De Rechtbank Noord-Holland heeft een man veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het langdurig seksueel misbruiken van drie minderjarige meisjes en het maken en bezitten van kinderpornografisch materiaal. De feiten speelden zich af in Volendam en duurden van 2023 tot 2024.
Misbruik binnen vertrouwensrelaties
De verdachte, een man van in de zestig, had op verschillende manieren een positie van vertrouwen ten opzichte van de slachtoffers. Eén van hen werkte als stagiair en later werknemer onder zijn leiding. Bij twee andere meisjes was hij betrokken als helper binnen het gezin en kwam hij regelmatig over de vloer. Volgens de rechtbank maakte hij stelselmatig misbruik van die positie. Hij benaderde de meisjes in situaties waarin zij afhankelijk of kwetsbaar waren en overschreed daarbij herhaaldelijk grenzen.
Wat de rechtbank bewezen acht
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
- Seksuele handelingen verrichtte met een meisje van 14 jaar, waarbij sprake was van handelingen die juridisch gelden als binnendringen van het lichaam.
- Een 16-jarig meisje tot seksuele handelingen bracht door misbruik van zijn overwicht als werkgever.
- Een 17-jarig meisje onder druk zette en manipuleerde om seksuele handelingen te verrichten.
- Foto’s maakte van minderjarige slachtoffers met een seksuele strekking.
- Daarnaast een zeer grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal (ongeveer 145.000 bestanden) in bezit had.
Bewijs: verklaringen en ondersteunend materiaal
In zedenzaken staan verklaringen vaak tegenover elkaar. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen van de slachtoffers:
- consistent en gedetailleerd waren,
- overeenkwamen met eerdere meldingen en gesprekken,
- en steun vonden in ander bewijs, zoals foto’s en (gedeeltelijke) bekentenissen van de verdachte.
Ook stelde de rechtbank vast dat de verdachte bepaalde onderdelen bevestigde, zoals het maken van foto’s en het uitvoeren van handelingen, terwijl hij andere beschuldigingen ontkende. Die ontkenningen werden door de rechtbank niet geloofwaardig geacht in het licht van het totale bewijs.
Ernst van de feiten
De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat:
- de slachtoffers minderjarig en kwetsbaar waren,
- sprake was van een groot leeftijdsverschil,
- hij misbruik maakte van vertrouwen en afhankelijkheid,
- en het misbruik meermalen en over langere tijd plaatsvond.
Bij één van de slachtoffers speelde bijvoorbeeld psychische problematiek, bij een ander een verstandelijke beperking. Volgens de rechtbank had de verdachte juist daarom extra verantwoordelijkheid moeten nemen. De rechter benadrukte dat de slachtoffers door het handelen van de verdachte in hun ontwikkeling zijn geschaad en dat hun persoonlijke grenzen ernstig zijn overschreden.
Zwaardere straf dan geëist
Het Openbaar Ministerie had een gevangenisstraf geëist van 42 maanden, waarvan een deel voorwaardelijk. De rechtbank ging daar fors overheen en legde een onvoorwaardelijke celstraf van acht jaar op.
Volgens de rechtbank doet een lagere straf geen recht aan:
- de ernst en duur van de feiten,
- de impact op de slachtoffers,
- en het belang van bescherming van de samenleving.
Ook speelde mee dat de verdachte volgens de rechtbank weinig inzicht toont in zijn gedrag en nauwelijks verantwoordelijkheid neemt.
Conclusie
De zaak laat volgens de rechtbank zien hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn wanneer een volwassene misbruik maakt van zijn positie tegenover minderjarigen. Door het structurele karakter, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de combinatie met kinderpornografie acht de rechtbank een lange gevangenisstraf van acht jaar passend en noodzakelijk.
Lees hier de gehele uitspraak van de rechtbank.