Als ik dit zou schrijven op de eerste dag van de week, welke dag zou het dan zijn op het moment dat je dit leest? Dat is een nogal ingewikkeld vraagstuk, want je hebt geen idee op welke dag ik dit schrijf en ik heb geen idee op welke dag je dit leest. Vroeger was dat allemaal veel eenvoudiger. Zondag was de eerste dag van de week, tevens de enige rustdag.
Waarom men van de sabbat naar de zondag is overgestapt qua rustdag, is niet zo ingewikkeld, maar ik laat het hier toch maar even liggen, want voor je het weet raak je verzeild in een theologische discussie. Ik heb in mijn kibboetstijd mogen ervaren hoe het is om te leven in een wereld met de sabbat als rustdag en dat was een aangenaam genoegen. Het aardigste vond ik nog dat de sabbat al op vrijdagavond begon, met als hoogtepunt een feestelijke maaltijd samen met de hele kibboets en iedereen in het wit. En dat elke week. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt.
Maar goed, even terug naar de eerste dag van de week. Belangrijk is hierbij de komst van de school- en kantooragenda’s. Die hadden allemaal dezelfde structuur: vijf dagen achter elkaar en dan zaterdag en zondag, het weekend, samen op de het laatst overgebleven plekje. Zo schoof de zondag om heel praktische redenen van het begin naar het einde van de week. Meer is het niet. De werkweek bevat precies vijf dagen en zo kan men nog steeds op woensdagmiddag 12 uur de week doormidden zagen. Opmerkelijk daarbij is dat de zondag weer terugschuift van het einde naar het begin van de week. Dat zagen is dus een heel christelijke bezigheid.
Nu nog even terug naar de beginvraag. Die is aanzienlijk gemakkelijker dan het lijkt. Je kunt namelijk eenvoudig vaststellen op welke dag van de week je dit leest. Daarvoor is het niet nodig te weten op welke dag ik het geschreven heb. Sterker nog, het zou alleen maar verwarrend werken te weten dat ik dit nu op zondag schrijf.