Persoonlijke aanval of uitgestoken hand?
Persoonlijke aanval of uitgestoken hand?
Aan het slot van de voorlichtingsbijeenkomst afgelopen donderdag las Cees de Wit voor uit een brief die ik in 1994 had geschreven als secretaris van het kerkbestuur van de Vincentiusparochie. In die brief stond een beschrijving van de financiële problemen van het fonds en de oorzaken daarvan: te lage premies over een periode van 130 jaar en geen scheiding tussen het vermogen van de kerk en het fonds. De brief was gericht aan een deskundige die het fonds moest helpen bij de oplossing van de financiële problemen. Na het voorlezen van de brief riep Cees mij met onverholen woede toe: ”Jij bent dus medeverantwoordelijk en hebt hier geen enkel recht van spreken”.
Toen ik in reactie zei dat ik destijds niet anders had gedaan dan, op aangeven van hem en Ed Woerlee, een oplossing zoeken voor de financiële problemen van het fonds, werd ik verontwaardigd weggehoond. De verontwaardiging was gespeeld, want Cees wist heel goed dat het in de bijeenkomst om heel andere problemen ging dan de problemen die we in mijn periode als kerkbestuurslid (1990-1994) probeerden op te lossen. En hij wist ook dat ik destijds ontslag had genomen omdat ik niet aansprakelijk gesteld wilde kunnen worden voor besluiten waarover het fonds mij niet informeerde en waarop ik geen invloed kon uitoefenen. Ik riep Cees op zich niet te verlagen tot een op de persoon gerichte aanval, waarop hij en zijn medebestuursleden mij als één man tegenwierpen dat ik ook hen persoonlijk had aangevallen. Kennelijk had men behoefte aan een stok om ook mij te kunnen slaan. Als de emoties zo hoog oplopen kun je er maar beter het zwijgen toe doen en er op een later moment op terug komen. Dat doe ik bij deze.
Toen ik onlangs met een Volendamse psycholoog over de perikelen rond het fonds sprak, legde hij uit dat Volendam een afwijkend ‘conflictmodel’ heeft. Als we met elkaar in conflict raken, worden we heel boos, gaan met modder gooien en sluiten onszelf af voor argumenten. Diep beledigd besluiten we vervolgens elkaar nooit meer aan te kijken. Als Volendammer ken ik dat conflictmodel maar al te goed, maar ik heb mijn best gedaan daarbij weg te blijven, ook al heb ik mijzelf gerust wel eens boos gemaakt. Het heeft echter niet zoveel zin als ik mijzelf probeer te beheersen en de bestuursleden van het fonds niet. Want dan komen we nooit tot elkaar. Ik wil die bestuursleden daarom oproepen de discussie ook met (kracht van) argumenten te voeren en niet op basis van emoties. En dat is niet alleen in het belang van de deelnemers van het fonds maar ook in hun persoonlijk belang. Ik zal dat hieronder toelichten.
Het is inmiddels 10 jaar geleden dat het fonds de deelnemers bijeen riep om uit te leggen dat het fonds te weinig kapitaal had om de uitkeringen te kunnen blijven betalen. Men had 3 miljoen gulden in kas en had 9 miljoen nodig. Wilde het fonds weer gezond kunnen worden, dan moesten de uitkeringen omlaag en de premies omhoog. “Kom over 10 jaar maar terug om te zien hoe we het gedaan hebben’, zei Cees de Wit in 1996 toen hem – vergeefs – om opening van zaken werd gevraagd.
Nu, 10 jaar later, krijgen we te horen dat het fonds nog minder geld in kas heeft dan in 1996. En opnieuw komt men met het verhaal dat de premies meer dan honderd jaar te laag zijn geweest en dat de premies daarom omhoog en de uitkeringen omlaag moeten. Maar die te lage premies waren toch de reden om het fonds in 1996 te saneren? Vanaf dat jaar zou het fonds het toch allemaal anders en beter doen? Naast de te lage premies werd tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten ook nog genoemd dat men in de toekomst een daling van het aantal deelnemers voorziet, omdat jongeren zich bij een verzekeringsmaatschappij goedkoper kunnen verzekeren. Maar als verzekeringsmaatschappijen met goedkopere premies niettemin aan jongeren kunnen verdienen, dan kan het fonds met al zijn vrijwilligers (en dus veel lagere kosten) dat toch zeker ook?
Ouderen zijn ingelegde premies geheel of gedeeltelijk kwijt
Afgelopen donderdag kwam de aap uit de mouw. Het fonds stond er – helemaal volgens het plan uit 1996 - financieel prima voor totdat men besloot een nieuw mortuarium te bouwen. Meer dan tweederde deel van het opgebouwde kapitaal ging hieraan op. Een noodzakelijke voorziening – het kapitaal dat benodigd was om de uitkeringen en premies stabiel te houden – werd aldus omgezet in een luxe voorziening: een nog groter en mooier mortuarium. Omdat het mortuarium nauwelijks iets opbrengt, moeten de uitkeringen nu opnieuw omlaag en de premies opnieuw omhoog. Voor veel ouderen worden de premies zelfs zo hoog dat het niet meer lonend is verzekerd te blijven: de komende jaren betalen ze meer premie dan hun nabestaanden aan uitkering zullen ontvangen. Aan de premies die deze mensen hun hele leven betaald hebben, houden ze nu alleen het ‘morele recht’ over op een korting op de grafrechten en het mortuarium. De premies zelf zijn ze kwijt. De verzekeringsmaatschappij heeft toegezegd een afkoopbedrag te zullen betalen, maar dat zal vrijwel zeker een fractie zijn van de ingelegde premies omdat het geld helaas op is, op aan het nieuwe mortuarium (van de premies van deelnemers tot 75 jaar is slechts drie ton over).
