Bij de beoordeling van de jaarstukken 2024 stonden we gisteravond tijdens de raadsvergadering als raad voor een belangrijke verantwoordelijkheid, het controleren van beleid en van de cijfers die dat beleid moeten onderbouwen.
Laat ik helder zijn. Het lijkt mooi, een positief resultaat van ruim 3,7 miljoen euro. Maar schijn bedriegt. Wie goed doorrekent, ziet dat onze gemeente in werkelijkheid een exploitatietekort draaide van bijna 7 miljoen euro. Dat tekort wordt weggepoetst met incidentele meevallers en door fors in te teren op onze reserves. Dat is geen structureel gezond beleid, maar boekhoudkundige camouflage.
Nog zorgwekkender is de constatering dat er in totaal voor bijna 15 miljoen euro aan rechtmatigheidsfouten is gemaakt. Dat is ruim drie keer de wettelijke verantwoordingsgrens. Ondanks de goedkeurende verklaring van de accountant kunnen wij dit als raad niet zomaar laten passeren. Iedere euro die onrechtmatig is uitgegeven, zonder juiste procedure of raadskader, tast het vertrouwen van onze inwoners aan. En terecht.
Wat ons eveneens zorgen baart, is de manier waarop reserves worden herbestemd. Reserves die bedoeld waren voor duurzaamheid, huisvesting en sport worden leeggehaald en in de grondexploitatie gestort, zonder dat daar een langetermijnvisie onder ligt. Dat riekt niet naar degelijk bestuur, maar naar het vullen van een bodemloze put genaamd “De Purmer”.
Wat daarbij structureel onderbelicht blijft, is de toenemende rentelast die op onze begroting drukt. In 2024 betaalde de gemeente nog €228.000 aan rente over een opgenomen lening van €5,4 miljoen. Inmiddels is dit bedrag aan opgenomen geldleningen gestegen naar €8 miljoen, wat bij een rentepercentage van 4% neerkomt op een jaarlijkse rentelast van €320.000.
Maar het blijft daar niet bij, dit is een oplopende structurele rentelast. Naarmate er meer wordt geleend voor projecten als De Purmer, de verplaatsing van de Julianaweg en andere investeringen zonder directe opbrengst, stijgt ook de jaarlijkse rentelast mee. We leggen onze gemeenschap zo elk jaar opnieuw een zwaardere vaste financiële last op, structureel en onomkeerbaar.
Daar komt bij dat het kredietplafond van de gemeente op deze manier binnen de kortste keren bereikt zal zijn. Dat beperkt de toekomstige investeringsruimte en verhoogt het risico op financiële klem, zeker als rentetarieven of marktcondities ongunstig blijven.
Deze oplopende rentelast gaat onherroepelijk ten koste van de financiële ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, onderhoud, sport, jeugd en zorg. Iedere euro rente die jaarlijks moet worden opgebracht, is een euro die structureel verdwijnt uit de leefbaarheid van onze dorpen.
Wat weten we inmiddels over De Purmer? Het project heeft nu al een boekwaarde van ruim 8 miljoen euro. Er is een investeringsopgave van naar schatting 87 miljoen euro, maar tot minstens 2028 zijn er nog geen opbrengsten. De financiële verwachtingen zijn dus gebaseerd op aannames, niet op garanties. Ondertussen worden gronden aangekocht zonder dat er een robuust, raadsvastgesteld stedenbouwkundig plan ligt. Dat is bouwen op drijfzand.
Bovendien blijkt uit het accountantsverslag dat geactiveerde voorbereidingskosten voor De Purmer en de Julianaweg maximaal vijf jaar op de balans mogen blijven staan. Als er binnen die termijn geen zicht is op concrete ontwikkeling of exploitatie, dan moeten deze miljoenen alsnog ten laste van de exploitatie worden geboekt. Dat betekent een directe financiële klap op de begroting. Daarmee hangt er een zwaard van Damocles boven onze financiële huishouding. Het college zet zichzelf en daarmee de inwoners onder druk om deze plannen versneld uit te voeren, terwijl de realiteit is dat de voortgang stokt.
Alsof dat nog niet genoeg is, er wordt gemakshalve voorbijgegaan aan de enorme bijkomende kosten van sloop, verplaatsing en herontwikkeling. Niet alleen de bedrijven, maar ook wegen, rioleringen, lantaarnpalen en andere infrastructuur moeten worden vervangen of aangepast. Een deel van de Julianaweg heeft al bijna 6 miljoen euro gekost. Als deze lijn wordt doorgezet, dan loopt dit financieel gierend uit de hand. De vraag rijst of het college die kosten denkt te dekken met torenhoge eisen en bouwregels voor de toekomstige appartementen. Daarmee wordt niet gebouwd op basis van lokale behoefte, maar op basis van maximale opbrengst. Dat is geen ruimtelijk beleid, dat is financieel overleven.
En het wordt nog gekker, de kosten die de gemeente maakt voor de verplaatsing van bedrijven aan de Julianaweg een gebied dat géén eigendom van de gemeente is lijken eveneens geactiveerd te worden. Terwijl deze kosten direct ten laste van de exploitatie geboekt zouden moeten worden. De accountant stelt zelfs dat de gemeente in bepaalde gevallen “meedenkt” over financiering van die verplaatsingen. In gewone mensentaal, kosten van een gemeentelijk prestigeproject worden uiteindelijk op het bordje van de inwoners gelegd.
Lokaal Edam-Volendam maakt zich al langer zorgen over de manier waarop gemeentelijk vermogen wordt ingezet voor megaprojecten, terwijl voorzieningen als sport en welzijn onder druk staan, de lasten voor inwoners blijven stijgen en de financiële risico’s zich opstapelen.
Het opheffen van de sportreserve, terwijl sportclubs nu al moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen? Dat is de wereld op zijn kop. De lasten worden afgewenteld op onze inwoners, terwijl er miljoenen worden gereserveerd voor plannen die nog niet van de grond komen, letterlijk en figuurlijk.
Wij erkennen de inzet van de ambtelijke organisatie en het college, maar het financiële beleid dat nu gevoerd wordt is te risicovol, te opportunistisch en te weinig gericht op structurele houdbaarheid. Het incidentele voordeel wordt niet gebruikt om de fundering te versterken, maar om de illusie van stabiliteit te creëren.
Wat dit des te ernstiger maakt, is dat het hoofd financiën onlangs aangaf geen tijd vrij te willen maken om prangende vragen van een raadslid te beantwoorden over de jaarrekening en de financiële draagkracht van onze gemeente in relatie tot deze risicovolle projecten. Dit is niet alleen onbevredigend, maar raakt ook aan de fundamenten van de rolverdeling tussen raad en college, de raad moet in staat zijn zijn controlerende taak goed uit te oefenen. Zonder toegang tot essentiële informatie ontstaat het risico dat onhoudbaar beleid voortduurt. Daarmee komt reëel in beeld dat onze gemeente, bij ongewijzigd beleid, onder toezicht wordt geplaatst op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet.
Om die reden hebben wij Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten inmiddels op de hoogte gebracht van onze zorgen over de financiële rechtmatigheid, de risicovolle projecten en de bestuurlijke besluitvorming rondom de jaarstukken 2024. Wij hopen dat ook zij hun verantwoordelijkheid nemen in het provinciaal toezichtskader.
Lokaal Edam-Volendam pleit voor realisme in het financieel beleid. Dat begint met eerlijke cijfers, structurele dekking en het durven kiezen voor wat nu nodig is voor onze inwoners, niet voor wat misschien over tien jaar iets oplevert.
Fractie Lokaal Edam-Volendam