In het gemeenteblad van Wormerland lazen we: ‘Intrekken van omgevingsvergunning voor geitenhouderij aan Noorderweg 124 in Wijdewormer’. Op dat adres zit Melkgeitenbedrijf De Stolpen. We vroegen ons af wat daar aan de hand was. Een belletje naar geitenhouder Piet Stolp leerde ons dat hier geen sprake was van overtredingen of andere bedrijfsproblematiek. Wel leverde het een gesprek op over wat landelijk beleid voor veebedrijven in de praktijk betekent: ‘Ons levenswerk is kapotgemaakt, zo simpel is het’.
Stolp was bankdirecteur en werd geitenhouder. Hij ruilde zijn nette pak in voor een overall. Sinds 2012 runt hij De Stolpen in Wijdewormer, naar eigen zeggen met ‘veel toewijding en overgave’. Het was de bedoeling dat zijn zoon Maurits (links op de foto boven) het bedrijf zou overnemen. Was, want die heeft inmiddels een veehouderij gekocht in Frankrijk. Stolp: ‘Hij gaat dus naar een land toe waar ze voedselproductie en beheer van het landschap nog wel belangrijk vinden’.
Stikstof
Stolps cynisme richting de overheid heeft alles te maken met het stikstofbeleid. Volgens Stolp wordt het agrarisch ondernemen onmogelijk gemaakt door toenemende regeldruk.
In 2024 riep de overheid de Landelijke beëindigingsregeling veehouderlocaties voor kleinere sectoren (Lbv) in het leven. Daar werd 128 miljoen euro voor gereserveerd. De regeling biedt een vergoeding in ruil voor het stoppen van de bedrijfsvoering. Op deze manier wilde de overheid voor minder stikstofneerslag zorgen op Natura 2000-gebieden.
Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. In de nabije omgeving van Wijdewormer liggen meerdere Natura 2000-gebieden. Stolp besloot gebruik te maken van de Lbv. Onderdeel van de regeling is de intrekking van de omgevingsvergunning. Stolp nam die beslissing niet van harte:
‘We zijn hier in de polder omgeven door Natura 2000-gebieden, die in de dagelijkse uitvoering van ons bedrijf steeds meer beperkingen gaan opleveren. Ik zie dat de overheid daar op een manier mee omgaat die naar mijn mening het niveau van volledige waanzin reeds lang voorbij is’. Er werden in totaal 97 aanvragen voor de Lbv ingediend, waarvan er 87 werden toegekend. Stolp is een van de 26 geitenhouders die een aanvraag indiende.
Longontsteking
Een andere reden waarom Stolps zoon geen toekomst meer voor het bedrijf in Wijdewormer zag, is een publicatie van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) in 2025. Na onderzoek concludeerde het RIVM dat mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen vaker een longontsteking krijgen. Bacteriën zouden hiervoor een mogelijke verklaring zijn. Stolp:
‘Dat is een onderzoek dat inhoudelijk aan alle kanten rammelt en waar in ieder geval naar mijn mening, maar ook van veel deskundigen, naar de gewenste uitkomst is toe geredeneerd. Dat onderzoek wordt echter te pas en te onpas door alle overheden gebruikt om aan te tonen hoe ongelofelijk gevaarlijk een geitenbedrijf voor de volksgezondheid is. Ook komen er allerlei beperkingen uit voort.’
Dat er kritiek is op het onderzoek klopt. In juli 2026 publiceerde wetenschapsjournalist Aliëtte Jonkers een uitgebreide analyse in NRC, waarin ze wetenschappers citeerde die hun twijfels bij het onderzoek plaatsten. De conclusies zouden te stellig zijn en de methodiek zou tekortschieten.
Dat het onderzoek wordt gebruikt om beleid vorm te geven klopt ook. In dezelfde maand van de kritische analyse van Jonkers stemde de ministerraad in met een voorstel van minister Sophie Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) om een landelijke afstandsnorm in te voeren.
Nieuwe geitenhouderijen mogen niet binnen 500 meter van woonkernen, scholen en zorginstellingen komen. Andersom mogen er geen ‘gevoelige bestemmingen’ binnen 500 meter van een geitenhouderij worden gebouwd. Vanwege de wettelijke procedures kan het nog drie jaar duren voordat de norm van kracht wordt.
Onverkoopbaar
Kortom: de regeldruk heeft Stolps zoon doen besluiten naar Frankrijk te verkassen. Daarnaast heeft het er volgens Piet Stolp voor gezorgd dat zijn bedrijf onverkoopbaar werd. Er zat volgens Stolp niet anders op dan gebruik te maken van de Lbv. Het bedrag dat hij krijgt in ruil om zijn bedrijf de nek om te draaien, dekt volgens hem ongeveer een derde van de waarde:
‘De rest van de waarde van het bedrijf moet komen uit herontwikkeling van onroerend goed en verkoop van activa. Als dat allemaal lukt, dan hoop ik financieel voor ons dat we quitte kunnen spelen’.
Stolp zegt niet te verwachten winst te halen uit wat hij zijn ‘levenswerk’ noemt. Geëmotioneerd vertelt hij: ‘Ons levenswerk is kapotgemaakt. Zo simpel is het’.
