
Foto José Mol Fotogratie.
Voor Berry Smit kon het niet duidelijk genoeg gezegd worden: “Dit kampioenschap hebben we sámen behaald, met de groep als geheel en met de hele club. Het was één geheel, in het elftal maar net zo sterk er direct omheen. Alles klopte!” Toen dat eruit was liet hij zich weer snel in de feestende massa trekken, zichtbaar genietend van de ontlading. De 1-1 puntendeling met Swift was immers genoeg gebleken voor het binnenhalen van de titel. Niemand maalde er meer om dat de kampioenswedstrijd op eigen sportpark niet bepaald oogstrelend was geweest, niemand zeurde nog door over het feit dat vooral Swift maar ook Purmersteijn in het laatste kwartier nauwelijks meer een poging deed om de bal nog naar voren te spelen. Omdat de berichten van de andere velden niet hevig verontrustend waren, was voor beiden het vasthouden van de status quo (ieder één punt) immers het veiligst.
“Guess who’s back”
Komend seizoen spelen we in de derde divisie in de prachtige stadions van bijvoorbeeld Sparta Nijkerk en Genemuiden, man dat is voor ons toch een prachtige ervaring. Smit kan het weten, want uit zijn carrière als speler en trainer kent hij die plekken maar al te goed. “Guess who’s back”, glunderde de Volendammer dan ook breeduit. “Ik heb er nu al zin in!”
En dat na een sezoen waarin hij bij Purmersteijn werd aangesteld met als doelstelling om het elftal veilig te spelen en uiteindelijk een stabiele vierde divisionist te worden. “Dat is dus volledig mislukt,” grapte Smit met een vette knipoog. Weer serieus benadrukte de succestrainer het doorslaggevende belang van het collectief. “In de groep net zozeer als in de staf. Want reken maar dat ik alles uit de groep heb geperst. Maar dan zaten mijn assistenten Ab Persijn en Ben Zwarthoed er bovenop om niet over het randje te gaan. Waar nodig stuurden zij bij door bijvoorbeeld voor een keertje rust te pleiten. En als geheel zorgden we voor plezier, wat voor mij zó belangrijk is in de groep. Tot het uiterste gaan, maar ook vreselijk veel lachen samen, daar gaat het mij om.”
Afgaande op de laatste competitieronden kwam het kampioenschap niet meer als een verrassing. “Na de verloren wedstrijd bij JOS Watergraafsmeer werden wij een paar keer behoorlijk getest. We kwamen daar goed doorheen, terwijl om ons heen punten verspeeld werd. En zo kwamen we dus bovenaan om dat nooit meer weg te geven. Aanvoerder Rowin Mol stelde al even duidelijk dat een eventueel kampioenschap lange tijd geen groot item was in de groep: “We waren er niet zo mee bezig, pas na het winnen van de tweede periode kwam het een beetje vanzelf op. De trainer deed er alles aan om de druk bij ons weg te houden. Al denk ik wel dat hij er stiekum zelf wel aan dacht hoor.”
Stilzwijgend niet-aanvalsverdrag tot slot
De wedstrijd zelf kwam overigens maar moeizaam los, ongetwijfeld door de combinatie van spanning en drukkende zomerhitte. Purmersteijn had de gehele eerste helft een licht overwicht, maar wist daar maar weinig mee te doen. Bij vlagen lieten voorwaartsen als Danyl Plasmeijer, Mircle Elstak, Dennis Jansen en Mylan Polman wel hun klasse in het samenspel zien. Swift verweerde zich stug en doeltreffend, totdat een fraaie opzet van Elstak naar Plasmeijer uiteindelijk topscorer Mylon Polman in staat stelde om Swift-doelman Bogdan Constantin te verschalken. In het kleine kwartier dat nog restte tot de rust kwam de thuisploeg vervolgens vervaarlijker door, maar een tweede treffer bleef uit. Na rust herstelde Swift zich, terwijl het de kampioenskandidaten niet of nauwelijks nog lukte om enig gevaar te stichten. Dat Raj van Pareren met nog een halfuur te spelen Swfift koppend vanuit een hoekschop langszij bracht was dan ook niet onlogisch te noemen. Swift voelbalde op dat moment zichtbaar gemakkelijker dan de thuisploeg. Terwijl de tijd verstreek realiseerde met name Swift zich dat het wel goed was zo. Vanaf de tachtigste minuut speelden de laatste vier van Swift elkaar in een traag tempo de bal toe, minutenlang zonder dat Purmersteijn een poging deed om tussenbeide te komen. Hier en daar klonk voorzichtig boe-geroep, maar begrip was en bleef overheersend. Zelf scheidsrechter Huijs leek te berusten, want hij trok slechts minimaal extra tijd bij terwijl er genoeg onderbrekingen waren geweest.
“Plan één is klaar, nu door met plan twee”
Swift-trainer Jimmy Simons, in maart jl. als interim voor de groep gezet op het moment dat degradatie zo goed als onafwendbaar leek, toonde zich oprecht blij met de gedeeltelijke wederopstanding van zijn elftal. Een gedeeltelijk opstanding, omdat weliswaar rechtstreekse degradatie is ontlopen maar nu de pittige nacompetie wacht. “Plan één is klaar, nu volgt plan twee. We gaan het zien. Waar ik tevreden mee ben is hoe we ons in de laatste periode gepresenteerd hebben, heel volwassen. Vandaag zag je het ook weer, er was geen paniek na de achterstand. Bij mij niet en in het elftal niet. Ik weet dat wij altijd weer scoren.”