De weidevogels zijn al weer zo’n twee maanden terug in ons land, Wie door het groene hart van onze gemeente, de Zeevang, wandelt of fietst, hoort en ziet de kieviten, tureluurs, scholeksters en natuurlijk onze nationale vogel de grutto. weer in grote getale.
Als je goed oplet, zie je in deze tijd op diverse landerijen groepen vrouwen en mannen speuren naar nestjes. Zo gauw er een is gevonden, wordt een stokje geplaatst en de plaats en tijd van ontdekking via een website genoteerd. Door de stokjes weet de boer bij het maaien precies waar de nesten liggen en op de website kan eind juni worden geteld hoeveel nestjes, eieren en kuikens zijn gevonden en uiteindelijk als jongvolwassen weidevogels zijn uitgevlogen.
De Stadskrant mag dit voorjaar meelopen met de groep die het land van Maatschap Oortwijn/Hellingman in Warder ‘controleert’. De groep telt zo’n 15 vrijwilligers die zich elke zaterdag melden van half maart tot half juni. Mensen van verschillende leeftijd, achtergrond en beroep die uit allerlei windstreken komen ‘aangevlogen’. Tussen de bedrijven door wordt er koffie gedronken die door boerin Sandra Oortwijn wordt geserveerd en bakken de leden van de groep om en om lekkernijen. Zo bracht Simon Kooistra, die elke zaterdag vanuit de buurt van Sneek naar Warder rijdt nadat hij zijn broer Klaas in Wognum heeft opgepikt, op Koningsdag zelfs speciale Oranjekoeken vanuit Friesland mee.
361 nesten geteld
Twintig van de in totaal 163 hectare die de maatschap verspreid over Warder, Middelie, Beemster, Oosthuizen en de Purmer in bezit heeft, wordt ten behoefte van de weidevogels later gemaaid. En die boerenliefde van Darin en Sandra Oortwijn en hun jongste dochters Marly en Wendy betaalt zich uit! Vorig jaar werden liefst 361 nesten geteld, een aantal dat tot het hoogste in ons land hoort.
Gortdroog
Alhoewel eind april bij Oortwijn/Hellingman al zo’n 160 grutto-, kievit-, scholekster en tureluurnesten zijn geteld, horen we echter ook van andere groepen dat het dit voorjaar wat mager is. Het voorjaar was namelijk gortdroog, waardoor het land keihard is en de weidevogels moeilijk voedsel voor zichzelf en hun kuikens kunnen vinden.
Enorme terugloop
En het gaat ondanks alle goede bedoelingen toch al jaren slecht met de weidevogels. Halverwege vorige eeuw was door de bemesting de wormenstand zo groot dat de weidevogels zich in een snackbar moeten hebben gewaand. Daardoor konden in 1975 zo’n 120.000 gruttoparen worden geteld. Zo’n 50 jaar later staat het weidevogelbestand door de terugloop van geschikte leefgebieden en het verlagen van het waterpeil onder steeds meer druk.
Door de intensieve veehouderij is het land overbelast geraakt en groeien er steeds minder soorten planten die tot voedsel van weidevogels dienen. Bijkomend probleem is het verbod op het gebruik van gif en klemmen waardoor roofdieren als buizerd, hermelijn, vos, blauwe reiger, ooievaar, bruine rat en kraai ongestoord hun gang kunnen gaan. Gevolg is dat er van bijvoorbeeld het aantal gruttoparen nog maar zo’n 50.000 over zijn.
Hazenbaby’s
Overigens zijn de veenweidegronden niet alleen bij weidevogels populair. Ook hazen rennen in grote groepen al dollend over de akkers. De tellers vinden verborgen tussen het niet eens zo hoge gras diverse nesten, waarin de fantastisch gecamoufleerde hazenbaby’s amper opvallen. Minder populair is de enorme hoeveelheid ganzen die dol zijn op het groene gras van de polder. Bij het tellen van de weidevogelnesten valt op hoeveel ganzenpoep op de kaalgevreten velden ligt, waardoor ook de lentegroene kleur van het gras in het gebied aan de oosterkant van de Beemsterringvaart helaas ontbreekt.
Coördinator Jan Bunschoten met de nodige slagen om de arm: “We zijn nog lang niet aan de hoeveelheid nesten van vorig jaar, maar we moeten de ‘tweede leg’ nog krijgen. Ik moet voorzichtig zijn, maar gelukkig valt de predatie dit voorjaar tot nu toe mee. En het gaat natuurlijk ook niet om het aantal nesten, maar om het aantal vogels dat straks uitvliegt. Maar dat weten we pas over anderhalve maand.”
Kaderbericht in kleur
De grutto’s vliegen vanaf juli weer terug naar Afrika, kieviten vertrekken pas in de winter naar zuidwest-Europa. Er broeden zo’n 200.000 tot 300.000 kievitsparen in ons land. Hun jongen kunnen al na zo’n vijf weken vliegen.
Van de tureluur broeden zo’n 30.000 paartjes in ons land. Ze bouwen hun nesten vaak in de buurt van kievitsnesten, die een perfecte afleider zijn in de strijd met gezamenlijke vijanden. Van de scholekster broeden er ongeveer 100.000 in ons land.’s Winters zitten ze meestal aan onze kust. Je moet niet gek opkijken als ze op je platte dak hun nest bouwen. Lekker veilig, want zo wordt het heel wat roofdieren onmogelijk gemaakt de nest te roven.