Vandaag las ik in de krant dat Joop Droog overleden is. Een markant Beemsterling met een eigen zinnige (anderen zullen zeggen eigenzinnige) kijk op het agrarisch leven in onze droogmakerij.
Hij was al een tijdje ‘krakkemikkig’. (ik twijfel of hij deze uitdrukking wel gepast zou vinden). Gelukkig heeft hij recent nog wel zijn zestig jarig huwelijk kunnen vieren (foto). Ik kende Joop voornamelijk uit twee gremia: de Beemster Gemeenschap en de Gemeenteraad. Om hem te schetsen uit beide organisaties een opvallend voorval.
Het Hoofdbestuur van de Beemster Gemeenschap zit bij elkaar in de vrouwen kamer in het Heerenhuis. Onderwerp van gesprek is het voornemen om het roken af te schaffen tijdens de vergaderingen.
Na stevige discussie is er overeenstemming. Er wordt niet meer gerookt. De voorzittershamer bevestigt het besluit. Joop schuift zijn stoel naar achteren, grijpt naar zijn binnenzak en haalt er een sigaartje uit en steekt deze pontificaal op. Het recent genomen besluit had volgens Joop geen betrekking op zijn eigen rookgedrag. Een klein sigaartje moet toch kunnen….
En dan de politiek. Joop stond bekend om zijn archaïsch taalgebruik. Kwam hij aan het woord over zijn specialisme (agrarische zaken en grond) dan schoven de stoelen van de overige leden van de Raad iets naar achteren. Hij begon zijn betoog en halverwege was ik hem al kwijt (en ik vroeg me af of hij zelf ook niet het spoor bijster was geraakt). Maar altijd weer kwam hij tot een eind. Met de woorden ‘dat wou ik maar even kwijt’, drukte hij de microfoon uit en met een triomfantelijke blik en dito glimlach keek hij de zaal rond. Waar een ieder nog bezig was om de Gordiaanse knoop te ontwarren.
Een jaartje geleden belde hij me op. Wilde een verduidelijking over een artikel van mijn hand in de Binnendijks. “Ik dacht, laten we er geen misverstanden om krijgen”. Het was een goed telefoongesprek. Waarin hij me tussen neus en lippen door ook nog toevertrouwde me altijd wel ‘een aardige vent gevonden te hebben’. Tja, dan mag een afscheidswoord toch niet ontbreken.
‘Een bijzondere vent, en dat was ie’. (vrij naar Dik Trom).
Geert