Betreft: reactie naar aanleiding van voorstel inzake rampcafé
Aan:
Het College van burgemeester en wethouders
i.a.a. de gemeenteraad
Volendam, 11 november 2002
Betreft: reactie naar aanleiding van voorstel inzake rampcafé
Geacht College,
Hierbij vragen wij uw aandacht voor het volgende.
Bij brief van 14 oktober jl. heeft de heer Veerman u laten weten definitief af te zien van zijn voornemen de Wir War Bar en de Blokhut tijdelijk te heropenen. De heer Veerman heeft hiertoe besloten op grond van uw 24 september jl. gedateerde brief waarin u het standpunt innam dat het pand Haven 154-156 nimmer voor horecadoeleinden gebruikt dient te worden. Het besluit van de heer Veerman was ook ingegeven door een gesprek met vertegenwoordigers van de SSNV en onze vereniging, waarin de aandacht is gevraagd voor de hevige emoties die de aangekondigde heropening heeft losgemaakt onder nabestaanden en getroffenen. Bij brief van 15 oktober jl. hebben wij onze leden en de media van dat besluit in kennis gesteld. Teneinde elk misverstand over de strekking van dat besluit uit te sluiten, hebben wij de inhoud van voornoemde brief op voorhand afgestemd met de heer Veerman.
Niettegenstaande bovengenoemde brieven, presenteerde uw College de gemeenteraad bij brief van 22 oktober jl. een voorstel waarin u de heer Veerman dreigde met sluiting indien hij de Wir War Bar en Blokhut zou heropenen. Naar aanleiding van dat voorstel liet de heer Veerman ons weten dat hij zich aan zijn toezegging hield dat hij in het Wir War pand geen horeca-exploitatie meer zou laten plaatsvinden. Hij begreep daarom niet waarom u hem met sluiting dreigde als hij tot heropening zou overgaan. Door deze en soortgelijke opmerkingen in uw voorstel voelde de heer Veerman zich - zoals hij het zelf verwoordde - door de gemeente in de steek gelaten.
Ondanks de bezwaren die om welbekende redenen binnen onze vereniging jegens de heer Veerman bestaan, vonden wij het gepast de heer Veerman in onze brief van 15 oktober jl. te bevestigen in zijn positieve intenties ten opzichte van de nabestaanden en slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand. Wij betreuren het dat uw College heeft gemeend de heer Veerman die bevestiging te moeten onthouden.
Achteraf vernamen wij dat binnen het gemeentelijk apparaat nog steeds de veronderstelling leefde dat het besluit van de heer Veerman af te zien van heropening van het rampcafé, afhankelijk was gesteld van uw instemming met een verplaatsing van de horecabestemming naar het naastgelegen pand. Het moet ons van het hart dat wij hier helemaal niets van begrijpen. Nog afgezien van het feit dat de brief van de heer Veerman en ons persbericht zich niet anders lieten lezen dan dat de heer Veerman een onvoorwaardelijk besluit had genomen, zou toch ondenkbaar zijn geweest dat wij in zo’n gevoelige kwestie een voorschot zouden hebben genomen op de uitkomst van gemeentelijke besluitvorming; besluitvorming daarenboven waarvan op dat moment, gezien de uitkomst van de bespreking in de commissie AZ, al min of meer voorspelbaar was dat die negatief zou uitvallen voor de heer Veerman?
Als u zich had verplaatst in de hevige emoties van nabestaanden en getroffenen in deze kwestie, dan had u toch kunnen begrijpen dat wij deze mensen niet zouden hebben gerustgesteld als de kans had bestaan dat de heer Veerman nog geen week later op zijn besluit zou zijn teruggekomen naar aanleiding van de (voorspelbare) afwijzing van zijn verzoek om overheveling van de horecabestemming?
Zoals u weet hebben wij ons, omwille van de gemoedsrust van onze leden, beijverd uw onjuiste veronderstelling aangaande de strekking van het besluit van de heer Veerman te ontzenuwen, zodat deze niet zou doorklinken in het (openbare) raadsdebat naar aanleiding van uw meergenoemde voorstel. Wij betreuren het dat de zeer belastende discussie over heropening van de Wir War Bar als gevolg van dat voorstel bijna opnieuw heeft kunnen oplaaien en spreken de hoop uit dat toekomstige besluitvorming in de onderhavige kwestie zorgvuldiger zal worden voorbereid.
Dat gezegd zijnde, willen wij graag onze instemming betuigen met het standpunt in het meergenoemde voorstel aan de gemeenteraad dat de bestemming van het rampcafé zal worden gewijzigd in detailhandel en dienstverlening. Nu de raad dat standpunt heeft overgenomen, gaan wij ervan uit dat de wijziging van het bestemmingsplan snel in gang zal worden gezet.
Wel willen wij de hoop uitspreken dat het gemeentebestuur de consequentie van dat standpunt zal nemen en tevens zorg zal dragen voor de financiële afwikkeling van de gevolgen van de bestemmingsplanwijziging. Met een adequate regeling van die gevolgen kan worden voorkomen dat ook de andere eigenaar van het rampcafé, de heer Mooijer, op enig moment in de toekomst zal kunnen overgaan tot heropening van zijn deel van het rampcafé. Gezien de hevige emoties die een heropening van het café onder onze leden zou losmaken, kunnen wij het belang van een dergelijke regeling niet genoeg benadrukken.
Wij nemen aan dat de regeling van de gevolgen voor de heer Veerman zal afhangen van de afspraken die uiteindelijk zullen kunnen worden gemaakt ten aanzien van de overheveling van de horecabestemming van het rampcafé naar het naastgelegen café. Onze vereniging staat hier evenwel buiten, aangezien de besluitvorming rond die overheveling, zoals gezegd, niet van invloed zal zijn op het besluit van de heer Veerman inzake het afzien van heropening van het rampcafé Wel willen wij de hoop uitspreken dat het zal lukken een oplossing voor het capaciteitsprobleem in de horeca te vinden, waarmee alle betrokkenen zich kunnen verzoenen.
Met betrekking tot de overheveling van de horecabestemming willen wij er nog wel op wijzen dat dit geen onderdeel vormt van een eventuele schikking met de heer Veerman. Die schikking is uitsluitend afhankelijk van de uitkomsten van het accountantsonderzoek dat momenteel wordt uitgevoerd naar de omvang van het vermogen van de heer Veerman. Wij willen u daarom vriendelijk verzoeken het schikkingsvoorstel niet meer in verband te brengen met voorstellen en besluiten die ten aanzien van de heer Veerman worden gedaan of genomen.
Met vriendelijke groet en hoogachting,
Het bestuur van de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam,
A. Binken, voorzitter
J. Schilder, secretaris