Momenteel ontvangen de bewoners van onze gemeente een brief van Liander met daarin aangegeven een of meerdere locaties in de buurt waar er trafohuisjes geplaatst zullen worden en het formaat hiervan. In de brief staat dat de uitgekozen plekken samen met de gemeente bepaald zijn. Dit lijkt haaks te staan op de aangenomen motie waarin BVNL heeft opgeroepen tot voorafgaande participatie over de inmiddels beruchte huisjes. Ook hebben wij gevraagd om het uiterlijk van de transformatorhuisjes aan te passen zodat deze opgenomen worden in de omgeving en daarom heeft BVNL schriftelijke vragen ingediend.
Vraag: Heeft er – conform de aangenomen motie – participatie plaatsgevonden met de buurtbewoners over de meest geschikte locatie en het uiterlijk van de transformatorhuisjes die in de buurt geplaatst zullen worden?
Vervolgvraag: Zo nee, waarom is de motie niet gevolgd? En hoe en wanneer gaat het college dan vóór de daadwerkelijke plaatsing van de transformatorhuisjes alsnog over tot een fatsoenlijk participatieproces zodat de er in overleg met de buurtbewoners een (meest) geschikte plaats alsmede een meest geschikte vormgevingsschil afgesproken kan worden?
Wat wordt met een trafohuisje bedoeld? Een besteedbaar station, een compact station of maatwerk als de bekende peperbussen in Amsterdam?
Ook de betreedbare en de compactstation zijn te verfraaien maar a.u.b geen foto,s of zweverige dingen. Hout of steen bekleden.
Misschien in de vorm van een boom?
Of om zo’n huisje mooie beplanting zodat je hem niet ziet?
Of door lokale kunstenaars van alle leeftijden er iets bijzonders van laten maken?
Zeker weten dat wanneer je er een paar creatieve geesten op los laat zo’n huisje het juweel van een buurt kan worden.
Een trafohuisje in de vorm van een boom?
Begoal!
Echt Wel heeft het over een ‘Peperbus’. Als volgt:
Amsterdamse transformatorzuil (voor beeld zie Kunstmatig Internet).
De Amsterdamse transformatorzuil, ook wel Peperbus genoemd, is een type transformatorzuil dat in 1911 werd ontworpen door architect Jo van der Mey. Van der Mey was vanaf 1911 werkzaam bij de afdeling publieke werken van de gemeente Amsterdam. De transformatorzuil wordt gebruikt als transformatorstation voor het Gemeente-energiebedrijf en als aanplakzuil voor affiches van culturele evenementen.
Kijk, twee vliegen in één klap, want je kan zo’n transformatorzuil ook met kunst bekleden, desnoods met kunststof schors.
Dus Edam-Volendam hoeft niet opnieuw een wiel uit te vinden.
De Peperbus is een mooi ontwerp. Zoals in Amsterdam veel straatmeubilair mooi ontworpen is. Ook de bruggen. Tijdloos en oogstrelend. Meer dan 100 jaar oud. Er is aandacht aan besteed destijds.
Vorm volgt functie. Zoek het niet in foto’s op lelijke dingen plakken. Begint erg afgezaagd te worden en de kijk is er snel af. Valse folklore. Wie opzoek gaat vindt meer mooie ontwerpen van transformatorhuisjes. Je snapt meteen wat de functie is. Let niet alleen op de prijs, want die dingen moeten nog jaren mee.
Kortom, niet alleen inspraak over de plek, maar ook over het ontwerp.
De Peperbus uit 1911 voldoet niet aan de huidige eisen.
De vervanger is zo’n 2 meter in doorsnede en 5 meter hoog.
Ook zal de gemeente de meerprijs moeten bijleggen.
Verder is de maximum capaciteit beperkt tot 630 KW.
Dit betekent dat je er meer moet neerzetten dan wanneer je een groter station neemt.
Weer extra kosten, en er wordt al zoveel geklaagd over de OZB.
Er moeten er bijna 50.000 worden geplaatst en Liander bouwt ze gedeeltelijk zelf. Over het ontwerp en de locatie is allang nagedacht en als ze eenmaal staan (vergunningsvrij) moet alles nog open om kabels te trekken en aan te sluiten. Het is wat het is, volgende punt.
Caramba,
Ik pleit voor goed nadenken over het ontwerp. Door uit te gaan van iets wat niet kan, kom je altijd op iets wat wel kan, leert de ervaring. De belangrijkste les is: gewoon beginnen. Door bezig te zijn, dient de oplossing zich vanzelf aan. Een inspraakavond is een mooi begin.
‘Kan niet’ en ‘wil niet’ liggen op het kerkhof. Het zijn mijn achterburen.
En Evodammer,
Ik beperk mij even tot Edam-Volendam als je het niet erg vindt. Vast niet, gezien je alter-ego.
We hoeven de wereld niet te verbeteren.
Natuurlijk is er over het ontwerp van de nieuwe peperbus goed nagedacht door het bedrijf dat ze maakt en plaatst maar ze moeten aan allerlei veiligheidseisen voldoen en dan is dit kennelijk het resultaat.
