
Foto: Piet Jonker – www.weidevenner.nl.
Als echte Purmerender ben je natuurlijk regelmatig boos en schrijf je over pietluttige zaken, maar soms kan ik boosheid niet helemaal plaatsen. Zo loop ik in de binnenstad, groet bekenden en wordt aangesproken met de mededeling ‘Teun Prins is overleden’. Schrik, ongeloof, maar ook boosheid. Iedereen die een dierbare verliest zal het herkennen. Waarom juist hij of zij? Dan komt het besef dat het onherroepelijk is en er iemand voorgoed uit je leven is verdwenen.
In de volgende dagen lees en hoor ik de enorme hoeveelheid reacties op wat Teun heeft betekend voor de stad en veel inwoners. Naast boosheid komen dan ook de herinneringen, bijvoorbeeld uit onze jeugdjaren, opgroeiend in de veilige en vertrouwde omgeving van de Hazepolder, een onbezorgde jeugd met bijbehorende kattenkwaad en nog geen idee van wat het leven ons gaat brengen. Op school is het voor Teun meestal geen ‘tien met een griffel en een zoen van juffrouw’, hij wil alles zelf doen en ontdekken.
Als Teun met leeftijdsgenootjes voor de lol op het zeil van een aanhangwagen staat te drummen, kan hij niet bevroeden dat hij later een heel korps (Strijd en Krachtig) met instrumenten en al achter in een grote verhuiswagen naar Zaandam rijdt, waar de muzikanten worden uitgeladen en fris en fruitig de stad in marcheren. Het verhuis\transportbedrijf wordt bekend vanwege de speciale transporten, zoals grote silo’s, een vliegtuig en het Noorse huisje van de Purmersteenweg naar het Zuiderzeemuseum. Teun blijf echter nuchter en brengt net zo lief iemand even naar de supermarkt, de dokter of het ziekenhuis. Ook voor de vele activiteiten in Purmerend wordt tijdens vergaderingen, als hij al niet zelf aanwezig is, binnen de korstte keren zijn naam genoemd. Tribunes voor de taptoe, garderoberuimte bij de loopfestijnen, vervoer van de locomotief en rails tijdens de stoomdagen, noem maar op, vaste prik: effe Teun bellen.
Ook in de Hazepolder staan zijn naam en nummer bovenaan en verzorgt hij samen met zus Gerda grote wagens voor de Hazepolderloop en bij bezoek van buitenlandse muziekkorpsen is Teun ook weer van de partij. Wagens voor de allegorische optocht, praalwagens voor carnaval, even bellen en het is ‘oké, gaan we doen, komt voor elkaar’. Klein dingetje; als Teun het bedenkt dan gebeurt het ook zo. Tegenspraak wordt lastig, maar zelf geniet hij het meest als anderen plezier beleven. Zijn betrokkenheid bij de stad en inwoners wordt zeer gewaardeerd en daarvoor ontvangt hij de Gouden Purmerender en een Koninklijke onderscheiding, wordt erelid van Musical en Operette Purmerend, erelid van De Mascotte en drager van de Paul Harris Fellow.
Een prachtig en emotioneel moment is het afscheid van de Stichting Marktstad van burgemeester Don Bijl tijdens de taptoe als Teun met Don’s echtgenote Rolanda in de Mercedes van de burgemeester in de spotlights het plein komt oprijden voor het uitzwaaien. Kippenvel bij toeschouwers en de bekende grijns van Teun is dan ook van oor tot oor. Later kom ik hem tegen in een scootmobiel. “Niet schrikken hoor’ is het dan, ‘vandaag maar mijn andere Rolls genomen’. Al snel komt de aap uit de mouw; ‘ik ben ziek en het ziet er niet goed uit’.
Ondanks zijn nog altijd voelbare verdriet over het verlies van zijn echtgenote Mientje, verhalen over onze jeugd en zijn voetbalcarrière bij Purmersteijn, veranderen de gesprekken zo zoetjesaan in ziekenhuisverslagen. Teun blijft echter de optimist die hij altijd is. “Ach, zo red ik me ook.” Teun is aan zijn laatste rit begonnen en ik zal hem niet meer tegenomen om even bij te kletsen over vroeger, andere Purmerenders en vooral het reilen en zeilen in de stad. De boosheid zakt weg en herinneringen melden zich. Een mooie tijd en een voorrecht je te hebben gekend, bedankt ouwe reus. Rust zacht.