Verbijsterd was de zaal dat het fonds zo’n belangrijke beslissing – de bouw van een nieuw mortuarium ten koste van bijna het hele kapitaal – had genomen zonder de deelnemers te raadplegen. De reacties uit de zaal lieten er geen enkel misverstand over bestaan dat het in niemands hoofd zou zijn opgekomen in te stemmen met de besteding van het kapitaal aan een nieuw mortuarium, als dat de deelnemers destijds gevraagd was. Omdat het rekensommetje heel eenvoudig te maken is, kon het fonds weten dat de bouw van een nieuw mortuarium tot gevolg zou hebben dat de deelnemers hun levenslang betaalde premie geheel of gedeeltelijk kwijt zouden raken. Toch heeft het fonds dat gevolg willens en wetens voor lief genomen. Maar aanvaarden de leden van het fondsbestuur daarmee ook persoonlijke aansprakelijkheid voor de schade die zij de deelnemers hebben toegebracht? Toen Erik Tuijp, voorzitter van de SSNV, daar afgelopen donderdag naar vroeg, luidde het antwoord dat niet het begrafenisfonds maar het kerkbestuur aansprakelijk is voor de schade. Volgens Ed Woerlee handelden hij en zijn medebestuurders ‘voor rekening en risico van het kerkbestuur’.
Wat Ed Woerlee zei komt erop neer dat de leden van het kerkbestuur maar beter hadden moeten opletten, toen hij en de andere fondsbestuurders investeringen deden die het fonds zich niet kon veroorloven. Omdat het kerkbestuur niet heeft ingegrepen, is het nu de klos. Maar wat zegt het bisdom – dat eindverantwoordelijk is – hier nu van? In een brief van 12 juli 2005 aan het kerkbestuur schrijft de bisdomeconoom dat het fonds zonder de vereiste goedkeuring van de bisschop vermogen van de kerk naar ‘satellietstichtingen’ heeft overgebracht. Daarnaast zijn zonder de vereiste goedkeuring van de bisschop investeringen gedaan, waarbij ook nog eens de suggestie van belangenverstrengeling is gewekt bij delen van de Volendamse gemeenschap. Afgaande op deze brief hebben de fondsbestuurders dus wel degelijk ook voor eigen rekening en risico gehandeld.
Aanspannen rechtszaak koud kunstje
‘Ik hoop dat de heren een goede bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering hebben’, zei een deelnemer bij het verlaten van de bijeenkomst afgelopen donderdag. En dat valt inderdaad te hopen, want tal van deelnemers zijn vastbesloten het er niet bij te laten zitten. En het is tegenwoordig heel eenvoudig een rechtszaak te starten als je met een grote groep bent: je verzamelt de gedupeerden met een rechtsbijstandsverzekering en start via de betrokken verzekeringsmaatschappijen een collectieve actie. Zo is het ook na de Nieuwjaarsbrand gegaan: zonder dat het de getroffenen een cent kostte deden advocaten op basis van rechtsbijstandsverzekeringen hun werk.
Toen was sprake van een groep van 350 gedupeerden terwijl het aantal gedupeerden nu 13.500 beloopt (het aantal rechtsbijstands-verzekerden is nu dus tientallen malen hoger). Maar wat de ervaringen na de Nieuwjaarsbrand ook hebben geleerd, is dat Volendammers, als het er echt op aankomt, heel goed in staat zijn emoties en zaken te scheiden. Want we hebben dan wel een afwijkend conflictmodel, we kunnen er samen ook heel goed uitkomen. Als je buiten Volendam vertelt dat de getroffenen vrijwel unaniem een schikking hebben gesloten met Jan Veerman, houdt bijna niemand dat voor mogelijk. Waarom zou wat na de Nieuwjaarsbrand gelukt is, nu niet kunnen lukken? Namens het bestuur van de nabestaandenvereniging doe ik het fonds dan ook hierbij het voorstel om samen op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen die de deelnemers minder schade berokkenen. Daarbij kunnen we beschikken over de diensten van Edwin Schokker, actuaris, en ook andere Volendamse deskundigen. Natuurlijk mogen we geen wonderen verwachten, maar misschien dat deze deskundigen kans zien de schade te beperken. Als het daarnaast ook nog zou lukken het vertrouwen te herstellen, zullen de gedupeerden misschien afzien van het aanspannen van een rechtszaak.
Evenals eerdere pogingen er samen uit te komen, kunnen de fondsbestuurders ook dit aanbod opvatten als een ‘persoonlijke aanval’. Maar ze kunnen het ook zien zoals het bedoeld is: een uitgestoken hand om te proberen de problemen samen op te lossen. In het belang van de deelnemers, maar ook van henzelf, hoop ik dat ze die hand dit keer zullen pakken.
Met dank voor plaatsing,
Klaas Bond,
voorzitter nabestaandenvereniging