Vorige week donderdag om tien voor vijf kwam Harry Brunink in de plenzende regen aan bij de parkeerplaats aan de Nieuwehaven. “Voor mij stond een jongen met een visnet in het water. Hij haalde het omhoog, omarmde een gigantische vis en vroeg of ik met zijn telefoon een foto wilde maken.”
Het was te nat om tot een zinnige conversatie te komen. “Zijn naam is mij dus onbekend. Mijn foto gaat hierbij als bewijs.” De forse snoek werd een paar seconden later teruggezet.