Ik zou ze even bellen, Opper Rakker.
Misschien mag je wel langskomen met een paar ideeën.
Hoef niet te bellen. Ik schrijf het wel op GW.
Der Feind hört mit.
Elders, bij een andere post, lezen we dat de gemeente een “tijdelijke beleidsmedewerker om participatie Edam-Volendam te verbeteren” heeft aangetrokken.
Het lijkt mij een uitdagende opdracht om te bezien of zij/hij de besluitvorming rondom plaatsing en vormgeving van nieuwe transformatorhuisjes samen met bewoners op de rit kan krijgen.
Zo is bewonersparticipatie meer dan een ‘verplicht nummer’ en bovendien zinvol. Deze beleidsmedewerker verdient dan het budget dubbel en dwars terug voor de gemeente. Voor ons dus.
Nou, kijk eens aan.
https://www.liander.nl/stroom-vooruit/pimp-een-elektriciteitshuisje
Snaar heeft twee jaar geleden de schakelkast van het pompgemaal in de Noordeindesloot gepimpt waar de hele buurt blij van is geworden.
Gewoon met wat verf, viltstif en humor.
In ieder mens schuilt een kunstenaar, dus iedereen kan dat. Gewoon even een kwestie van een andere mindset.
Zoiets staat in de openbare ruimte en hoort bij een nutsvoorziening. Bepaalt ook het straatbeeld. Hoe het eruit ziet, waar het komt te staan, dat moeten bewoners uitmaken met hulp van professionals, architecten, vormgevers.
Met ‘opimpen’ wordt het snel een gedateerd zooitje. En dan nog moet je er samen zien uit te komen.
John K.:
De schepster van Snaar is vormgever en heeft zoals je weet het voorbeeld allang gegeven, je loopt er zelfs regelmatig langs.
De idee om elektrickerykasten (en overige oogverstuikende bouwsels) te pimpen gebeurt overal ter wereld, maar hier in Volendam, dat zichzelf presenteert als kunstenaarsdorp, moeten ze er eerst een speciale ambtenaar à 50.000 euro voor inhuren om de gemoedstoestanden van de bewoners in kaart te brengen.
Neem een voorbeeld aan NIETS.
Ziehier waarom de energietransitie zo slecht van de grond komt.
Enkele jaren geleden legde een medewerker van Tennet uit dat het bouwen van een nieuw hoogspanningsstation zo’n 2 jaar duurt.
Het voorafgaande traject van vergunningverlening, inclusief bezwaarprocedures duurt ongeveer 8 jaar.
En dan moet Liander nu voor elk transformatorhuisje op wijkniveau om de tafel met omwonenden, architecten, zelfbenoemde deskundigen en ontwerpers.
Alles wat er dan uiteindelijk uit de bus komt en afwijkt van het functionele ontwerp van Liander moet door de gemeente betaald worden.
Dat gaat de gemeente niet doen, en alles weer terug naar de tekentafel.
Bestaat wij van BVNL nog ?
De gemeente moet eerst zien uit te vogelen wat zij onder participeren verstaat. Participatie op vormgeving en plaats? Of alleen dat laatste? Mag het wat kosten? En zo ja, hoeveel?
Als de randvoorwaarden bekend zijn kun je daarmee naar de mensen toe. Met achteraf versieringen bij elkaar punniken maak je er een rommeltje van.
Het punniken en het rommeltje, daar krijg ik direct beeld bij, meester John. Daar moet je haast wel zoiets mee bedoelen als in 2015, toen een lokaal witte wievenclubje o.l.v. ene A.v.d.H. de bomen langs de grote weg tussen Edam en Oosthuizen van een braaksel aan gekleurde gebreide kleedjes meende te moeten voorzien. Supported by de ons reeds ontvallen en alom bekende Edammer afvalprikker F.S.
Ach, ieder individu heeft een eigen smaak.
Daar zijn er 8 miljard van, waar ongetwijfeld de jouwe ook tussen zit.
Zo is dat Rubber,
Wie gaat nu een boom versieren? Een boom is al mooi van zichzelf. En zo kun je die huisjes ook mooi van zichzelf maken; dat ze geen versiering behoeven.
De één wil de zoveelste foto van Oud Volendam en de ander ziet graag overal kaboutertjes in de openbare ruimte. Maar dat heb je na een week wel gezien. Die dingen staan er 50 jaar.
Ga jij daar nu eens achteraan bij de jongens van BVNL. Weet niet of ze dat snappen.
Wat ben ik blij verrast dat we het een keer eens zijn. Maar laten we dit vooral niet te vaak doen, meester John. Het doet op de een of andere manier een beetje onnatuurlijk aan. En ‘die jongens van BVNL’ ken ik niet. Jij wel?
Nou Rubber, het is helemaal niet erg om zo nu en dan iets verstandigs te zeggen.
De jongens van BVNL kun je gewoon opzoeken. Kijk bij gemeente Edam-Volendam en dan gemeenteraad.