Beerschot gaat zaterdagmiddag tegen Genk op zoek naar de eerste driepunter van het nieuwe seizoen. Brian Plat (24) is een van de weinige nieuwkomers op het Kiel die zich meteen als titularis wist te ontpoppen. De verdediger uit Volendam staat in Antwerpen voor het eerst op eigen benen. “Ook de was en de plas moet ik nu voor het eerst zelf doen.”
Brian Plat, geboren en getogen in Volendam, groeide de voorbije jaren uit tot een boegbeeld bij lokale trots FC Volendam. Vijf jaar geleden maakte hij als jeugdproduct van de club zijn debuut in de Keuken Kampioen Divisie. Na drie jaar op het tweede niveau promoveerde hij met Volendam naar de Eredivisie. Plat speelde de voorbije twee seizoenen 56 wedstrijden in de Nederlandse eerste klasse. Maar hij voelde al een tijdje dat hij klaar was voor iets nieuws. Tijdens de winterstop van vorig seizoen werd hij gelinkt aan Watford, Sampdoria en New York City. Maar hij koos uiteindelijk voor een buitenlands avontuur dichter bij huis. Plat tekende voor twee seizoenen bij Beerschot.
We zijn intussen twee maanden verder. Tevreden over jouw keuze voor Beerschot?
Brian Plat: “Ja, de eerste weken had ik wel wat aanpassingsproblemen. Ik kende alleen Hervé Matthys, omdat die nog bij ADO Den Haag in Nederland had gespeeld. Verder kende ik helemaal niemand bij Beerschot. Het was dus wel even wennen. Maar gelukkig trof ik hier een heel fijne groep aan. Ik werd uitstekend opgevangen.”
Met welke jongens had je meteen een klik?
“Thibaud Verlinden, Marco Weymans en mijn landgenoot Dean Huiberts. Maar eigenlijk zijn het allemaal fijne jongens, hoor.”
Waarom heb je na vorig seizoen voor Beerschot gekozen?
“Dirk Kuyt heeft me overtuigd. Ik had een lang gesprek met hem en ik merkte meteen dat hij veel vertrouwen in me had. Ik had nog andere opties in België en Nederland. Maar Beerschot voelde het best aan.”
In de Eredivisie speelde je tegen spitsen met naam en faam zoals Luuk de Jong of Burak Yilmaz. Wie was de lastigste waar je tot dusver hebt tegen gespeeld?
“Brian Brobbey van Ajax. Die is oersterk én heel snel. In België ken ik nog niet zo veel aanvallers bij naam. Maar die Kevin Denkey van Cercle Brugge was wel meteen een taaie. Ik wist dat hij vorig jaar topschutter was geworden, maar het was toch even schrikken. Echt een vervelende spits om tegen te spelen.”
Merk je een verschil tussen de Jupiler Pro League en de Eredivisie?
“Nee, eigenlijk is het niveau best vergelijkbaar. In Nederland ligt de focus misschien een tikkeltje meer op het uitvoetballen. Hier worden meer duels uitgevochten. Maar ik vind dat niet erg. Dat ligt me zelfs beter.”
Na jouw debuut tegen OH Leuven werd je door de supporters uitgeroepen tot ‘man van de match’. Een week later ging je in de fout tegen Union. Het kan verkeren.
“We hadden een goed plan voor die wedstrijd en na amper een minuut gaf ik al een doelpunt weg. Ik voelde me heel schuldig. Het is natuurlijk nooit leuk om dat soort dingen mee te maken. Zeker niet bij je nieuwe club. Maar ik denk wel dat ik me nadien heb herpakt. Zowel in die wedstrijd zelf als in de volgende wedstrijd tegen Cercle.”
Wat ben je eigenlijk van nature: een centrale verdediger in een viermansdefensie?
“Ja, daar speel ik het liefst. Maar ik kan ook als rechtsback of wingback uit de voeten, hoor. Of zoals nu: als rechtse centrale verdediger in een driemansdefensie. Het maakt me eigenlijk weinig uit.”
Vorig jaar kreeg je bij Volendam 88 doelpunten om de oren, met een degradatie tot gevolg. Geen schrik om dat scenario bij Beerschot opnieuw mee te maken?
“Nee, hoegenaamd niet. Bij Volendam waren de zomer voordien alle goede spelers vertrokken. Ik voelde al snel dat het een heel lastig jaar zou worden. We hebben uiteindelijk ook het hele seizoen onderin gebengeld.”
Is dit Beerschot dan wel gewapend om in eerste klasse te blijven?
“Dat denk ik wel. We hebben toch een aantal écht sterke spelers. Ik begrijp je vraag, omdat we op dit moment onderin staan. Maar het is nog erg vroeg op het seizoen, er kan nog veel gebeuren.”
Je hebt deze zomer voor het eerst je geboortedorp Volendam verlaten. Kan je in Antwerpen al een beetje je plan trekken?
“Ik woon hier voor het eerst helemaal alleen. In Volendam woonde ik nog in het ouderlijk huis. Gelukkig helpt de club me een handje. Zo krijg ik regelmatig maaltijden die ik gewoon moet opwarmen.”
Je hebt de potten en pannen nog niet moeten bovenhalen?
“Nou, af en toe al wel, hoor. Ook de was en de plas moet ik nu overigens voor het eerst zelf doen. Niet altijd even gemakkelijk. (lacht)”
Zijn je ouders al op bezoek gekomen?
“Ja, mijn ouders en mijn zusje waren aanwezig bij mijn debuut tegen Leuven. Ook zaterdag zijn ze van de partij. Volendam is maar twee uurtjes rijden van Antwerpen. Hopelijk zien ze mij dit weekend voor het eerst winnen met mijn nieuwe club.”