“Laten we ter hoogte van het busstation afspreken”, appt Femke in voorbereiding op onze afspraak. “Edam ‘in-en-uit’!
Met het Egbert Snijderplein links van mij waar de herdenkingskransen een paar dagen geleden zorgvuldig zijn neergelegd onder het gerestaureerde monument, ga ik zitten op het bankje dat uitkijkt over het busstation. Ik gebruik het moment om eens bewust naar het komen en gaan van de bussen en de reizigers te kijken, te midden van een ‘fietsenzee’ die zowel netjes in als bovenop de stalling zijn geplaatst. Hoe dikwijls ik hier niet heb gezeten om zelf Edam ‘uit te gaan’. Mij ook weer verheugend op de terugkomst, vaak diep in de nacht. Soms met suizende oren over de stille Kastanjevesting het rumoer van de wereld achter me latend.
Femke neemt plaats naast me op het bankje. Als Edammers onder elkaar praten we even bij over de meivakantie die ze met haar zonen en vriend net heeft gevierd in Edam. Een uitwisseling van lokale tips en gezelligheid volgt, maar dan ben ik heel nieuwsgierig naar haar verhaal achter de keuze voor deze plek om ons ‘vestinkie om’ te beginnen.
“Deze plek staat voor mij symbool voor een stuk vrijheid en ook anonimiteit als ik denk aan mijn studententijd. Als echte Edamse wist mijn moeder de volgende ochtend met welk vriendje ik de avond ervoor gezoend had. In Amsterdam, waar ik destijds ging studeren, was dat anders en dus vond ik het heerlijk om Edam achter me te laten. Weg uit de koeienpoep lucht”. ‘Edam uit’.
‘Steeg van Gorter’
We beginnen de wandeling via de Kastanjevesting in de richting van de Baandervesting. We merken op hoe verder we van het busstation aflopen hoe zachter het rumoer van de wereld achter ons wordt. Dan vraag ik aan Femke waar in Edam haar leven is begonnen. “In de steeg van Bakker Gorter!”, zegt Femke lachend. “Ik hoor het mijn moeder zo zeggen. Het schijnt dat mijn bevalling zo snel verliep, dat mijn moeder het kraambed bijna niet haalde”. Femke liet dus niet op zich wachten en haar levenslust begon zeer geborgen vorm te krijgen in de veilige achtertuin van haar grootouders aan de Voorhaven waar Femke met haar ouders en oudere broer de eerste jaren van haar leven woonde. “Het was daar een komen en gaan van spelende kinderen die mijn moeder maar al te graag onder haar hoede nam”.
‘Brede stoep’
Iets later in haar jeugd verhuisden ze met het gezin naar de Achterhaven. Ook daar werd de achtertuin, die grensde aan de achtertuinen van de Voorhaven, een fijne plek voor Femke en de buurtkinderen. Met name een specifieke buurjongen van de Voorhaven komt sterk terug in deze herinnering. “Wij waren soms net Jip en Janneke. Met een ‘kruip-doorgaatje’ in de schutting waren we altijd samen”.
Het buiten spelen gebeurde ook op de brede stoep bij Bakker Gorter voor de deur. “Daar gingen we niet van af. Ik weet nog dat mijn moeder op een gegeven moment tegen me zei dat ik gerust wel eens van de stoep af mocht om mijn speelgebied iets te vergroten”. En dus begon bij Femke het verbreden van haar speelveld en kwam er meer ruimte voor avontuur.
‘Avontuur’
Zo vertelt ze, als we ter hoogte van de Kettingbrug lopen, over de vele uren die ze bij het Strandbad en het Galgenveldje heeft doorgebracht, in een nog ongerepte natuur, waar je kon avonturieren en ontdekken in het hoge gras. “Of stiekem sigaretjes roken in de papiercontainer van EVC”, vertelt ze. “Je moet er nu niet meer aan denken natuurlijk en gelukkig is alles nu meer geregeld. Maar tegelijkertijd betekent dat wel minder ongerept speelveld voor onze volgende generaties”.
Op de Noordervesting vertelt Femke over de vele stappen die ze heeft gezet buiten de veilige vestingmuren van Edam, omdat ze haar hart wilde volgen.
Haar liefde voor Amsterdam was meteen ontwaakt toen ze daar naar school ging en ze de Amsterdamse vriendinnen in haar hart sloot. Femke hield al van reizen, tussen de studies door. “Na het overlijden van mijn moeder ben ik even gestopt met studeren en ben ik meerdere keren mijn hart achterna gereisd”. Dat bracht haar onder andere naar Griekenland en uiteindelijk ook in Denemarken, waar ze door te ontdekken en te doen compleet inburgerde.
‘Edam ín’
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. “Vanuit Denemarken ben ik op een gegeven moment weer terug naar Edam gekeerd op uitnodiging van mijn lieve tante en oom. Die namen mij onder hun vleugels in hun tuinhuis, weer terug op de Voorhaven. Mijn tante stimuleerde mij om een studie pedagogisch werk af te ronden, waardoor de kans zich aandiende om op authentieke wijze een kinderdagverblijf in Amsterdam te openen, waar ik nu al twintig jaar met veel toewijding mijn ziel en zaligheid in leg. De liefde hield mij uiteindelijk ook in Edam waar ik een gezin stichtte. En inmiddels ben ik weer terug, daar waar het ooit begon. Op mijn eígen stek aan de Voorhaven, met mijn twee zoons. ‘Edam weer ín’.