Aan de rand van Edam waren vroeger meerdere smederijen bij elkaar te vinden, waaronder die van bij ’t Vuur, Hesselink (later Okkerman), Hartog en Sombroek. Op de hoek van de Wijngaardsgracht met de Lingerzijde woonde vanaf circa 1880 de stamvader van de Bij ’t Vuren, de grootvader van Jaap, Gerrit en Tijmon. Deze bij ’t Vuur oefende al het koperslagersvak uit, met allerlei varianten in die richting zoals blik- en zinkwerk en het solderen van potten en pannen. “100 jaar geleden, in april 1924 is ons bedrijf door mijn overgrootvader Tijmon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel”, vertelt Gertjan Nordmann, “maar twee generaties eerder waren wij dus ook al smid of koper/blikslager”. Foto: Marianne Klok.
Gertjan Nordmann is de huidige eigenaar van T. bij ’t Vuur. “Het is mooi dat we 100 jaar bestaan, maar de huidige T. bij ’t Vuur zoals die nu bestaat is eigenlijk in 2003 begonnen op de Hamerstraat. We zijn voortgekomen uit het oude bedrijf en dat heeft veel veranderingen ondergaan. Van de smederij aan de Lingerzijde naar de winkels op de Voorhaven 164 en later 134. De winkels op de Voorhaven zou je de voorlopers van de huidige bouwmarkten kunnen noemen, er werd onder andere loodgieters en elektra materiaal en elektrische apparaten verkocht. In 2003 is de winkel gesloten en heb ik het installatiebedrijf overgenomen.
Energie transities van alle tijden
Het bedrijf T. bij ’t Vuur heeft veel veranderingen meegemaakt weet Gertjan te vertellen. “We zitten nu in een energietransitie, maar dat is in het verleden ook al gebeurt. 100 jaar terug kregen we het elektra en 50 jaar geleden kwam aardgas. De transitie waar we nu in zitten, gaat wat mij betreft veel te paniekerig en te snel. We blijven daar nog wat terughoudend in omdat sommige nieuwe dingen eerst moeten berusten voor iets goed werkt.”
Typische Edammer vergaarbak
“Het lood-, zink- en koperwerk is in al die jaren nauwelijks veranderd, dat is echt handwerk gebleven. Door heel Edam kun je een bepaald type vergaarbakken herkennen. Een vergaarbak vangt het hemelwater van het dak op waarna het de regenpijp in gaat. In Edam hebben we een kenmerkend model met een ronde bovenkant. En net zoals de vorige generaties plaatsen we nog steeds onze trotseerloodjes op het zinkwerk.”
Werken met je handen weer populairder
“Voor het eerst sinds 25 jaar kiest de jeugd ook weer meer voor techniek. Toch blijft er een groot te kort aan technisch personeel. We zijn heel gericht op zoek naar personeel en leiden ze het liefst zelf op. Gelukkig zijn er nog steeds mensen die het loodgieterswerk willen doen. Als je een zinken dak maakt, dan heb je eer van je werk. De jeugd komt er ook achter dat het best leuk werk is.”
Familietraditie
“Onze zoon Stan werkt sinds zes jaar in de zaak en is de 5e generatie. Het ligt in de lijn der verwachting dat hij volgens de familietraditie de zaak gaat overnemen. Al hoeft hij zich daar nu helemaal nog niet mee bezig te houden, hij is pas 26 jaar oud. Hij werkt wel al aan zijn eigen projecten en is ontzettend leergierig.” Volgens de traditie werken de vrouwen ook mee in het bedrijf. Suzan van Beers, de vrouw van Gertjan en moeder van Stan, verzorgt al ruim 20 jaar de administratie. “Het werken met familie gaat goed, het geheim is dat we het thuis nooit over het werk hebben.”
Mooi werk
“We hebben een gezond bedrijf met een mooie mix van leeftijden onder de werknemers. Wat we doen is mooi werk en zijn leuke klussen. Bij bijna elk huis in Edam ben ik wel een keer geweest. Maar we komen ook op mooie plekken buiten Edam, zoals Madame Tussauds op de Dam en het wolvenhuis in Artis waar we zink en lood werk hebben gemaakt.”
Meerdere disciplines
“We werken samen met meerdere onderaannemers in bv koeltechniek, warmtepompen en vloerverwarmingssystemen om tot een totale installatie te komen. We kunnen het niet alleen en door samen te werken komen we tot een goed resultaat. Het werk is heel divers, we werken voor particulieren, bedrijven, zoals hier op het industrieterrein, voor verzekeringen en aannemers.”
Feest jaar
“Het 100-jarig jubileum gaan we dit jaar vieren met de werknemers en de mensen met wie we samenwerken. Hoe we dat gaan doen, dat weten we nog niet, daar gaan we nog even over nadenken. We hebben er een heel jaar de tijd voor.”