
Opnieuw kwamen er bij de Stadskrant berichten binnen van inwoners dat het Hoogheemraadschap sloten en andere waterpartijen in Edam-Volendam maait juist in de week dat het het warmst is. Er dreven ook nu weer vele dode vissen na de werkzaamheden. We vroegen de waterbeheerder om een reactie. “Wij begrijpen de zorgen van inwoners over het maaien van watergangen tijdens warme perioden. Het welzijn van vissen en ander waterleven heeft nadrukkelijk onze aandacht. Bij het beheer van sloten en watergangen moeten wij voortdurend verschillende belangen zorgvuldig afwegen. Daarbij kijken wij niet alleen naar de omstandigheden van dit moment, maar ook naar de gevolgen op langere termijn voor waterkwaliteit, waterveiligheid en ecologie.
Een sloot die volledig dichtgroeit met waterplanten kan juist ook leiden tot problemen voor vissen. Overdag produceren waterplanten zuurstof, maar ’s nachts verbruiken zij zuurstof. Bij een grote hoeveelheid begroeiing kan hierdoor juist een zuurstoftekort ontstaan, met vissterfte als mogelijk gevolg. Daarnaast moet voldoende ruimte in de watergang beschikbaar blijven voor de afvoer en berging van water. Zeker in een tijd waarin hevige regenbuien steeds vaker voorkomen, is het belangrijk dat sloten voldoende capaciteit houden om water af te voeren. Wanneer watergangen dichtgroeien, neemt het risico op wateroverlast voor omwonenden toe.
Wij proberen daarom zoveel mogelijk rekening te houden met alle belangen. De werkzaamheden worden uitgevoerd na het broedseizoen en tijdens het werk wordt de situatie in het water nauwlettend gevolgd. Daarbij meten wij onder andere de watertemperatuur en letten wij op signalen van stress bij vissen. Wanneer er dode vissen worden aangetroffen of vissen zichtbaar naar zuurstof happen, worden de werkzaamheden direct stilgelegd en wordt de situatie opnieuw beoordeeld. Wij realiseren ons dat maaien altijd invloed heeft op het watersysteem. Tegelijkertijd is het niet uitvoeren van onderhoud eveneens een risico voor zowel de waterkwaliteit als de veiligheid van de omgeving. Daarom streven wij naar een zorgvuldig evenwicht waarbij we het waterleven zo veel mogelijk ontzien en tegelijkertijd zorgen voor goed functionerende watergangen.”