Ergens in Volendam strompelt een man zijn bed uit. Hij kijkt in de spiegel en is niet trots op wat hij ziet. Hangende ogen, lippen als schuurpapier, een kleur die je normaal alleen ziet bij mensen die al drie dagen dood zijn. Hij heeft maar één gedachte: ,,Waarom doe ik mezelf dit elk jaar weer aan?”
Het antwoord is simpel. Dit is de ochtend waar alles om draait. Zaterdagochtend. Mannenochtend. Geen pen kan beschrijven hoe dat voelt. Je moet het zien, ruiken, meemaken. Het begint bij de eerste stap naar buiten. Een dorp vol mannen die erbij lopen alsof ze uit een natuurramp zijn geëvacueerd. Ze schuifelen allemaal dezelfde kant op. Richting de heilige grond van De Jozef. Daar, voor die deur, begint het ritueel: sterke verhalen over gisteren, discussies over wie het beroerdst wakker werd. Niemand wint, iedereen liegt.
Half negen. De deuren zwaaien open. Hij sloft naar binnen alsof hij plaats moet nemen voor een wortelkanaalbehandeling. In de ene hand een flip, in de andere een chippie. Dan schuift iemand hem een glas toe. Goud. Een druppel kruipt langzaam langs het glas naar beneden. Hij weet dat dit pijn gaat doen. Toch tilt hij hem, trillend, naar zijn lippen. En dan: Tompall Glaser, Put Another Log on the Fire. De Jozef houdt zijn adem in. Mannen rapen zich bijeen, gaan rechtop staan. Una Paloma Blanca. Het sein. De tweede dag is begonnen. De mooiste ochtend van het jaar.
Wij stemmen onze setlist af op de zaal. Drink Rode Wijn is verplicht, die slaan we ’s ochtends nooit over. En altijd is daar Joop, die even de boel stillegt om samen te proosten. Altijd hetzelfde, altijd goed. Daarna gaat het mis, zoals het hoort. Georganiseerde chaos. Zingen tot je geen stem meer hebt. Verhalen die geen vrouw gelooft. Dingen waar je nuchter niet eens aan zou denken. Maar dat maakt niet uit. Want het is zaterdagochtend van kermis.
Soms denken we terug aan die uitverkochte Melkweg, ons album, de avonden waarop we als hobbyband ineens naast de grootste namen van Nederland stonden. Hoofdpodia, feest, bier dat nooit opraakte. Maar het mooiste blijft dit. Deze ochtend. Mannen die zichzelf verliezen, die ontroerd raken van puur geluk. De ketting gaat los. Iedereen is je vriend. Feest zonder zorgen. Dat bestaat nergens. Alleen hier.
Na afloop zullen er ongetwijfeld weer scènes ontstaan zoals op deze foto – een beeld met de allure van een renaissanceschilderij. Maar dat mag de pret niet drukken. Sterker nog: het hoort erbij.
Dus ja, de kater hakt erin. Je rug kraakt. Je vloekt terwijl je je broek dichtritst. Maar straks sta je er weer. Met vijfhonderd anderen. Met ons. In De Jozef. Met dat gevoel dat nergens anders bestaat. Zaterdagochtend, de hoogmis van de kermis.
Tot zo, mannen.