Het is 29 juli 1979, de eerste ritten van Buurtbus Zeevang zijn een feit. Een van de chauffeurs is Witte Lous uit Oosthuizen. In het dagelijks leven werkte hij als geotechnisch ingenieur in Amsterdam. Witte besloot elke 14 dagen op zijn vrije zaterdag te rijden. Op 11 mei neemt hij officieel afscheid, heeft dan de leeftijd van 80 jaar bereikt en dan moet je eruit.
“Je vraagt naar mijn mooiste ervaringen? Nou, dan zijn het toch wel de mensen voor wie de bus een uitkomst is en die het heel plezierig vinden om mee te gaan. Toen in de jaren zeventig de lijndienst Purmerend-Oosthuizen werd opgeheven, was er op dit traject geen openbaar vervoer meer. De provincie sprong in, was bereid de buurtbus te financieren. Nu valt de buurtbus onder de Vervoerregio Amsterdam. En laat ik ook niet vergeten dat mensen als waardering snoepjes geven of zelfs een fooitje.
Recalcitrante passagier
Een minder mooie ervaring is een recalcitrante passagier in een elektrische rolstoel die weigerde om vastgezet te worden in de bus. Deze meneer is in de bus met de rolstoel gevallen, er moest een ambulance komen. Met meerdere mensen is het gelukt om meneer uit de bus te krijgen. Het gevolg is dat de buurtbus geen elektrische rolstoelen meer meeneemt. Als ik terugblik, dan kom ik tot vier busmaatschappijen waartoe de buurtbus behoorde: NZH, Connexxion, Arriva en nu bij EBS. Nu hebben we een prachtige blauwe bus, ik denk dat we er in mijn 47 jaar wel 5 of 6 hebben gehad.”
28 chauffeurs actief
Anja Arzoni, coördinator en roostermaker, vult aan: “Witte gaat er nu uit, maar vorig jaar zijn er maar liefst 7 chauffeurs gestopt wegens verhuizing of leeftijd. Wij klagen helemaal niet over gebrek aan vrijwilligers, want we hebben er alweer 5 nieuwe bij en daar blijft het niet bij. Op dit moment zijn er 28 chauffeurs. We moeten wel voortdurend werven, want er zijn vier chauffeurs die net als Witte met buurtbuspensioen gaan. Tijdens de komende jaarvergadering van Buurtbus Zeevang nemen we officieel afscheid van Witte Lous voor wie het nu na 47 jaar trouwe dienst écht einde rit is!”