Een funderingsbedrijf uit het Noord-Hollandse Oosthuizen heeft volgens het Openbaar Ministerie te weinig gedaan om een tweede dodelijk bedrijfsongeval te voorkomen. Daarom eiste justitie dinsdag een boete van 150.000 euro voor het fatale ongeval dat vorig jaar plaatsvond in de Rotterdamse haven. „De glans is van ons leven af.” De zaak draait om de dood van een 33-jarige funderingswerker op 8 februari 2024 aan de Albert Plesmanweg, in het Waalhavengebied. Hij bevond zich op zo’n 30 meter hoogte, gezekerd in een werkbak boven op een funderingsmachine. Toen hij de betonslang handmatig loskoppelde van de boormotor, kantelde de complete machine. De man overleefde de val niet. Volgens de Arbeidsinspectie lag de oorzaak niet bij een technisch mankement of een slappe ondergrond. Het ongeval ontstond door een combinatie van factoren.
In 2019 ook dodelijk ongeval
Zo stond een stalen steunplaat die de machine extra stabiliteit geeft, te hoog boven de grond. Daardoor kon die de machine niet meer opvangen toen deze begon te kantelen. Ook was een onderdeel dat de boor naar voren schuift, te ver uitgeschoven. Daardoor hing te veel gewicht vóór de machine en kantelde die. De machinist bediende de machine vanuit de cabine. Volgens justitie had het bedrijf deze risico’s moeten onderkennen. Daarbij wees de officier van justitie erop dat zich in 2019 bij hetzelfde bedrijf ook al een dodelijk ongeval voordeed waarbij het aan- en afkoppelen van een betonslang een rol speelde.
Geen duidelijke instructies
„Uit het onderzoek blijkt dat onvoldoende lering is getrokken uit het eerste ongeval”, stelde de officier. Volgens hem had het bedrijf voor deze specifieke werkzaamheden een aparte, veilige werkwijze moeten ontwikkelen. Nu ontbraken duidelijke werkinstructies, waren de risico’s onvoldoende in kaart gebracht en kregen werknemers onvoldoende uitleg over deze specifieke handeling. De nabestaanden waren niet aanwezig in de rechtszaal, maar lieten hun slachtofferverklaring door hun advocaat voorlezen. Daarin vertelde de stiefmoeder dat haar ‘bonuszoon’ een zeer geliefde man was, die naast zijn werk veel vrijwilligerswerk deed. Bij de condoleanceavond stonden volgens haar wel duizend mensen in de rij. „We proberen door te gaan, maar de glans is van ons leven af.”
Pijnlijk
Extra pijnlijk was volgens de familie dat dezelfde funderingsmachine na het ongeval weer in het dorp verscheen, met hetzelfde team als waarvan hun geliefde deel uitmaakte. Het bedrijf had de nabestaanden daar vooraf niet over geïnformeerd.
Advocaat Tjalling van der Goot vroeg de rechtbank het bedrijf vrij te spreken. Volgens hem beschikten machinisten over handleidingen, capaciteitstabellen, opleidingen en periodieke bijscholing en was de machinist zelf verantwoordelijk voor het veilig bedienen van de machine. Van der Goot vindt dat de fouten van de machinist niet aan het bedrijf kunnen worden toegerekend. Ook betwist hij dat het ontbreken van extra werkinstructies de directe oorzaak van het ongeval was. Hij wees op een onderzoeksrapport waarin wordt geconcludeerd dat de combinatie van de te hoog staande steunplaat en de vooruitgeschoven boor tot het kantelen leidde.
‘Zwarte bladzijde’
De directeur van het bedrijf sprak van een zwarte bladzijde voor het bedrijf. „Maar voor de nabestaanden is het drama natuurlijk nog veel groter.” Mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, dan vindt de advocaat de geëiste boete, waarvan 50.000 euro voorwaardelijk is – veel te hoog. Volgens de advocaat verkeert de funderingsbranche door de teruglopende woningbouw in zwaar weer en zijn de bedrijfsresultaten de afgelopen jaren sterk teruggelopen. De rechtbank doet op 15 september uitspraak.
