de terugvordering staan en is het beroep afgewezen.
Lees hier de gehele uitspraak.