Ik dacht, laat ik mijn eigen Landsmeerse canon eens bedenken. Om het begrip “canon” wat beter te begrijpen zoek ik eerst eens op wat dat woord eigenlijk betekent. Dit dus: Het woord “canon”, met de klemtoon op de eerste lettergreep, betekent oorspronkelijk “richtlijn” of “maatstaf”. De “canon” gaat over culturele en historische onderwerpen die we als samenleving belangrijk genoeg vinden om aan nieuwe generaties en nieuwe inwoners mee te geven. Zo, die zit.
—
Ik ga eens denken over mijn persoonlijke canon, al weet ik dan niet wat een ander aan deze canon heeft. Niet veel dus, maar het is wel leuk om mijn leven tot nu eens kort op een rijtje te zetten. Mijn leven en vooral de meest belangrijke feiten die mijn leven in Landsmeer maakten tot wat ze uiteindelijk geworden is. En dat is, als je het globaal bekijkt, niet veel natuurlijk, maar voor mij is het dat wel. Logisch.
Sinds ik geboren ben woon ik in Landsmeer, het dorp lag er toen wat lullig bij, maar echt heel vroege herinneringen heb ik natuurlijk niet meer. Geboren op het Zuideinde eind jaren vijftig, het dorp ging nog een flink eind richting van wat nu Amsterdam Noord is. In 1966 is een gedeelte van het dorp geannexeerd door Amsterdam, waarom dat weet ik niet, maar de grens liep toen ineens verwarrend door onze wegsloot en de overkant was dus Amsterdam geworden.
Daar woonde Piet Goede, in het dorp bekend als Piet Plastic, hij had iets verder, achter de sigarenwinkel van zijn neef, of was het zijn broer, een bedrijfje met plastic producten opgebouwd. In de tuin van Piet stond tijdens de verkiezingstijd een promo bord ten behoeve van de ARP. Aan het huis hingen drie antennes aan een mast, het was een machtig mooi gezicht vanaf ons kleine, van een schuur tot huisje omgebouwde woning. Die antenne, die wilde ik ook wel.
Ik woonde daar alleen met mijn moeder JANNY, na tien jaar getrouwd te zijn met mijn vader Cas, had ze genoeg van hem en stuurde hem weg. Mijn OMA woonde naast ons en ik werd verwend tot op het bot, zeggen anderen. Alles mocht ik, alles deed ik en als ik op mijn paard zat, keek ik uit over de prairie. Door de koeien van buurman en schillenboer Toornstra heen, kon ik tot aan het kanaal kijken. Dat paard was de vensterbank van onze slaapkamer, mijn ene been hing in huis en mijn andere hing buiten, ik reed tientallen kilometers. In mijn gedachten net als Lucky Luke.
Nadat ik te oud werd voor de Pinokkioschool ging ik naar de Wagenmakerschool. Daar ging ook mijn vriendje HARM JAN heen, wat woonde hij in een groot huis en wat een warm welkom was het voor mij in die familie. Tegenover de school was de sigarenwinkel van Derlagen, later Visser. Vlak voor het naar school gaan kon je daar snoep kopen, snoep waarvan het Thunderbird-plaatje belangrijker was dan het snoep zelf. De Thunderbirds was een TV serie, met raketten, een reddingsteam, poppen en draadjes waarmee de poppen konden bewegen.
Die draadjes kon je op de tv van toen nog niet zien. Het duurde trouwens vrij lang voordat we, oma dus, een TV hadden. Bij mijn oma keek ik op zondag voor de eerste keer naar de Bosbrigadiertjes, Ivanhoe en Monitor met Ageeth Scherphuis, ze had een mooie stem. Het televisietoestel werd daar door “Ome Kreel” neergezet. Hij, die oude man met die grote oren, at bijna elke avond bij mijn oma; mannen die alleen woonden konden in die tijd niet echt zelf eten koken, koffie zetten en bier inschenken. Mijn oma deed dat wel, maar wel voor een kleine vergoeding, zoals dus bijvoorbeeld een TV toestel.
Dat TV toestel werd heel af en toe, bij belangrijke voetbalwedstrijden van Ajax, ook bekeken door vrienden van mijn moeder. En daar zaten we dan, met z’n allen bij oma voor de zwart-wit TV. Ik mocht dubbelspion kijken op dinsdagavond en later moest en zouden we elke dag om kwart voor zeven soms met een bord op schoot, de Fabeltjeskrant kijken. Bij “goed” weer kwam ik er achter dat je dan heel ver in de sneeuw de Duitse TV kon ontvangen, de antenne van Oma moest ik dan wel wat draaien richting het oosten. Een machtig moment om heel ver in de sneeuwerige ontvangst Rockpalast te zien.
