Tijdens het Wetgevingsoverleg met minister Harbers heeft CU-Kamerlid Pieter Grinwis om een nuancering gevraagd voor buitendijkse nieuwbouw. Hij wees op de beheersbare omstandigheden in het Markermeer en stelde dat een extra peilopzet voor meer zoetwater geen reden hoeft te zijn om daar geen nieuwe woningen te bouwen. Daarvoor is de woningbouwopgave volgens hem te urgent. Foto Ontwerpplan Kustvisie Lelystad: De gemeente Lelystad staat voor de opgave 40.000 nieuwe woningen te realiseren en denkt daarbij aan buitendijks gebied. Naast de nieuwbouw moet het gebied ook een verbinding vormen met de bestaande natuurgebieden, zoals de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden.
“Het hele watersysteem zat vol. Van de eerste automatische sluiting van de Maeslantkering tot de recordhoge waterstand op het Markermeer. Waterbeheerders, pompen en gemalen moesten er hard voor werken, maar het watersysteem gaf geen krimp”, zo herinnerde CU-Kamerlid Pieter Grinwis zich de hoogwatersituatie rond de jaarwisseling. “Behalve wateroverlast in Deventer en enkele volgelopen buitendijkse kelders was er weinig aan de hand. Wel met de notitie dat de regen niet langer had mogen duren”, aldus het CU-Kamerlid. Hij is voorstander van het water-bodem-sturend-beginsel, maar hij wil ook dat we blijven nadenken over waar we in laag-Nederland toch slim kunnen bouwen. Hij noemde daarbij de randen van het Markermeer, met dikke zandlagen, als voorbeeld.
Niet weg bewegen van alles beneden NAP
Eén van de structurerende keuzes die de regering in de Water-bodem-sturend-brief van november 2022 aankondigde, is het stoppen van buitendijkse nieuwbouw in het IJsselmeer en het Markermeer. Het waterpeil op beide meren moet flexibeler beheerd kunnen worden om ze maximaal te kunnen inzetten als zoetwatervoorraad. In het Kamerdebat vroeg Grinwis zich af of het denken daarmee ophoudt. “We kunnen op veel manieren recht doen aan het watersysteem”, stelde hij. “Ik heb ook gezien hoe hoog het water in het Markermeer stond, maar water-bodem-sturend moet niet betekenen dat we ons op hoog-Nederland terugtrekken en weg bewegen van alles beneden NAP.” Hij vroeg zich af hoe schadelijk het zou zijn als 0,01 procent van de waterbergingscapaciteit van het Markemeer verloren zou gaan, indien langs de randen buitendijkse nieuwbouw wordt toegestaan. Hij wees daarbij op de bestaande plannen voor Nieuw-Monnickendam, met 500 woningen, en het Kustplan Lelystad, met enkele duizenden woningen.
Verschil buitendijkse gebieden
Hij riep minister Harbers op niet alle buitendijkse gebieden over één kam te scheren. “Het buitendijkse gebied Rijnmond-Drechtsteden is anders dan buitendijks in een rivierbed, zoals bij Arnhem. En dat is weer anders dan het merengebied van het Markermeer. Het meer is een volstrekt gecontroleerde omgeving”, stelde Grinwis. “Zeker als je met pompen gaat werken, zoals die nu in de Afsluitdijk worden gebouwd en wellicht ook in de Houtribdijk. Daarmee wordt de scheefstand op de meren door een harde wind anders. Nu is te snel op basis van kwantitatieve overwegingen en de zoetwaterbeschikbaarheid gezegd dat er niets kan als het Amsterdamse IJburg2 is afgerond.”
Buiten de Randstad
In de Randstad is de druk op het watersysteem gigantisch en daar mogen de waterschappen van Grinwis zich veel nadrukkelijker tegen nieuwbouwplannen in lage polders verzetten. Maar in andere delen van Nederland zijn het juist de bouwers die wat hem betreft moeten doorpakken.
Binnendijkse natuur
In zijn reactie gaf minister Harbers aan dat nieuwbouwplannen waar vóór 2025 een bestemmingsplan voor is aangenomen, nog doorgang kunnen vinden. Daarna wordt er wat hem betreft in de diepste delen van polders, in uiterwaarden en in het IJsselmeer/Markermeer niet meer buitendijks gebouwd. Een van de redenen die daarbij volgens de minister een rol hebben gespeeld, is dat nieuwe natuur binnendijks moeilijker gerealiseerd kan worden dan nieuwbouw. Harbers vertelde nog in overleg te zijn met Lelystad over hun Kustplan met buitendijkse nieuwbouw. Voor Almere-Pampus lijkt er voldoende ruimte om de nieuwbouwopgave binnendijks te realiseren.