
Purmerends beveiligingsbedrijf Rush vorderde contractuele boetes van een voormalig werknemer omdat deze volgens haar privé(naakt)beelden van een persoon uit de directe omgeving van de bedrijfsleiding had getoond of verspreid. De werkgever stelde dat daarmee afspraken uit de arbeidsovereenkomst waren geschonden en dat hierdoor schade was ontstaan.
De rechter wees deze vorderingen af. De werkgever had onvoldoende concrete feiten en bewijs aangeleverd om vast te stellen dat de werknemer de beelden daadwerkelijk had gedeeld. Er ontbraken duidelijke gegevens over welke beelden het betrof, wanneer en waar deze zouden zijn verspreid en aan wie zij zouden zijn getoond. De aangeleverde stukken ondersteunden die beschuldigingen niet voldoende. Daarnaast oordeelde de rechter dat de door de werkgever aangehaalde bepalingen over geheimhouding en boetes niet van toepassing waren op de gestelde gedragingen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat sprake was van schade voor het bedrijf of van onrechtmatig handelen jegens de werkgever. De gevorderde boetes en verklaringen voor recht werden daarom afgewezen.
De werknemer had op zijn beurt aanspraak gemaakt op uitbetaling van niet-opgenomen vakantie-uren en loon over vakantie- en verlofuren. De rechter stelde vast dat eerder al onherroepelijk was beslist dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Op basis daarvan werd de werkgever veroordeeld tot betaling van de openstaande vakantieaanspraken en het achterstallige loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging wegens te late betaling. Ook moest de werkgever correcte loon- en uitkeringsspecificaties verstrekken en de proceskosten dragen.
Lees hier de hele uitspraak van de rechtbank.