De Tour de France zit erop en dat geldt ook voor twee Noord-Hollandse wielrenners. Cees Bol en Julius van den Berg finishten afgelopen weekend op de Champs-Elysées. Een bijzonder moment voor het duo dat ooit begon bij de Zaanse wielerclub DTS, zeker voor debutant Van den Berg. “Vooraf romantiseer je de Tour, maar de realiteit is niet altijd rozengeur en maneschijn.” “De vermoeidheid zit er flink in”, deelt Julius van den Berg het gevoel van zijn benen na drie weken koersen in de ronde van Frankrijk. Samen met zijn gezin rijdt de geboren Purmerender vanuit Parijs terug naar huis. “Wel supermooi om dit mee te maken. Het hele circus eromheen, dat maakt het wel anders. Verder is het net als bij de Vuelta en Giro gewoon flink afzien.”
Barcelona en Alpe d’Huez
In het verleden deed Van den Berg al mee aan de rondes van Spanje en Italië en alleen de Tour de France ontbrak nog op zijn cv. Twee keer moest hij afhaken met een blessure, maar nu was hij er van begin tot eind bij. “De start in Barcelona is me bijgebleven en de etappe met aankomst op de Alpe d’Huez. Bizar hoeveel mensen daar waren.” Zowel Van den Berg (Team Picnic-PostNL) als Bol (Decathlon CMA CGM Team) moesten vooral ‘knechten’ in hun ploegen. Dat betekent dat ze hun kopmannen uit de wind hielden, eten op drinken haalden en bij pech hielpen. Waar Tadej Pogacar er in zijn gele trui bovenuit stak, moesten de twee Noord-Hollanders het doen met de onderste plekken in het klassement. Zo eindigde Bol als laatste van de 158 gefinishte renners in Parijs en nam Van den Berg de 156e plek in.
Energie sparen
Tegen de NOS zei Bol daar het volgende over: “In de bergen wilde ik zoveel mogelijk energie sparen. Op momenten dat ik wat langzamer kan rijden, dan doe ik dat. Als dan de laatste positie het gevolg is, dan vind ik dat niet zo erg.” Van den Berg: “Cees is altijd heel erg bezig met de tijdslimieten. Door zijn ervaringen weet hij precies hoe hard hij moet rijden. Dus als ik bij hem in de buurt blijf, dan weet ik dat ik goed zit.”
De Franse schijnwerpers waren niet op hem gericht, maar als debutant haalde hij wel de eindstreep. Iets wat lang niet elke renner is gegund. Van de 184 deelnemers haakten er 26 af. “Als je start, dan wil je ook finishen”, aldus de wielrenner van Team Picnic-PostNL. Van den Berg: “Wel baalde ik dat mijn benen niet in de beste vorm verkeerden. Voor de Tour voelde ik me juist heel goed. Misschien heb ik te vroeg gepiekt of lag het aan de warmte. Lastig om de precieze reden te achterhalen.”
Familie
Dat de absolute topvorm ontbrak bij Van den Berg lag niet aan de steun van zijn familie. Zo zocht zijn moeder Nynke Hoekmeijer haar zoon drie keer op. Bij de start in Barcelona, in de tweede week in de Vogezen en ook was ze erbij in Parijs. “Ik vond het een spektakel om mee te maken.”
Julius zijn eerste fiets
Vanaf het moment dat haar zoon verknocht raakte aan het fietsen is ze erbij. Samen met zijn vader heeft Hoekmeijer haar zoon honderden keren weggebracht. Aan het begin van de Tour de France zochten we haar op in Purmerend en toonde ze de eerste fiets van Julius. “Die heeft hij voor 400 euro gekocht van zijn krantenwijk.” Van den Berg: “Toen ik bij DTS in Wijdewormer begon met fietsen, waren ze er al bij. Dat mijn ouders nu weer langs de kant staan, vind ik superleuk. Dit geeft mij wel het ultieme gevoel van samen deze sport beleven.”
Dat de Tour er nu op zit, betekent niet dat het tijd is voor rust en ontspanning. Maandagavond stond het jaarlijkse criterium van Boxmeer op het programma en dus 80 kilometer koersen. “Ik moet gewoon weer aan het werk”, aldus een lachende Van den Berg. “Dit vind ik leuk om te doen, daarnaast krijg je ook nog wat startgeld mee en dat is altijd mooi meegenomen.”
