De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is nog altijd niet uit de financiële gevarenzone. Het verwachte tekort neemt weliswaar af, maar blijft aanzienlijk. Waar eerder werd gerekend op een tekort van € 1,6 miljoen in 2026, ligt er voor 2027 nog steeds een gat van ongeveer € 1 miljoen. In 2025 was de begroting nog sluitend, maar de rek was eruit. Door oplopende kosten en onzekerheid over inkomsten kwam de organisatie onder druk te staan. Daarmee markeerde 2025 de overgang naar de tekorten vanaf 2026, al is het verwachte gat inmiddels door ingrepen binnen de organisatie iets verkleind.
Volgens directeur Saskia van den Broek: ‘Het was een pittig jaar waarin we na moesten denken over bezuinigingsopgaven, zijn verhuisd uit ons pand op het Prins Bernhardplein en de vacaturestop van kracht is geworden.’
Vacaturestop
Om de kosten te drukken zijn al maatregelen genomen. Zo is de uitbreiding van de brandweer deels uitgesteld en blijft de vacaturestop voorlopig gelden, waarbij alleen echt noodzakelijke functies worden ingevuld. Maar het probleem zit dieper. Er komt minder geld binnen vanuit het Rijk, onder meer door een korting op de bijdrage voor rampenbestrijding, terwijl extra geld voor veranderingen binnen de brandweer uitblijft. Tegelijk stijgen de kosten, bijvoorbeeld door personeel en inflatie, en staan ook gemeenten onder druk waardoor zij juist minder willen bijdragen. Alles bij elkaar zorgt dat voor een gat dat voorlopig nog niet weg is. Pas rond 2029 verwacht de veiligheidsregio weer een sluitende begroting.
Cyberaanvallen
Naast de financiële druk groeit ook een ander risico: cyberaanvallen. Volgens de veiligheidsregio nemen digitale aanvallen, zoals DDoS-aanvallen, toe en richten die zich steeds vaker op lokale en regionale overheden. Daarmee zijn ook organisaties in Zaanstreek-Waterland kwetsbaar voor dit soort verstoringen. Neem bijvoorbeeld een boa in Amsterdam die jarenlang vertrouwelijke gemeentelijke gegevens deelde met criminelen, met een woningbeschieting als gevolg. Of het datalek bij Ahold Delhaize, waarbij mogelijk personeelsgegevens zijn buitgemaakt. Ook de TU Eindhoven moest het onderwijs stilleggen na een cyberaanval en scholen in Zuid-Nederland kregen te maken met DDoS-aanvallen. Daarnaast zijn ook websites van gemeenten en provincies de afgelopen tijd doelwit. Volgens de veiligheidsregio kan zo’n digitale storing grote gevolgen hebben. Veel systemen zijn nodig om hulpdiensten goed te laten werken, zeker bij rampen. Daarom wordt er gewerkt aan betere beveiliging en systemen. Maar dat kost geld, en juist daar zit nu de druk.
Weerbaarheid
Naast cyberaanvallen ziet de veiligheidsregio ook andere dreigingen die steeds dichterbij komen in de gemeenten. Denk aan langdurige droogte en natuurbranden in de regio, maar ook aan hevige regen en wateroverlast. Ook een storing in stroom of telecom kan direct grote gevolgen hebben voor hulpdiensten in Zaanstreek-Waterland. Daarom wordt er meer ingezet op ‘weerbaarheid’. Gemeenten werken samen met de veiligheidsregio aan noodsteunpunten: plekken waar inwoners terechtkunnen bij bijvoorbeeld een grote stroomstoring. Ook wordt gekeken hoe bewoners zelf beter voorbereid kunnen zijn, met duidelijke informatie over wat te doen bij een ramp en hoe je je daarop voorbereidt. Tegelijk moet dat allemaal gebeuren met minder geld. En dus blijft het voorlopig passen en meten: meer risico’s in de gemeenten, maar minder financiële ruimte om daarop in te spelen.