We zijn terug! Met nieuwe en oude momenten, kleine herkenningen, en een vleugje nostalgie. Twee zussen uit Volendam. Gudy schrijft, Angelique schildert.
Vroeger mochten wij als kind een enkele keer een dagje van school thuisblijven. We hadden dan waarschijnlijk een lichte verkoudheid onder de leden. Ik kan me namelijk niet heugen dat we in onze jeugd ooit een zware griep hebben gehad. Moeder kneep dan een oogje dicht en liep even naar de buurvrouw die moest doorgeven dat ik ziek was.
Of beter gezegd, mijn buurmeisje annex vriendinnetje moest deze boodschap aan de kleuterjuf overbrengen want a) we hadden nog geen telefoon, b) we gingen als kleuters zelfstandig naar school, op de autoped heen en terug en dat twee keer per dag. Dat laatste was in de jaren ’60 beslist geen geval van kinderen blootstellen aan allerlei beren en verkeer op de weg. Nee hoor, er was praktisch nog geen autoverkeer dus het merendeel van de kleuters in ons dorp was gewoon al zeer zelfstandig.
Wat ook bijdroeg aan dat vroege ‘loslaten’ door de moeder was de thuissituatie waarin er nog een stel jongere koters aan haar rokken hing die hetzij verschoond, gezoogd of snottebelvrij geveegd moesten worden. Wat ik me nog goed kan herinneren aan dat sporadisch schoolziek zijn, is vooral de onverdeelde aandacht die mij ten deel viel. En de rust in het huis, die was ongekend. De jongere zusjes en broertje deden waarschijnlijk een middagdutje, de oudere broers waren wel naar school en ik luisterde naar de stilte. Ik hoorde de klok tikken, en om het hele en halve uur slaan.
Ik hoorde mijn moeder in de keuken aan het rommelen, een was in de machine doen, de plens van een emmer sop op de achterstraat, het praatje aan de voordeur met de melkboer en daarna de bakker. En over de lage schutting het gekeuvel met de buurvrouw. ‘Mooi weer nou hè! Hoe gaat het met die neef van je man die laatst zo’n akelige hoest had?’ Ik zat boven in peignoirtje (van een nylon stof, wit met rode roosjes erop) op mijn bed fotoalbums door te bladeren. Door die opmerking over die neef van de buurman met z’n rare kuchje begon ik zelf van de schrik ook mijn keel te schrapen. Ik ruimde de foto’s weer op en ging naar beneden naar mijn moeder voor een aai over mijn bol.
Dat Coronavirus werkt nostalgie verhogend, merk ik wel. Op Facebook gaat weer een nieuwe hype viraal. We worden uitgedaagd om een foto uit onze kinderjaren te posten en doen dat allemaal maar al te graag en zonder enige terughoudendheid. De reacties over en weer zijn hartverwarmend: ‘Oh wat was jij schattig, mooi en lief!’ En dat waren we ook, 1 schattig en onschuldig. En veilig vooral, want we konden als kleuter alleen op de step naar school en Corona bestond nog niet, zelfs niet als biermerk.
Op een dag kwam het onweer aanzetten. Het donderde al in de lucht en mijn vriendinnetje en ik stepten als twee kleine bezetenen naar huis. Bij het vriendinnetje zat ik nahijgend aan een geschild appeltje met suiker en ik zag mijn moeder met haar fiets door de steeg voorbijkomen. Ze was me op komen halen van school, maar ik was al weg. Ik heb nu nog steeds zin om daarover een potje te janken.