
De rechtbank in Haarlem heeft de 33-jarige Jamal T. vrijgesproken voor betrokkenheid bij een fatale aanrijding waarbij de 14-jarige Tamar uit Marken om het leven kwam. Zij werd in de zomer van 2020 aangereden op de Zeedijk tussen Monnickendam en Marken. De rechtbank oordeelt dat het gedrag van de verdachte niet de oorzaak is geweest van de fatale aanrijding met Tamar. Vast staat dat Jamal T. op het moment van de aanrijding naar zijn navigatie keek, maar dat ziet de rechtbank als een normale verkeershandeling. Ook kan niet worden vastgesteld dat hij te hard reed.
Volgens de rechtbank is bovendien niet aannemelijk dat T. Tamar op tijd had kunnen zien, ook als hij niet naar de navigatie had gekeken. Uit het onderzoek blijkt dat Tamar op de weg lag en niet liep of stond. Zo had zij geen beenletsel, wat wel te verwachten is bij een aanrijding met een lopend of staand slachtoffer. Ook de sporen op de weg wijzen daarop. “De bestuurder verwachte geen persoon op de weg, en hoefde dat ook niet te verwachten.”
‘Niet vast te stellen of hij een persoon had aangereden’
De rechtbank kan ook niet vaststellen dat de verdachte had moeten vermoeden dat hij een persoon had aangereden of iemand in hulpeloze toestand had achtergelaten. Volgens de rechter kon hij het verschil tussen het overrijden van een hert, een lam of een mens niet vaststellen. Dat zou anders zijn geweest als bewezen kon worden dat de verdachte of een inzittende Tamar na de aanrijding naar de berm had verplaatst. Dat is uitgebreid onderzocht, maar daarvoor is volgens de rechtbank onvoldoende bewijs. “De schuld van de verdachte staat niet vast enkel en alleen omdat Tamar is overleden. De schuld wordt beoordeeld aan de hand van zijn gedrag en niet aan de gevolgen”, aldus de rechter. De rechtbank spreekt Jamal T. van alle feiten vrij.
De 14-jarige Tamar uit Marken verdween in de nacht van 24 op 25 juli 2020 na een ruzie met haar ouders. Enkele uren later werd ze op de Zeedijk tussen Monnickendam en Marken aangereden door een Mazda met een Duits kenteken. De bestuurder reed door. Ruim een half uur later vonden agenten Tamar levenloos, half in de berm. Volgens het Openbaar Ministerie staat vast dat de 33-jarige Jamal T. uit Duitsland haar heeft aangereden. Onder zijn auto zijn DNA- en vezelsporen van Tamar gevonden en de auto had schade. De verdachte verklaarde dat hij dacht dat hij over iets was gereden. Hij dacht een dier, of een drempel.
Het OM wilde de chauffeur aanvankelijk niet vervolgen voor het dodelijke ongeval en legde hem alleen een boete van 1.500 euro op voor het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden. Pas nadat de ouders van Tamar een artikel 12-procedure waren gestart, bepaalde het gerechtshof dat de zaak alsnog door de strafrechter moest worden behandeld na nieuw onderzoek. Het OM heeft bij de inhoudelijke behandeling van afgelopen 30 juni excuses aangeboden aan de nabestaanden voor de lange duur van het onderzoek.
Cruciale vraag blijft onbeantwoord
Tijdens de inhoudelijke behandeling draaide de zaak om één vraag: hoe Tamar uiteindelijk in de berm terechtkwam. Deskundigen konden daar geen eenduidig antwoord op geven. Volgens het OM wijzen meerdere sporen erop dat Tamar niet op de plek lag waar zij werd aangereden. De verkeersongevallenanalyse noemt het ‘niet logisch’ dat zij door de aanrijding zelf in de berm is beland. Een forensisch patholoog sloot niet uit dat Tamar zich nog enigszins kon hebben verplaatst, terwijl een andere deskundige dat gezien haar letsel ‘simpelweg uitgesloten’ noemde.
Geen bewijs
Justitie heeft geen bewijs dat de verdachte of een van de andere inzittenden Tamar heeft verplaatst. Er zijn geen DNA-sporen van hen op haar lichaam of kleding gevonden en ook in de auto werd geen DNA van Tamar aangetroffen. Daarom blijft onduidelijk hoe zij uiteindelijk in de berm terechtkwam. Het hof acht bewezen dat de verdachte niet te hard reed en er geen sprake is van grove schuld aan het ongeval. Er is geen bewijs dat de verdachte zelf een telefoon in zijn hand had. Wel verwijt justitie hem dat hij tijdens het rijden naar de navigatie op de telefoon van de bijrijder keek en daardoor onvoldoende oplette. Ook had hij, na de harde klap die hij voelde, moeten stoppen om te controleren of iemand hulp nodig had.
Het Openbaar Ministerie eiste acht weken gevangenisstraf. Of het in hoger beroep gaat, is nog niet bekend.
Ja dat krijg je met rechters die bang zijn te discrimineren. Een nedelander was de lul geweest
De “rechter”: had niet kunnen weten of het een mens was of een dier. Maar de Irakees is niet gaan kijken…. Ofwel, hij koos er voor om door te rijden.
“Uit het onderzoek blijkt dat Tamar op de weg lag en niet liep of stond.”
– – – – –
Klinkt misschien hard, maar is het iemand aan te rekenen dat hij over iemand heen reed nadat het slachtoffer er zelf voor koos in het pikkedonker op een provinciale weg te gaan liggen? De rechter vindt van niet en ik ben die mening eigenlijk ook toegedaan.