De voormalige eigenaar van de monumentale kaasboerderij aan de Dorpsstraat in Jisp moet de door de gemeente Wormerland opgelegde dwangsom van € 172.000 betalen. De rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat zowel de last onder dwangsom als de invordering daarvan in stand blijven. De kaasboerderij houdt de gemoederen in Jisp al jaren bezig. Het rijksmonument stond lange tijd ingepakt om verder verval tegen te gaan en werd vorig jaar te koop gezet als flinke opknapper.
Een ambtenaar van de gemeente Wormerland heeft in 2024 ’ongepaste contacten’ gehad met een kandidaat-koper van de historische kaasboerderij in Jisp. Dat heeft de bestuursrechter in Haarlem geconcludeerd in een rechtszaak die de oud-eigenaar van de boerderij, Joost Zuurbier, had aangespannen tegen de gemeente Wormerland. De ondernemer moet alsnog een dwangsom van 172.000 euro betalen naar aanleiding van achterstallig onderhoud. De betrokken ambtenaar communiceerde met de potentiële koper over het opleggen van dwangsommen aan de eigenaar en de tijdstippen waarop dit ging gebeuren. De rechter vindt dat niet gepast.
Geen herstel
Volgens de gemeente werd het monument niet goed onderhouden. Daarom kreeg de eigenaar de opdracht om onder meer het dak, de kap- en gebintconstructie te herstellen, de vloer tijdelijk te ondersteunen en de elektrische installatie veilig te maken. Toen dat niet op tijd gebeurde, volgde een dwangsom van in totaal € 172.000. De eigenaar was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Volgens de eigenaar had de gemeente bovendien een kwalijke rol gespeeld bij de verkoop van de boerderij. Hij stelde dat Wormerland contact had gehad met een potentiële koper en met de handhaving extra druk had gezet om de verkoop te beïnvloeden. De rechtbank ziet dat anders. Wel blijkt uit de stukken dat een medewerker van de gemeente contact heeft gehad met een potentiële koper. De rechter noemt de manier waarop dat gebeurde zelfs ‘niet gepast’. Maar dat betekent volgens de rechtbank nog niet dat de gemeente haar bevoegdheden heeft misbruikt. Daarvoor is volgens de rechter geen bewijs.
Geen excuus
Ook het argument dat de boerderij inmiddels te koop stond, houdt geen stand. Volgens de rechtbank hoeft de gemeente een handhavingstraject niet stil te leggen omdat een monument wordt verkocht. Juist als een verkoop lang kan duren, is het belangrijk dat verder verval wordt voorkomen. De eigenaar voerde ook aan dat de gemeente niet wilde meewerken aan zijn renovatieplannen en dat hij daardoor de restauratie niet kon financieren. Ook daarin gaat de rechtbank niet mee. Volgens de rechter blijft de eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud van een rijksmonument.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat zowel de dwangsom als de invordering van € 172.000 in stand blijven. Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.
