Na een ‘APK-beurt’ voor onder meer dijken en kunstwerken in het werkgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier blijkt dat 220 kilometer aan keringen niet voldoet en 105 kunstwerken zijn afgekeurd. Respectievelijk gaat het om percentages van ruim 20 en 10 procent. Desondanks is er volgens het hoogheemraadschap ‘geen reden tot zorg’ en zou in 2030 alles weer op orde moeten zijn.Alle boezemkades, binnendijken en waterkerende kunstwerken in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal – tussen Amsterdam en de vuurtoren van Texel – moeten minimaal eens in de twaalf jaar grondig beoordeeld worden. In totaal gaat het om 1.065 kilometer aan keringen en 1.028 kunstwerken, zo meldt Noordhollands Dagblad.
Niet per definitie onveilig
In het artikel legt Jannes Haanstra, technisch manager bij het hoogheemraadschap, uit dat het feit dat de betreffende dijken en kunstwerken, die de predicaten ‘voldoet niet’ en ‘afgekeurd’ hebben gekregen, niet per definitie onveilig zijn. “De lat ligt gewoon hoog”, zo zegt hij.
Volgens de expert is paniek niet nodig en is er geen reden tot zorg. “Al moet je altijd op je hoede zijn voor faalmechanismen. Daarom doen we aanvullend onderzoek naar die zwakkere delen en objecten.” Het hoogheemraadschap verwacht ‘op basis van gedetailleerdere informatie’ de versterkingsopgave terug te kunnen brengen naar maximaal 150 kilometer. Haanstra verwacht dat in 2030 alles weer op orde moet zijn.
Miljoenen voor versterkingsprojecten
Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier investeert tot die tijd zo’n 220 miljoen euro in het weer in goede staat brengen van ongeveer 500 kilometer aan boezemkades en binnendijken, aldus het dagblad. Als voorbeelden worden versterkingsprojecten genoemd langs het Waardkanaal, in de Bergermeer, rond het Alkmaardermeer, in de Purmer, de Wijdewormer, Langedijk, Waarland, de Beemster, de Schermer, Heerhugowaard en de Beetskoog.
Zakkend maaiveld en klimaatverandering
Met betrekking tot de oorzaken van de verminderde staat van keringen legt Haanstra uit dat het maaiveld in de polders en droogmakerijen in Noord-Holland met enkele millimeters per jaar zakt. “Omdat het waterniveau in de kanalen hoog blijft en de polder zakt, neemt het hoogteverschil toe. Hierdoor krijgen dijken het zwaarder.”
Een andere oorzaak die hij noemt, is klimaatverandering. Want ook perioden met veel neerslag of juist langdurige droogte doen de dijken geen goed. “Daarom steken we de thermometer in de keringen om veranderingen van de grondwaterstand te meten en gerichte onderhoudsmaatregelen te kunnen treffen”, aldus Haanstra, die benadrukt dat er bij het doorrekenen van dijken uitgegaan wordt van conservatieve, veilige aannames.