Stichting Beemster Vanzelfsprekend heeft een onderzoek gedaan naar de verkeersveiligheid op de Purmerenderweg in de Beemster. In Raadszaken reageerde gemeenteraadslid Jordi Albers.
De Stichting Beemster Vanzelfsprekend heeft een digitale enquête gehouden over de verkeersveiligheid op de Purmerenderweg in de Beemster. Enkele weken terug sprak Jardo Louw met Nils Duits van de stichting in Raadszaken over de stichting, dit werd erover verteld: ‘We komen als stichting op voor de Beemster en haar inwoners. Dat doen we in goed overleg met de politiek en bestuur.’ 653 mensen hebben gereageerd op de enquête die de stichting uitschreef. De stichting stelt dat 72 procent van de fietsers en voetgangers zich onveilig voelt op de Purmerenderweg. In veel gevallen zou dit komen door auto’s die te hard rijden en het feit dat er geen apart fiets- en wandelpad is. Jordi Albers van Gemeentebelangen Purmerend reageerde in Raadszaken op de resultaten van het onderzoek van Beemster Vanzelfsprekend.
Initiatief van Beemster Vanzelfsprekend
Hij toonde zich enthousiast tegenover het initiatief van Beemster Vanzelfsprekend: ‘Wij zijn hier groot voorstander van. Zo kunnen we zien wat er in de wijken en in de dorpen leeft.’ Verder stelt hij dat het probleem al heel lang bestaat: ‘Bewoners vragen zich af wanneer daar iets aan verandert.’ Zelf heeft hij echter geen oplossing voor het probleem: ‘Ik ben geen verkeersdeskundige, wel kun je aan meerdere opties denken.’ Dat heeft Beemster Vanzelfsprekend ook gedaan. In het ingezonden stuk stelt de organisatie onder meer een apart fietspad met trottoir, verkeerslichten bij gevaarlijke oversteken en maatregelen voor het afremmen van verkeer voor. Zaken die Albers onderschrijft.
‘Onderzoeken afwachten’
Het onderwerp stond bij Albers wel al eerder op de radar bij Gemeentebelangen Purmerend. Hij stelt daarover het volgende: ‘De ervaring heeft ons geleerd dat, als wij een bepaald voorstel indienen ons altijd werd gezegd dat we onderzoeken moesten afwachten.’ Albers wil kijken of hij het onderwerp op de agenda wil plaatsen. Hij benadrukt dat hij blij is met het onderzoek: ‘De raad kan dit denk ik niet naast zich neerleggen.’