Vraag en antwoord In de pers lijkt het dat de plannen voor de camping in Schardam steeds duidelijker worden. Zoals al regelmatig door ZB aangegeven baart de verkoop van de camping ons grote zorgen. Met het krantenartikel worden deze zorgen alleen maar groter. Waar de camping nu alleen in het zomerseizoen geopend is, lijkt het de bedoeling dat deze straks het hele jaar door geopend zal zijn en dat de caravans verkocht gaan worden.
Omdat we ons niet op een krantenartikel kunnen baseren daarom nu de volgende vragen aan het college:
Vraag 1.
Is het college op de hoogte van de wensen van de nieuwe eigenaren?
Antwoord 1:
Zij hebben hun denkrichtingen met ons gedeeld. Er zijn nog geen definitieve plannen bekend.
Vraag 2.
Zijn deze wensen al in een formele aanvraag gegoten?
Antwoord 2:
Nee.
Vraag 3.
Oftewel: is er al een procedure gestart met de aanvragers?
Antwoord 3:
Nee.
Vraag 4.
Wat is de procedure die in deze gelopen moet worden?
Antwoord 4:
Als ze willen (ver)bouwen binnen het omgevingsplan dan is er geen vergunning nodig voor een wijziging van het omgevingsplan en zijn zij aan de huidige regels gebonden. Als zij een wijziging willen van het omgevingsplan dan moeten zij een omgevingsvergunning aanvragen.
Vraag 5.
Op welk moment wordt de raad hierbij betrokken?
Antwoord 5:
Een omgevingsvergunning is op grond van de Omgevingswet een collegebevoegdheid. De raad wordt daar in beginsel niet bij betrokken, tenzij zij een adviesrecht heeft. Wij kunnen op dit moment niet aangeven of het adviesrecht hier van toepassing is, aangezien wij nog niet weten wat de definitieve plannen van de nieuwe eigenaren zijn.
Vraag 6.
Op welke wijze gaat Marinaparken om met de participatie en is het college daar bij betrokken?
Antwoord 6:
De nieuwe eigenaren hebben kennis gemaakt met de gemeente en daarbij hebben wij ze gewezen op de nodige participatie voor er plannen worden ingediend. Zij gaan kennismaken met de stakeholders.
Dan inhoudelijk op grond van informatie uit het artikel. De straten in Schardam en het oosteinde in Oosthuizen zijn nu al veel te smal voor het af te wikkelen verkeer. De leefbaarheid komt door jaarrond open en het verbonden van de caravans sterk onder druk te staan. Om de caravans te kunnen kopen, is het zeer waarschijnlijk noodzakelijk dat ze continu verhuurd zullen gaan worden. Veel wisselingen van huurders is vanuit het verdienmodel heel interessant maar rampzalig voor de verkeersafwikkeling en leefbaarheid in de genoemde dorpen/straten.
Daarom de volgende vragen:
Vraag 7.
Wat is inhoudelijk (qua aantallen, grootte, hoogte en andere aspecten) de huidige wens van de nieuwe eigenaar?
Antwoord 7:
Er is nog geen plan ingediend.
Vraag 8.
Dat er wordt gedaan aan de te verwachten extra verkeersdrukte over de smalle wegen in en rondom Oosteinde, Etersheim en Schardam?
Antwoord 8:
Het nog in te dienen plan zal op de verkeersaspecten worden getoetst.
Vraag 9.
Hoe gaat het college toetsen dat de verkeerseffecten van een jaarrond openstelling van de camping al dan niet acceptabel zijn?
Antwoord 9:
Zoals onder vraag 8 aangegeven wordt een aanvraag omgevingsvergunning aan de verkeersaspecten getoetst. Toetsing gebeurt o.b.v. beleid en (verkeers) normen. Aangezien de plannen nog niet bij ons bekend zijn kunnen wij nog niet aangeven of er sprake is van een acceptabele of onacceptabele toename van de verkeersbewegingen.
Vraag 10.
Bij welk aantal extra verkeersbewegingen acht het college aanpassingen van de infrastructuur noodzakelijk om de verkeersveiligheid en leefbaarheid te waarborgen?
Antwoord 10:
Wij kunnen hier op dit moment geen uitspraken doen. Dit is een vraag die wij uitsluitend kunnen beoordelen in het kader van een uitgewerkte aanvraag, waarbij wij alle ruimtelijke aspecten tegen elkaar afwegen.
Vraag 11.
Welke mogelijke maatregelen ziet het college om de verkeersdrukte te beperken of beter te begeleiden?
Antwoord 11:
zie antwoord op vraag 10.
Vraag 12.
Is het college bereid deze voorwaarden aan de eigenaar mee te geven?
Antwoord 12:
zie antwoord op vraag 10 en 11.