Timothy B. (33) heeft 17 jaar cel gekregen voor het doden en verminken van zijn moeder vorig jaar januari in Landsmeer. Daarnaast krijgt hij een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Volgens de rechtbank is het overduidelijk dat B. vorig jaar op 8 januari zijn 52-jarige moeder door haar hoofd schoot, in hals, wang, nek en borst stak en daarna de benen van het lichaam scheidde. Ook heeft hij volgens de rechters geprobeerd het lichaam weg te maken. De benen van zijn moeder zijn tot op de dag van vandaag nooit teruggevonden. ‘De man heeft niet alleen zijn moeder op gruwelijke wijze gedood, maar heeft ook zijn familie lange tijd in onzekerheid gehouden,’ schrijft de rechtbank in een persbericht. ‘Dit en het feit dat hij op geen enkel moment berouw heeft getoond voor zijn daden, weegt de rechtbank mee bij het opleggen van de straf.’
Geen tbs met dwangverpleging
In het Pieter Baan Centrum werd vorig jaar vastgesteld dat B. een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft en veel soorten drugs gebruikte. De rechtbank zegt echter dat op basis van psychologisch onderzoek niet vast te stellen is of er sprake was van ziekelijke stoornissen ten tijde van het doden van zijn moeder. De rechtbank rekent hem de feiten dan ook volledig aan en legt hem een gevangenisstraf van 17 jaar op. Daarnaast krijgt hij een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor als hij vrijkomt. Dat betekent dat B. zich verplicht moet laten behandelen na zijn gevangenisstraf, maar het is nog niet bekend hoe dat er precies uit komt te zien. Dat is niet de tbs met dwangverpleging die het OM naast een gevangenisstraf van 17 jaar had geëist. Op basis van het deskundigenrapport dat in het PBC is gemaakt, zegt de rechtbank niet te kunnen concluderen dat er bij B. sprake is van een verhoogd risico op herhaling van ernstige agressie of geweld.
Gesprek over financiële problemen
De moeder van B. werd vorig jaar in de avond van 9 januari in de badkamer van zijn woning gevonden. Ze was een kleine 24 uur ervoor als vermist opgegeven, nadat ze bij haar zoon in Landsmeer op bezoek was geweest. Ze zouden het over de financiële problemen van B. hebben aan wie ze inmiddels tienduizenden euro’s geleend had. Hij voelde zich ‘als een kleuter behandeld’, vertelde hij op zitting twee weken geleden. “Zelfs als ik een cadeautje wilde kopen voor mijn zoontje moest ik toestemming vragen.” Het gesprek escaleerde daarna, nadat B. naar eigen zeggen zijn moeder confronteerde met seksueel misbruik dat in zijn jeugd zou hebben plaatsgevonden. Toen zijn moeder daar lacherig over zou hebben gedaan, pakte hij een pistool en schoot haar door haar hoofd. Vanaf dat moment zegt hij zich niets meer te kunnen herinneren. Voor het seksueel misbruik heeft de politie nooit bewijs kunnen vinden. Familieleden die er volgens B. van weten zijn inmiddels allemaal overleden.
Auto geparkeerd bij McDonald’s
De politie reconstrueerde de gangen van B. die avond en de volgende dag. Rond 20.00 uur hoorden buren twee harde knallen in zijn woning. Nog geen tien minuten later zocht hij op zijn telefoon naar een machine om de vloer schoon te maken. Een paar uur later parkeerde B. de auto van zijn moeder op een parkeerplaats naast de McDonald’s aan de IJdoornlaan in Amsterdam-Noord. Kort daarna had hij contact met een vriend. Die verklaarde later tegenover de politie dat hij B. op dat moment verward vond. B. vertelde langs het water van de Nieuwe Gouw vanuit Noord naar Landsmeer te zijn gelopen. Even later werd zijn moeder door haar partner als vermist opgegeven. B. ging die nacht ook langs bij hun huis in Diemen. Daar zei hij tegen familie geen idee te hebben waar zijn moeder was en dat ze waarschijnlijk weer een affaire had. De ochtend erna was hij nog paar keer thuis, voordat hij ’s middags bij zijn ex op de bank in slaap viel. Zij vertrouwde het niet en ging met een vriend in zijn huis in de Dorpsstraat in Landsmeer kijken. Toen ze daar een bloedbad aantroffen, schakelden ze de politie in. Even later werd B. door een arrestatieteam aangehouden in de woning van zijn ex.
Zowel B. als het OM hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan.
