Als kinderfeest dateert de Sint Nicolaasviering uit de 14e eeuw.
De oudste aanwijzingen in ons land daarvoor zijn te vinden in Dordrechtse stadsrekeningen daterend uit 1360 en 1363.
Hieruit blijkt dat kinderen een vrije dag en geld kregen om feest te vieren.
Als onderdeel van de Sint Nicolaasviering was het in de veertiende eeuw gebruikelijk om aan de vooravond van de feestdag van Sint Nicolaas een schooljongen tot bisschop te kiezen.
Twee andere kinderen werden tot hulpbisschop gekozen. De drie kinderen waren drie weken lang, tot Onnozele Kinderen’ op 28 december, bij de kerk te gast.
Zij kregen eten, drinken en geschenken zoals nieuwe schoenen.
De kinderbisschop mocht tijdens het feest getooid met mijter en staf helpen de kerkelijke diensten te leiden en trok met kinderen langs de straten om geld voor het Sint Nicolaasfeest bij elkaar te krijgen.
Zoals zoveel kinderommegangen ontaardde ook deze in bedelarij, zodat in de 17e eeuw het bedelen met mijter en staf werd verboden.
Een liedje als ‘Sinterklaas Goedheiligman trek je beste tabbart an’ herinnert nog aan deze traditie.
Het Sint Nicolaasfeest is altijd aanleiding geweest elkaar geschenken te geven.
Uit het toneelstuk ‘Moortje’ van Bredero uit de 17e eeuw wordt duidelijk wat een kind in die tijd van Sint Nicolaas.
Naast snoepgoed kon ene kind ene pop, tol, pennen een schrift en prentenboeken verwachten. Boeken en snoepgoed zijn daarbij nog steeds belangrijke geschenken.
Kaarten zijn te koop bij Dwars, Voorhaven 129 in Edam.
