De zorgen over de binnenstad van Edam zijn duidelijk: winkels verdwijnen, huizen zijn onbetaalbaar en de sfeer verdwijnt. Maar wat minder duidelijk is: hoort de gemeente dat eigenlijk wel? In het artikel in de laatste Stadskrant zei de wethouder onder andere dat “er een visie is met duidelijke ambities die eerder zijn vastgesteld door de gemeenteraad”.
Pardon?
En dat was nog niet alles. De binnenstad moet “een vitaal gebied zijn waar ruimte is voor economische ontwikkeling, verblijfskwaliteit en leefbaarheid.”
En: “Met elkaar werken we aan een economisch en samenhangend beleid dat ruimte biedt aan initiatieven.”
Serieus? Wie praat er zó tegen mensen die zich zorgen maken over hun eigen buurt?
Als inwoner wil je niet weten of het beleid samenhangend is. Je wil weten of iemand snapt hoe het voelt als je dagelijks langs lege winkelpanden loopt. Je wil horen: “We zien het. We snappen dat het pijn doet. En we doen er wat aan.”
Die toon ontbreekt volledig.
Toegankelijke taal is geen detail. Het laat zien dat je luistert. En dat je geeft om wie er woont.
Laat inwoners dus meedenken. Of beter nog: meeschrijven. Ruimte zat – in het beleid én in de etalages.
Dave van Aken
Simpele oplossing is tegengaan van vastgoedbaasjes die alle winkelpanden opkopen als belegging. Een ondernemer wil werken voor zichzelf en voor dingen die naar hem/haar toekomen. Een huurbaas is een verkapte werkgever en daar wilde je als zelfstandige nou net van af.
Dat gebeurt in Volendam ook, alsmede in de rest van VerNederdLand en wie over de grenzen kijkt ziet overal hetzelfde verschijnsel.
Oorzaak?
De Consument koopt liever alles via Internet.
Oorzaak?
Wij Zelf.
Die Edammers geven gewoon te weinig uit, dan komt de middenstand in de problemen. En dan klagen over de gemeente.
Of ze verkopen hun huis voor een hoge prijs. Los t effe op gemeente.
Of je jou veel of weinig uitgeeft, de gemiddelde middenstander kan de kosten van huur, energie, inkoop, administratie, etc. niet meer opbrengen. Daardoor worden de prijzen van de producten te hoog en haken de kopers af. Een negatieve spiraal.
Wat Sjakie schrijft klopt als een bus. Als je als eenvoudige winkelier een winkelpand huurt, ben je in feite in dienst van de verhuurder.
Een familielid van mij heeft een viswinkel wat verderop. Hij zei me eens ‘Vrijdag om 12 uur ‘s middags heb ik mijn vaste lasten, waarvan de winkelhuur een grote post is, verdiend en tevens ook al mijn personeelskosten. Vanaf dat moment is de bruto marge van wat ik verkoop voor mij. En dat is niet erg. Ik verkoop dan nog en op zaterdag genoeg om er een goed belegde boterham aan over te houden. Ik kan zelfs de ‘slechte’ zaterdagen (te mooi weer, te koud etc) ruimschoots opvangen. Maar ik word iedere keer verder uitgeknepen bij verlenging van het contract. De pandjesbaas weet dat ik geen kant op kan. En ik heb geen opvolger’.