Dorpsbewoners vrezen voor het voortbestaan van het Volendams. Dat blijkt tijdens de bijeenkomst ’Kom gank’ (Volendams voor ’kom snel’), een door de gemeente Edam-Volendam georganiseerde thema-avond over de huidige staat en de toekomst van het dialect. Frank Bond, werkzaam als cultuurcoördinator bij de gemeente Edam-Volendam en bekend als solomuzikant en zanger van de band AlascA, praat de boel aan elkaar. Als Bond vraagt wie gelooft dat het Volendams zal verdwijnen, steekt ongeveer de helft van de zaal zijn hand op.
Hier het hele Premium artikel op de site van het NHD.
Van Volledams praote wor je allejoises bleijt! Allieneg ammaar ‘je kut’ zègge moete ze gank ofskaffe, dair wor je gaal lillik van.
Het Volledams gaat niet verdwijnen. Maar door de jaren heen, verandert het wel steeds een klein beetje. Prima. Alles beter dan Ajdams… 😉
Het is inderdaad wel belangrijk dat er eens een keer vaste spelling gaat ontstaan. Mooie taak voor wat gepensioneerde leraren of Sijmen Tol.
Hierboven zie je Snaartje ook al de mist in gaan met het woordje ‘lillik’.
Snaartje heeft geen pretenties correct Volledams te skrivve, praote ôk niet.
Snaartje verwacht evenmin van aorenen correct Amsterdams te prate, want Amsterdam kent meerdere dialecten. Jordeneujs is aors dan Amsterdam Noords. Suids aors as Wests en in Oost weuit gienien mair wet een aor saat, soveuil beutejasse wojne daejro.
Bij Snaar staat het Volendams Woorenboek van Dick Brinkkemper gemoedelijk naast het Bargoens Woordenboek van drs. Enno Endt en Lieneke Frerichs.
Dus… Wet of iederien spreujkt sal mein Sjaak van de Buren wese, as et maar uittet Hart komp, want de humor legt op straat meneer Sonneberg😂
Of het verdwijnt ligt eraan. De gemiddelde student praat tegenwoordig bekakt Goois. Als dat doorzet verdwijnen alle dialecten in Nederland op termijn, of de niet-studenten moeten het in leven houden.
Als er in Volendam steeds meer ouders komen die vinden dat ze hun kind Nederlands moeten opvoeden gaat het op den duur dezelfde kant op. Het wordt een soort van touwtrekken. Wie blijkt uiteindelijk het sterkst.
Taal is levend; aan veranderingen onderhevig. Mede door invloeden van buiten. Is ook – en nog sterker – voor dialecten het geval. Woorden uit het dialect verdwijnen in de loop van de tijd, al dan niet bewust en/of spontaan, en worden vervangen door woorden uit het abn. Met dezelfde betekenis.
Heel weinig Volendammer vrouwen willen tegenwoordig nog ‘ooitje’ zijn. Dat klinkt zo oud. Dat is gewoon oma’ geworden. Laat staan van ‘bes’ of ‘bessie’. De man blijft daarentegen trouwens vaak nog gewoon ‘bap’.
Een mooi Volendams woord dat ook niet meer wordt gebruikt is ‘pietje’. ‘Mijn pietje Gaar’ is ‘mijn tante Geert geworden’. En ‘poffertjes’ in plaats van ‘bolle buissies’ is thans gemeengoed bij kinderen. ‘Bovvrts’ worden ook niet meer gegeten. Wel ‘pannekoeken’. Ik zei al ‘oliebollen’, mijn ooitje sprak nog van ‘oeliekoeke’.
Is het erg als ons dialect verdwijnt? Er zijn ergere dingen om je druk over te maken.
Dat klopt, maar eenheidsworst is het ook niet. Ik vind die verschillende dialecten wel leuk.
Volendams is leuk. Stukken leuker dan plat VerNederlands met een aerdappel in je strot.
Misschien kan de coordinator cultuur, in het verlengde van zijn inzet voor het Volendamse dialect ook meedoen aan de kermiscd. Gewoon een “volendammer”hit van zijn hand en door hem gezongen. Frank kan dat. Het is een muziektalent.
Willem, lees nu toevallig in een kookrubriek over o.a. broeder.
Schrijfster heeft het ook over andere benamingen: poffert, boffert, ketelkoek, jan-in-de zak, etc. In verschillende streken kan een boffert verschillende vormen aannemen. Je kon het zelfde beslag stomen, koken, bakken (in een pan of in de oven). Achteraf is de dikkekoek van mijn vader ook broeder met veel rozijnen en royaal met bestebutter. Bollebuisjes voor poffertjes is ook gangbaar in het Nederlands. Veel van onze woorden zijn West-Fries.
In de vorige eeuw kreeg je als jong mokkel het Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool van C.J. Wannee cadeau voor je uitzet. Daarin staat vanzelfsprekend het recept van broeder, maar ook van drie in de pan, dikkoek, poffertjes, smeerbollen, wentelteefjes, Jan in de zak, ketelkoek. Bij dat uitzet hoorde ook een poffertjespan. Niet zo’n gietijzeren ding voor minipoffertjes, maar een stalen zwart geëmailleerde koekenpan met 7 holletjes van ongeveer 7 cm doorsnee.
Niet zozeer West-Fries, maar gewoon oer-Hollands.