Er was ook al snel een radio in huis. Kort na de scheiding kreeg mijn moeder de oude radio van haar zus DINA en zwager Klaas. Toen ik een keer de slaap niet kon vatten, vertelde ze dat ze net op het nieuws gehoord had dat Radio London er mee gestopt was. Het kwartje viel niet echt bij mij, viel wel daarna snel in slaap, maar mijn moeder dacht waarschijnlijk dat het voor mij belangrijk was. En dat was het ook wel, bleek later, kort daarna luisterde ik elke dag naar Radio Veronica, bij de tweede A van het woord Stavanger op dat radiotoestel, daar kon je de 192 meter horen. De radio is sindsdien nooit meer uit mijn leven verdwenen.
Kort daarna draaide ik zelf grammofoonplaatjes, mijn moeder deed om wat bij te verdienen herstelnaaiwerk bij een zus van haar moeder. OTTO is de volgende naam van mijn canon. Hij was de zoon in het huis daar en al wat ouder en kocht singeltjes. Van Stones tot Beatles en alles wat er tussen zat. Van tante Sijtje mocht ik in de huiskamer tijdens de herstelwerkzaamheden van mijn moeder die plaatjes draaien op het grote radio-ontvangtoestel. Op zijn slaapkamer in de van Beekstraat waren alle muren beplakt met fotohoesjes en afbeeldingen uit de Muziek Expres. Dat wilde ik ook.
Lang verhaal, ietsje korter, in december 1965 kocht ik mijn eerste Muziek Expres bij Batstra en de kamer was binnen korte tijd ook bekleed met foto’s. In die tijd bleef ik mijn moeder maar bestoken met het verzoek om een eigen pick-upje, die kochten we dan ook uiteindelijk in de van Beekstraat. En ook in december 1965 kocht ik mijn eerste drie singletjes bij de platenzaak op het Zuideinde, CONFORZA. Het leven was toen al compleet voor mij.
Met mijn nichtje MARGREET ging, of moest ik in de MAVO-tijd later vaak mee naar feestjes en soms een concert. Zodat ze daar als meisje niet alleen heen hoefde gaan. Het was een nachtconcert van Jethro Tull in het Concertgebouw en samen kochten we kleren in de stad. Hoge veelveterige schoenen, strakke manchester broeken en een tweedehands houthakkershemd, zo eentje die Neil Young ook aan had. Dat laatste was een armoedige brug te ver voor mijn moeder en het belandde al snel in de vuilnisbak.
Nadat Radio Veronica genoodzaakt was om te stoppen met haar uitzendingen vanuit de Noordzee had ik de wens om hetzelfde te doen, plaatjes draaien op de radio, maar dan vanuit de Breek. De meeste dromen zijn bedrog, maar deze kwam beetje bij beetje uit. Het resulteerde niet veel later in de Lokale Omroep Landsmeer.
Ik kwam namelijk jongens tegen die min of meer ook dezelfde hobby hadden en ik moet met name NICO noemen. Ik wist technisch niet zoveel, hij wist en kon alles en verbeterde alle dingen waar ik mee aan het prutsen was. Verder kwam ik Gert, Albert, Klaas en Cees tegen en Harm was ook van de partij. Nadat we Gerrie tegen kwamen in een bar in Oostzaan was het team compleet. We hadden de tijd van ons leven, maar realiseerden dat toen geen van allen.
De laatste grote gebeurtenis in mijn leven was het tegen komen van mijn LYNDA. Ook dat gebeurde via de muziek en de zender. Tien jaar later gingen we samenwonen in Landsmeer in een woning waar we nog steeds wonen. Inmiddels zijn we oma en ik een soort van opa geworden en na de pensionering is het hebben van twee KLEINKINDEREN het mooiste cadeau wat ik ooit kreeg.
—
Ik weet me niet zo veel meer te herinneren van Landsmeer 650 jaar, dat hoeft ook niet, ik weet genoeg andere belangrijkere dingen nog wel uit mijn leven, vandaar de canon in mijn leven. De letters van namen die in hoofdletters geschreven horen zeker in mijn “canon” te staan, maar ik zal vast wel iets of iemand over het hoofd gezien hebben.