Ik schreef over mijn vader dat hij in Sappemeer van de zolder gevallen was en daarbij een enorme bult op zijn hoofd had opgelopen, maar mijn moeder wist er ook wat van. Die had een bult zo groot als een halve pingpongbal op haar voorhoofd, terwijl ik haar nooit op één sportieve beweging heb kunnen betrappen, behalve dat ze ’s morgens altijd meedeed met de ochtendgymnastiek onder leiding van Ab Goubitz, met aan de vleugel Arie Snoek. Die bult groeide eind jaren vijftig langzaam uit tot zijn definitieve grootte en stopte toen met groeien. Mijn moeder was er zeer ongerust over, bang dat de bult nu verder naar binnen zou groeien. Begrijpelijk, gezien de schade die de hersenen soms kunnen oplopen door invloeden van buiten.
En zo reden mijn vader, mijn moeder en ik op zekere dag van Apeldoorn naar Zwolle, waar we in het ziekenhuis een afspraak hadden gemaakt aangaande de bult. Het was denk ik in 1957, mijn broertjes en zusjes waren al naar school en ik was nog thuis en net groot genoeg om te begrijpen wat er aan de hand was.
De zeer vriendelijk dokter onderzocht het hoofd van mijn moeder, waar zij op zondag altijd met hoed op mee naar de kerk ging. Na enige tijd stelde de dokter vast dat de bult in ieder geval niet der meer zou groeien. Dat was al een hele geruststelling. Nu waren er een paar mogelijkheden: 1. niks meer aan doen, 2 bult afzagen (!) tot op het voorhoofd en er netje een velletje overheen spannen. Dan ziet na een tijdje niemand er meer iets van. Mijn moeder koos gelukkig voor 1., zodat in de loop der jaren het aantal verhalen over de bult alleen nog maar kon toenemen.
Wel drapeerde zij haar haar altijd zeer zorgvuldig over haar bult, zodat niemand hem zag en het dertig, veertig jaar later nog kon voorkomen, dat iemand plotseling uitriep: O, mevrouw Vegter, u heeft een hele grote bult op uw voorhoofd en mijn moeder met eindeloos geduld het verhaal nogmaals uit de doeken deed en wij tegen haar zeiden: Nou ma, je bent in ieder geval niet op je achterhoofd gevallen, want de moderne tijd had zich inmiddels zover ontwikkeld dat wij niet altijd meer u hoefden te zeggen.