Voor u ligt de voortgangsrapportage over de kwaliteit van de dienstuitvoering van EBS in de concessie Zaanstreek-Waterland in januari. We komen in deze rapportage terug op de onderwerpen rituitval, klantreacties, personeel en materieel. Hierin komt ook de impact van het winterse weer terug.
Rituitval
Januari 2026 begon met een grote laag sneeuw en koude dagen. Dit heeft grote impact gehad op de dienstregeling, en dit is terug te zien in de daarbij horende rituitvalcijfers van de weken erna. Door de sneeuw konden niet alle ritten gereden worden, omdat een veilige reis voorop staat. Een sneeuwvrij wegdek is namelijk van essentieel belang voor de veiligheid. Dit geldt voor zowel de chauffeur die naar de stalling moet komen, als de chauffeur, de reiziger en de omgeving tijdens de rit. Per dag is er gekeken naar hoe er zo veilig mogelijk zo veel als mogelijk van de dienstregeling gereden kon worden. Bij het materieel wordt dieper ingegaan op de oorzaak van de hogere rituitval.
In de vorige rapportage zijn de cijfers van week 51 en week 52 (laatste weken december) al gedeeld. Om een volledig beeld te schetsen van de ontwikkeling richting januari zijn deze weer opgenomen in de tabel. De rituitval blijft in de loop van januari boven de 2%. De Vervoerregio blijft (wekelijks) controleren op het behalen van de norm, totdat de dienstregeling weer betrouwbaarder wordt.
De rituitval vanaf week 51 is in de onderstaande tabel opgenomen. Net als de vorige maanden is ervoor gekozen alleen de totale rituitval weer te geven, deze is opgebouwd uit verwijtbare en niet verwijtbare rituitval. De niet-verwijtbare rituitval lag tijdens de sneeuwperiode aanzienlijk lager. Echter is de totale rituitval het effect wat de reiziger heeft ervaren.
Totale rituitval
- Week 51 – 1,19%
- Week 52 – 1,89%
- Week 1 – 2,06%
- Week 2 – 12,46%
- Week 3 – 5,1%
- Week 4 – 3,24%
- Week 5 – 3,1%
Klantreacties
Het aantal klantreacties is in januari gelijk gebleven aan december. De redenen waarom mensen de afgelopen maand voornamelijk contact hebben opgenomen:
- Wat is MeerPlus
- Verloren Voorwerpen
- Restitutie
- Bus te laat
Personeel
In januari is de formatie verder gegroeid. De formatie blijft daarmee op beide vestigingen groter dan de behoefte. Daarnaast is er een groep chauffeurs opgeleid met lijnenkennis van beide gebieden; zowel Zaanse lijnen als de Waterlandse lijnen. Normaliter wordt een chauffeur maar in één van de twee opgeleid. Door nu een groep te hebben met kennis van de twee gebieden, zorgen we voor een flexibelere inzet en daarmee een grotere inzetpoule bij verzuim en/of wijzigingen in de formatie. De selectie en werving blijft wel doorwerken om nieuwe chauffeurs aan te trekken om de formatie te behouden.
Stand van zaken materieel en laders
In de rapportage over december is al aangegeven dat de komst van het koude weer een verhoogd aantal storingen heeft veroorzaakt in de elektrische bussenvloot. Januari startte met winterse temperaturen en een dikke laag sneeuw wat de nodige gevolgen met zich meebracht.
Naast de directe effecten van de sneeuw, heeft een koude temperatuur ook een langere impact op de inzetbaarheid van de zero emissie-vloot. Dit zie je ook terug in de weken na de sneeuw. Kou heeft namelijk een grote impact op elektrische bussen. Er was een flinke toename van storingen aan de batterijen en het elektrische systeem (‘isolatiestoringen’). Daarnaast neemt het verbruik van de bussen toe bij een lage temperatuur. Ook kan door kou de resterende batterijcapaciteit opeens terugvallen naar 0% (SOC-drops). Dit alles leidden tot extra buswissels en een lagere busbeschikbaarheid. De gehele maand januari heeft de busbeschikbaarheid onder het benodigde spitsniveau gelegen.
Er is extra capaciteit geregeld in de werkplaats, deels ook bij VDL, om de beschikbaarheid van de bussen zo spoedig mogelijk te herstellen. De busvloot is vrij nieuw en was dit voor veel bussen de eerste flink koude dagen, hier zijn een aantal ‘kinderziektes’ door naar boven gekomen. Er zijn nu bijvoorbeeld structurele oplossingen bedacht die de isolatiestoringen in de toekomst hopelijk moeten voorkomen. Storingen die plaats vinden in de batterijen, zijn doorgaans niet met preventieve maatregelen te voorkomen.
De rituitval ligt op dit moment boven de gestelde norm van 2%. Er wordt nauwkeurig gemonitord en gestuurd op het snel terugzakken van de rituitvalcijfers.