We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Laatst was ik de huiskamer een goede beurt aan het geven, de salontafel innig tevreden inwrijvend met meubelolie. Ik snoof de geur van de gewassen vitrage op, het bijna-droge dekbedovertrek hing netjes gevouwen over de binnendeur. Vrijdag, de mooiste dag van de week. Tegenwoordig zijn dit soort momenten voor mij gewoon al genoeg, gelukkiger zal het niet snel meer worden.
De radio stond op 5, een bonte mix van oubollige liedjes uit de jaren ’60 tot heden, maar voornamelijk evergreens die gedraaid werden. ABBA, Conny Van den Bosch (‘Ik ben gelukkig zonder jou, nu ik niet meer van je hou’), Elvis Presley, Udo Jürgens en dan opeens daar de stem van Roger Whittaker! Als door een tijdmachine werd ik overgebracht naar de zeventiger jaren, mijn haren nog lang en steil, een kekke hotpants aan en hagelwitte kanten kniekousen. Mijn moeder was groot fan van Roger, een van mijn broers had eenzelfde soort fluwelen zangstem en kon hem feilloos na doen.
Ik ging er even bij zitten, met een verse kop koffie, concentreerde me op die herinnering en de beelden die ik zo haarscherp voor me zag, op de geuren die ik bijna weer rook. En ik merkte dat er vanzelf meer bij kwam: de woonkamer in het ouderlijk huis, het glanzend teakhouten radio- en platenspeler-ameublementje waar menig vintageliefhebber vandaag de dag een moord voor zou doen! Ach, nu kwam ook Engelbert Humperdinck op de radio voorbij, een ander idool van Ma en een stuk sexyer dan de wat saaie Roger.
Wanneer Engelbert op TV heupwiegend door het beeld schoof, dan verzuchtte Ma: ‘Oh, die vlooi zou ik nog wel eens in mijn bed willen hebben!’ We zaten op zaterdagavond naast haar in de bank – met natte haartjes, bakje chips en priklimonade – en keken haar onthutst aan. Hoe moest ik nu als bleue 11-jarige die frivole uitspraak van moeder rijmen met haar onschuld, ja bijna preutsheid, die ze tot op hogere leeftijd uitstraalde?