De gemeente Waterland gaf in 2020 een vergunning om een bestaande woning in Broek in Waterland te slopen en een grotere nieuwe woning te bouwen. Buurtbewoners maakten bezwaar, omdat het plan volgens hen niet past in het beschermde dorpsgezicht en te groot is. Na eerdere rechtszaken moest de gemeente het besluit beter motiveren. In 2023 nam de gemeente een nieuw besluit: het bezwaar werd deels erkend, maar de vergunning werd alsnog verleend met een andere juridische onderbouwing. De bewoners gingen opnieuw in beroep. Zij vonden dat de gemeente de afwijking van het bestemmingsplan slecht had gemotiveerd en dat het bouwplan de omgeving aantast.
De Raad van State oordeelt dat:
- de gemeente bevoegd was om van het bestemmingsplan af te wijken;
- de gemeente voldoende heeft gemotiveerd dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is;
- de belangen van de bewoners voldoende zijn meegewogen.
Het beroep van de bewoners is ongegrond en de vergunning blijft in stand.
Hier de gehele uitspraak.
